De Bijbel is geen kruiswoordpuzzel

Hoe lees je de Bijbel zonder vooral terug te vinden wat je zelf al dacht? Ik probeer tegenwoordig eerst te vragen wat er eigenlijk staat, voordat ik bepaal wat het voor mij betekent. Niet omdat ik overal aan wil twijfelen, maar omdat ik uit ervaring weet wat er kan gebeuren wanneer een menselijke conclusie wordt gepresenteerd als Gods waarheid.

De laatste tijd krijg ik af en toe berichten van mensen die de Bijbel aan het lezen zijn. Soms voor het eerst, soms opnieuw. Ik weet meestal niet vanuit welke achtergrond of overtuiging ze dat doen. Dat maakt mij ook niet uit. Ik vind het gewoon al mooi om te horen dat mensen zich realiseren dat er waarde zit in wat de Bijbel vertelt, en dat er dingen in staan waar mensen juist in deze tijd naar op zoek zijn: houvast, bodem, een anker.
Het zette me aan het denken over hoe ik zelf de Bijbel probeer te lezen.

Ten eerste: dit is geen handleiding, niet eens een poging daartoe. Ik ben geen theoloog en heb ook zeker geen aspiraties om dat te worden. Iedereen mag het van mij zelf bepalen, vrije wil. Het is alleen een weergave van hoe ík het probeer te doen. Dat ik dat nu zo doe, dat heeft een reden.

Waarom ik hier zo voorzichtig mee ben

Ik groeide op in een religieus systeem waarin de conclusies eigenlijk al vaststonden. Er was een uitleg, die uitleg was de waarheid, en vervolgens werden er teksten bij gezocht die bewezen dat die uitleg klopte. Paste een tekst daar niet zo lekker bij, dan was daar natuurlijk ook weer een uitleg voor, soms onder de noemer “voortschrijdend inzicht.” Zo kwam je uiteindelijk altijd weer uit bij dezelfde conclusie waarmee je begonnen was.
Wat je dan doet is eigenlijk niets anders dan bevestigen. Je leert er niets van. Maar dat is ook niet het doel dan.

Maar volgens mij is de Bijbel niet geschreven als een kruiswoordpuzzel: past het woord niet, dan proberen we gewoon een ander woord. Net zolang tot het past. Als de tekst niet past bij mijn conclusie, zou mijn eerste gedachte juist moeten zijn: misschien moet ik niet de tekst aanpassen, maar mijn conclusie.

Ik ben niet allergisch voor mensen met een overtuiging, dat bedoel ik niet, want die heb ik zelf ook. En ook niet voor uitleg, want zonder uitleg komen we nergens. Maar wel voor deze volgorde: eerst je conclusie presenteren als de waarheid, en daarna de Bijbel gebruiken om het te bewijzen.

En soms zijn de gevolgen daarvan helemaal niet theoretisch, maar worden ze zichtbaar op een intens verdrietige manier.

Jonathan, sweet little boy

Toen ik een jaar of tien was, zat er in onze gemeente een gezin met een klein jongetje. Zijn naam was Jonathan. Ik zie hem nog zo voor me. Een schattig ventje, altijd vrolijk, altijd lachen. Hij had een ernstige hartafwijking en moest geopereerd worden. Bij die operatie zou een bloedtransfusie onvermijdelijk zijn. Maar bloedtransfusies waren voor Jehovah’s Getuigen verboden. Niet omdat er ergens in de Bijbel iets over bloedtransfusies staat. Die bestonden toen nog helemaal niet. Er staan teksten in waarin staat dat mensen zich van bloed moeten onthouden. Binnen de organisatie was daaruit de conclusie getrokken dat je dus ook geen bloedtransfusie mocht ontvangen. Er werd niet gezegd: dit is onze uitleg. Er werd gezegd: dit is wat God zegt en hier moet jij je aan houden.
Voor zover ik het destijds als kind meekreeg, was er in Nederland geen mogelijkheid om hem zonder bloedtransfusie te opereren. In Amerika waren er wel artsen die zulke hartoperaties zonder donorbloed uitvoerden, maar daarvoor moest het gezin naar Amerika en dat kostte veel geld.
En geloof maar niet dat de organisatie dat even op tafel legde.

Het uiteindelijke gevolg: hulp kwam te laat voor Jonathan, en hij overleed als peuter.

Ik was zelf nog een kind, maar ik weet nog hoe verdrietig ik was. Dat lachende koppie ben ik nooit vergeten. Voor míj is altijd blijven hangen dat er een precious, onschuldig kind was gestorven, met nog een heel leven voor zich, mede op grond van een conclusie die als onbetwistbare waarheid van God was gepresenteerd.

En precies daar zit mijn probleem. Want er is nogal een verschil tussen wat er in een tekst staat en wat mensen vervolgens concluderen dat die tekst betekent. Dat verschil kan ontzettend belangrijk zijn. Soms zelfs letterlijk van levensbelang, dat blijkt.

Daarom krijg ik de kriebels als iemand zegt: “Het staat gewoon in de Bijbel.” Mijn eerste gedachte is dan: waar dan? En wat staat er precies? Wie zei het, en in welke context, voor wie was de boodschap die werd opgeschreven en in welke tijd? Niet omdat ik zo nodig moeilijk wil doen, maar omdat ik ooit heb gezien wat er kan gebeuren wanneer iemand die vragen niet meer stelt, of niet meer mag stellen.

De koning met het rode haar

Even een veel onschuldiger voorbeeld, dat ik zelf maar verzonnen heb, want dit ben ik absoluut nergens in de Bijbel tegengekomen. Stel dat er ergens staat: er was eens een koning, hij had rood haar, en hij werd geëerd door al zijn onderdanen. Veronderstel dat ik toevallig ook rood haar heb. Dan zou ik kunnen concluderen: zie je wel, mensen met rood haar horen geëerd te worden.
Alleen heb ik dan één probleem. Ik heb helemaal niet onderzocht wáárom die koning geëerd werd. Misschien was hij gewoon een goede koning. Misschien had hij zijn volk gered in een oorlog. Misschien deed dat rode haar er geen ene moer toe.

Er stonden twee dingen naast elkaar, en ik heb er zelf een verband tussen gelegd. Het lijkt knullig, als je het zo versimpelt, maar dat is het niet. Want dat is wat er met de Bijbel ook vaak gebeurt. Precies hetzelfde. Alleen zijn de gevolgen soms een stuk minder onschuldig dan een misverstand over rood haar.

We lezen een zin, pikken eruit wat ons aanspreekt, trekken er een conclusie uit, en gaan vervolgens op zoek naar andere teksten die die conclusie ondersteunen. En voor je het weet heb je niet onderzocht wat er staat, maar heb je de Bijbel gebruikt om te bewijzen wat je zelf al vond.

En toen kregen we social media

Wie een tijdje op sociale media rondkijkt tussen mensen die over de Bijbel praten, ziet hoeveel gesteggel er is. Over de rol van Israël in de wereld. Over de eindtijd. Over de opname. Over de doop. Over de sabbat. Over vrouwen in de kerk. Over wat wel of niet zondig is. Eerlijk? Over zo ongeveer ieder onderwerp waar twee Bijbelteksten en drie mensen voor te vinden zijn. En die zijn er altijd.

Meestal gaat het zo: iemand doet een uitspraak en zet er een Bijbeltekst onder, een ander roept dat het niet klopt en zet er twee andere teksten onder, nummer drie bemoeit zich ermee en voor je het weet vecht iedereen elkaar weer de tent uit. Dan staan er drie kampen tegenover elkaar die allemaal roepen dat zij gelijk hebben. De digitale hooivorken worden van stal gehaald en de brandstapels opgetuigd. Vermoeiend, dat onvermogen om met elkaar te praten en vooral naar elkaar te luisteren.

Nog zoiets waar we op social media slecht mee om kunnen gaan. Twee mensen kunnen serieus dezelfde Bijbel onderzoeken en verschillend uitkomen. Dat hoeft niet meteen te betekenen dat één van de twee liegt, of de Bijbel niet serieus neemt. Misschien leggen ze ergens een verband anders. Misschien laat de een een bepaalde tekst zwaarder wegen dan de ander. Misschien weten we bij sommige onderwerpen op dat moment gewoon minder zeker dan we zouden willen. En dan vind ik het veel interessanter om te vragen: waarom kom jij daar uit? Laat het mij zien.

Misschien hebben ze de teksten gewoon goed overgenomen of geciteerd. Maar daar heb ik als lezer niets aan. Ik weet nog steeds niet of de conclusie van wie dan ook klopt. En dan kom ik weer uit bij de vraag die ik het belangrijkst ben gaan vinden:

Hoe kom je precies van wat daar staat bij de conclusie die je nu trekt? Laat me de tussenstappen zien.
Want misschien staat stap één inderdaad letterlijk in de Bijbel, maar zijn stap twee, drie en vier conclusies die iemand er zelf aan heeft geknoopt. Dat betekent niet automatisch dat die conclusies verkeerd zijn, dat zeg ik niet, maar ik wil ze wel weten, en weten waarom ik die zou volgen als zijnde de juiste stappen. Zo kan ik leren.
Je kunt niet achter een hele redenering één versnummer zetten en daarmee alle tussenstappen automatisch Bijbels maken. Dan komt de koning met het rode haar weer het toneel op.

En veel teksten maken een conclusie nog niet waar

Je kunt zo ongeveer iedere overtuiging heel stevig laten klinken als je maar genoeg losse teksten achter elkaar zet. Maar veel losse teksten gebruiken betekent nog niet dat je de Bijbel recht doet.

Want wat stond er vóór, wat kwam erna? Wie zei het tegen wie, en waarom? Wat speelde er op dat moment? Wordt er op andere plekken in de Bijbel ook over gesproken?

Fun fact: de Bijbel is niet in één keer geschreven. De teksten zijn over vele eeuwen ontstaan en komen van tientallen schrijvers en redacteuren. Toch zitten er duizenden verbindingen tussen die verschillende boeken: latere schrijvers citeren eerdere, grijpen terug op dezelfde gebeurtenissen, en bouwen verder op woorden, beelden en thema’s. In een bekende database zijn alleen al 63.779 van zulke kruisverwijzingen in kaart gebracht.

Dat maakt het voor mij des te belangrijker om bij een tekst ook te kijken wat de rest van de Bijbel ermee doet. Dat vind ik interessantere vragen dan alleen: wat betekent deze tekst voor mij?
Die vraag is prima, uiteraard, maar liever niet als eerste. Mijn eerste vraag is steeds vaker: wat betekent deze tekst eigenlijk?

Want niet alles gaat over mij

Niet iedere belofte in de Bijbel was persoonlijk voor mij. Niet iedere opdracht was aan mij gericht. Niet iedere waarschuwing gaat over mijn situatie. Als iemand drieduizend jaar geleden tegen een bepaald persoon of volk iets zei, kan ik niet zomaar mijn eigen naam boven die zin zetten, of ervan uitgaan dat het ook voor mij geldt.
Misschien is er een principe dat ook nu nog geldt, waar ik iets over kan leren.
Maar dat moet ik eerst uitzoeken. Anders, ja hoor, daar is hij weer, de roodharige koning.

En dan komt tekst nummer elf

Dus ik ga zoeken, onderzoeken. Dat vind ik eigenlijk het belangrijkste. Stel dat ik een overtuiging heb en tien teksten vind die er prachtig bij passen. Hartstikke mooi. Ai, dan komt nummer elf, en die schopt mijn hele bouwwerk onderuit.
En Wat dan?
Ik kan hem gewoon negeren.
Of ik kan hem net zolang ombuigen, aanpassen, uitleggen tot hij alsnog in mijn systeem past.
Of ik kan denken: mmmmm, potverdrie. Misschien moet ik hier nog eens naar kijken.

De laatste lijkt me de eerlijkste optie, en daar leer ik uiteindelijk het meeste van, denk ik. Sterker nog, juist die teksten die niet lekker passen vind ik inmiddels het interessantst. Want als mijn overtuiging alleen overeind blijft zolang ik bepaalde teksten niet te nauwkeurig bekijk, dan heb ik geen sterke overtuiging. Dan heb ik mijn geloof in de waarde van het Woord van God gereduceerd tot iets wat ik alleen gebruik wanneer het mij uitkomt. Dat is voor mij geen serieus Bijbellezen. Niet mijn ding dus.

En dat is voor mij het grote verschil met vroeger. Toen moest een tekst uiteindelijk binnen het bestaande antwoord passen. Nu probeer ik een open positie in te nemen bij een vraag, met het risico dat ik het antwoord dat in mijn hoofd zit misschien moet veranderen. Dat is leren, voor mij.

Ik kan beginnen met: ik denk dat het zo zit. En na verder lezen eindigen met: nou. Blijkbaar toch niet. Niks mis mee. Als ik van tevoren al heb besloten wat eruit moet komen, heeft lezen weinig zin, en leren doe ik dan al helemaal niet. Dan ben ik alleen nog bewijsstukken aan het verzamelen, en herhaal ik uiteindelijk gewoon het mechanisme waar ik ooit vandaan kwam, alleen met een andere conclusie.

Ik lees zelf ook niet zonder gekleurde glazen in mijn bril

Nu weet ik ook wel dat ik de Bijbel niet lees alsof ik zelf een leeg vel papier ben. Want ik neem mezelf mee: mijn verleden, mijn karakter, alles wat ik al denk en geloof. Een blanco uitgangspunt van waaruit ik volkomen zuiver en zonder enige bril kan lezen, bestaat niet. Dus het gaat me ook niet om geen mening hebben. Dat kan niet eens.
Het gaat me erom dat ik mijn mening los genoeg vasthoud dat de schrift haar nog kan bijstellen. Dat ik niet zó stevig aan mijn eigen antwoord vastzit dat er niets meer bij kan.

Ik hoef het ook niet altijd te weten

Dat is ook een mogelijkheid. We lijken tegenwoordig overal meteen een mening over te moeten hebben. Maar soms lees ik iets en denk ik: ik snap wat er staat, maar ik weet nog niet hoe ik dit moet plaatsen. De ene keer te vroeg, als ik net wakker ben. De andere keer te laat, als ik te moe ben. Of gewoon: nu even niet.

Vragen stellen mag

Ik geloof niet dat vragen stellen een gebrek aan geloof is. Als iets waar is, hoeft het volgens mij niet beschermd te worden tegen vragen.
Dus vraag. Waarom staat dit hier? Wat betekende het toen? Waarom wordt dit gezegd?
Zit deze conclusie echt in de tekst, of heeft iemand hem er later aan vastgemaakt? Waar komt de uitleg eigenlijk vandaan, en wie zegt dat? Niet om het kapot te analyseren, maar juist omdat ik het serieus neem.

Eerst lezen, dan concluderen

Daar komt het voor mij uiteindelijk op neer.
Ik wil niet meer beginnen met mijn eigen antwoord en dan kijken of ik God zover krijg dat Hij het met een paar passende verzen ondersteunt. Dat heb ik in mijn leven genoeg gezien.
En ik heb gezien dat zoiets niet altijd zonder gevolgen blijft. Jonathan werd nog geen twee jaar. Zijn lach klinkt, drieënvijftig jaar later, nog altijd na in mijn hoofd.

Dus als iemand me vraagt wat volgens mij een eerlijke manier is om de Bijbel te lezen, is mijn antwoord eigenlijk heel simpel.

Vraag niet als eerste: wat zegt deze tekst mij?
Vraag eerst: wat zegt deze tekst eigenlijk?

En wees dan niet bang voor het antwoord.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *