Waar het bewijs uit spiegels bestaat
Ken je dat? Zo’n ruimte waarin je jezelf ziet, overal waar je kijkt. Je bent omringd door spiegels. Maar alle spiegelbeelden zijn vervormd. Kijk je links dan ben je drie keer zo dik, kijk je rechts dan is je hoofd heel groot, kijk je in de volgende dan heb je een heel lang gezicht. Zo stel ik me dat voor: als ik probeer diep in mezelf te kijken, dan heb ik mijn eigen spiegelpaleis. En wat ik zie als ik in zo’n spiegel kijk, is afhankelijk van hoe ik mezelf zie. De vervorming van het spiegelbeeld zit niet in de spiegel zoals in een echt spiegelpaleis, maar in mij. Ik kijk naar iemand die bestaat, maar tegelijkertijd is er altijd die overtuiging dat ik er eigenlijk niet zou moeten zijn. Zelfs als ik mijn beeld probeer scherp te stellen is er altijd die vervorming, soms groot, soms klein, maar het is nooit echt weg. En ik realiseer me dat het mijn hele leven heeft beïnvloed. Niet zozeer in wat ik deed, maar in hoe ik met mensen omging
Want als je vanbinnen draagt dat je bestaan een soort vergissing is die net niet is rechtgezet, dan ga je met mensen om alsof je iets goed te maken hebt. Niet bewust. Je bedenkt het niet, je doet het gewoon. Iedere band wordt, zonder dat je het merkt, een kleine rechtszaak over de vraag of je er mag zijn. En jij bent altijd de partij die moet bewijzen dat het antwoord ja is. Alsof ik altijd wil horen, ja je bent het waard om hier te zijn, je voegt wat toe aan de wereld. Vreemd hoe dat werkt: hoe je kan verlangen naar een gevoel dat je in oorsprong zonder woorden is ontzegd.
Ik heb daar een heel apparaat voor ontwikkeld, en het verraderlijkste eraan is dat het op een deugd lijkt. Als iemand mij slecht behandelt, zie ik dat heus wel, ik ben niet naïef, ik voel vrij snel wanneer er iets schuurt. Maar direct daarna gaat er een advocaat in mijn hoofd aan het werk die de zaak voor de ander bepleit. Die advocaat plakt de pleister er meteen weer op: het zal niet zo bedoeld zijn, diegene heeft het te druk, komt door het verleden. Of ook een leuke is: tja, zo is hij/zij nou eenmaal.
Soms plak ik die pleister er zelf op: het ligt aan mij, ik moet gewoon duidelijker zijn, ik ben degene die er te veel van verwacht.
Zodra iemand mij slecht behandelt, zodra de wond dus eigenlijk zichtbaar wordt, met dader en al, grijp ik in en maak ‘m weer onvindbaar. Niet omdat ik de wond niet zie, maar omdat een zichtbare wond een conclusie afdwingt die ik niet aankan. Dus verstop ik ‘m weer, met een verklaring als verband eroverheen.
Ik noem het geen excuus. Ik zoek een verklaring, dat onderscheid houd ik streng aan, en het is oprecht gemeend. Maar de verklaring die ik voor de ander vind, gaat zich vervolgens gedragen als een vrijspraak. En dat is het punt waarop het misgaat. Want mijn advocaat pleit niet voor de ander omdat ik zo’n goed mens ben. Hij pleit voor de ander omdat de andere conclusie te veel pijn doet. Zoals het een goede advocaat betaamt, probeert hij een deal te sluiten als vrijspraak niet mogelijk is.
Want als ik erken dat iemand mij niet goed behandelt en dat het niet aan mij ligt, dan moet ik ook erkennen dat ik die persoon misschien ga verliezen. En verlies is precies waar de hele constructie omheen gebouwd is. Liever een verklaring die de band redt, dan een waarheid die hem beëindigt.
Dus ga ik harder aan de relatie werken naarmate iemand mij minder teruggeeft, me in nog meer bochten wringen. Waar een ander zou weglopen uit een ongelijkwaardige relatie, maak ik mezelf steeds kleiner, nog minder van betekenis voor mezelf: nog meer begrip, nog een keer uitleggen, nog een stapje harder lopen, de deur altijd weer op een kier houden. Want dichtgooien zou de naakte waarheid in mij blootleggen en de wond weer opentrekken. Zo kan een verhouding lang redelijk lijken te functioneren, terwijl ze in werkelijkheid alleen functioneert omdat ik voor twee mensen functioneer.
En dan, op een dag, gaat de knop om. Van buiten lijkt dat plotseling: gisteren nog loyaal, vandaag helemaal klaar. Maar er is niets plotselings aan. Ik ben alleen veel te lang in dezelfde richting doorgelopen, tot mijn advocaat me vertelt dat de schade onherstelbaar wordt als ik nu niet ingrijp. Wat van buitenaf één incident lijkt, is in werkelijkheid de zaak waarin jaren aan incidentrapporten ineens als bewijs worden ingebracht.
Dit is het venijnige: alles wat ik hier beschrijf, ziet er van buiten uit als een goede eigenschap. Loyaliteit, geduld, begrip, vergevingsgezindheid. En soms ís het dat ook gewoon. Niemand is perfect, ook ik niet. Maar soms is het gewoon die oude angst in nette kleren, de angst om weer degene te zijn die niet gewenst is. Het verschil tussen de deugd en de angst is van buiten nauwelijks te zien. Diep van binnen weet ik het meestal wel.
Wat ik nu pas begin te zien, veel later dan ik zou willen, is dat de hele rechtszaak op vals bewijs rust. De aanklacht – ik had hier niet mogen zijn, is opgesteld voordat ik ook maar iets had gedaan. Door iemand die zich van mij afkeerde om redenen die in háár lagen, niet in mij. Een pasgeboren kind kan niets verkeerd doen. Er was nog geen “ik” om iets aan te mankeren.
En toch heeft dat vonnis een leven lang meegelift op een gezag dat het nooit had mogen krijgen. Ik heb er relaties op gebouwd, of beter gezegd: eronder. Ik heb er mensen mee vrijgesproken die dat niet verdienden, en mezelf mee veroordeeld terwijl ik niets had misdaan.
Ik weet nog niet hoe ik die stem het zwijgen opleg. De rechtszaak is nog niet voorbij. Misschien lukt dat nooit helemaal. Maar ik begin hem eindelijk te horen voor wat hij is, geen feit, maar een echo uit een heel ver verleden. En een echo, hoe lang hij ook naklinkt, blijft iets anders dan een waarheid.
Mijn advocaat voert een sterk verweer, deze keer niet voor vrijspraak van de ander, maar van mij.
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
De overtuiging dat je er niet mocht zijn die zin raakt me heel erg ….en dan dit gevoel heel je leven mee te dragen al .Maakt mij zo verdrietig dit doet pijn bij mij en ik kan bijna voelen hoe pijnlijk dit voor jou als jong meisje en al jaren de volwassen Vrouw Susan moet zijn deze overtuiging ffff zwaar. Verklaard inderdaad heel veel. Ik begrijp en voel je
Mijn steun en liefde heb je Maar ook zeker Je kracht en je inzichten heel indrukwekkend de liefde en steun die jij aan iedereen geeft en al gegeven hebt Stop Stop is genoeg Nu eerst aan jezelf de mooie Susan blijf in de spiegel kijken niet in een doolhof. Maar kom in mijn spiegel kijken en ik hoop dat je kan zien wat ik zie een mooie lieve zachte vrouw met de naam Susan dat gun ik jou .
Lieve jij ❤️ Dankjewel. Ik weet dat je dit niet zomaar schrijft en dat je het ook echt zo voelt. En misschien is dat juist wel een deel van wat ik nu moet leren: niet alleen weten dat iemand mij zo ziet, maar het ook een beetje durven binnenlaten. Dat lukt nog niet altijd, dat weet je inmiddels 😉 Maar ik hoor je wel. En ik bewaar jouw spiegel voorlopig gewoon even, misschien leer ik er langzaam wat vaker in kijken. Dikke kus ❤️