Over rust vinden, en wat je niemand kan afnemen
Een groot deel van mijn leven kon je net zo goed tegen me zeggen dat een roze olifantje leuk staat in de tuin, of dat een lieveheersbeestje op batterijen loopt en daarom zijn stippen oplichten in het donker. Ik had je verdwaasd aangekeken. Allebei even ongrijpbaar.
“Rust in jezelf vinden” — hoe doe je dat? Het lag voor mij op dezelfde lijn als “je moet het loslaten”. Van die kreten waar ik een groot deel van mijn leven helemaal niets mee kon.
Maar nu, nu denk ik dat ik het eindelijk begin te begrijpen. Ik heb het gevonden in mijn geloof. En geloof me — no pun intended — dat is ook weleens anders geweest.
Zo zie je maar: iedere dag krijg je nieuwe inzichten, kun je groeien. Het leven staat nooit stil, het is altijd in beweging. Hoe jij beweegt — met de stroom mee of ertegenin — dat is je eigen keuze.
Tegen de stroom in zwemmen hoeft niet verkeerd te zijn. Je staat uiteindelijk voor je eigen normen en waarden, meegekregen en zelf ontwikkeld, en die liggen nou eenmaal niet altijd op één lijn met die van anderen. Maar tegen jezelf in zwemmen – dat kost altijd meer dan je lief is. Je raakt uitgeput. Opgebrand.
Veel van wat we denken, denken we niet alleen. Het hangt af van wie je om je heen hebt. Als iedereen in jouw omgeving vindt dat je met rood haar lelijk bent, of dat je zonder de nieuwste Nikes niet meetelt, dan is de kans groot dat je het zelf ook gaat geloven. Want als zij het allemaal zo zien en jij als enige niet, dan zal de fout wel bij jou liggen. En ga je er niet in mee? Dan sluiten ze je buiten.
Dat mechanisme zie ik in mijn werk elke week. Mensen die buitengesloten worden omdat ze arm zijn. Die hun kinderen niet de nieuwste schoenen kunnen geven, niet vier keer per jaar op vakantie kunnen, voor wie zelfs een dagje uit er meestal niet in zit. En kinderen kunnen onderling keihard zijn. Dat levert soms nare situaties op. Als ouder sta je dan met je rug tegen de muur.
Waar niet is, verliest de keizer zijn recht, zegt het spreekwoord.
Maar is dat waar? De keizer verliest misschien zijn recht – maar niet zijn kroon, denk ik dan. Want rijk of arm, een keizer blíjft het.
Ik schreef eerder over hoe murw en moe mensen worden van het vechten tegen een onrechtvaardig systeem. En als ik daarover met ze praat, merk ik iets. Het eten dat ze tijdelijk krijgen geeft ze fysieke kracht, draagt bij aan hun gezondheid – maar er gebeurt nog iets anders. Het motiveert ze om de moed in zichzelf te vinden die kroon nooit af te zetten. Soms gevoelsmatig zonder recht. Maar ze blijven wel keizer.
En vaak is dat genoeg. Een schouder om tegen te leunen. Een luisterend oor. Iemand laten weten dat hij je oprechte aandacht waard is – dat is soms al de vonk die iets laat ontbranden, hoe moeizaam de leefsituatie ook is.
We kunnen niet alle problemen oplossen voor een ander. Maar we kunnen elkaar wel ondersteunen. We kunnen iemand die het even niet meer ziet, helpen de rust in zichzelf terug te vinden.
Soms vind je jezelf terug in een deel van je innerlijke stad dat je niet kent. En dan is het fijn als er iemand is die je de weg wijst – terug naar een plek die wél vertrouwd voelt.
Dat is, denk ik, wat het werkelijk betekent. Niet de kroon voor iemand dragen. Maar hem helpen herinneren dat hij hem nooit hoeft af te zetten.
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.