Wat als het probleem helemaal niet in de politiek begint?

Ho, wacht even. Ik vraag niet op welke partij Jezus zou stemmen of dat we Hem op moeten nemen in de stemwijzer, alhoewel, daar ben ik dan eigenlijk weer wel voor. Geintje, dat begrijp je wel. Jezus voorleggen of Hij voor of tegen rekeningrijden is. Oké Suus, ho maar, laat je niet meeslepen in de absurditeit.

Toch vroeg ik mezelf vanavond iets af.

We hebben in Nederland, net als in veel andere landen, stevige discussies over immigratie, vluchtelingen, criminaliteit, armoede, discriminatie, bestaanszekerheid en de vraag hoeveel verantwoordelijkheid een overheid eigenlijk voor mensen moet dragen.

Voor vrijwel ieder probleem hebben we inmiddels een politieke oplossing of we bedenken er wel eentje. Meer regels. Minder regels. Strenger straffen. Meer preventie. Grenzen dicht. Grenzen open. Hogere uitkeringen. Lagere belastingen. Meer opvang. Minder opvang.

En iedere paar jaar kiezen we andere mensen die het vervolgens anders gaan regelen. Maar basically verandert er nooit echt iets. Wat mij betreft is politiek niet het antwoord op deze vragen. Maar ik wil wel graag antwoorden op die vragen. Dus de vraag blijft bij mij in de lucht hangen. Laten we een andere invalshoek verkennen:

Wat nou als een deel van de problemen die we zo graag politiek willen oplossen, helemaal niet in de politiek begint?

Stel dat Jezus tegenover me zat en dat ik gewoon met een kop koffie aan tafel een gesprek met Hem zou kunnen voeren

Mijn eerste gedachte aan zo’n gesprek ontstond eigenlijk door de discussie over immigratie. Want ik heb net zo goed twijfels en vragen en zie wat er gebeurt.

Ik begrijp heel goed dat mensen zich afvragen hoeveel nieuwkomers een land kan opvangen. Woningen zijn schaars, voorzieningen staan onder druk en de reden waarom men zich meldt bij de grens moet binnen een onder druk staand systeem gewogen worden. Tegelijkertijd vind ik het onverteerbaar om tegen iemand die werkelijk vlucht voor oorlog, vervolging of geweld te zeggen: jammer dan, zoek het maar uit. Dat is mijn persoonlijke mening.

En daar ergens begint voor mij de moeilijkheid.

Want stel dat Jezus tegenover me zou zitten en ik Hem zou vragen:

Heer, we moeten mensen helpen die werkelijk in nood zijn. Maar wat doen we met mensen die onze hulp misbruiken? Met iemand die bedriegt om ergens recht op te krijgen? Of met iemand die hier bescherming krijgt en vervolgens zelf anderen geweld aandoet?

Wat zou Hij antwoorden?

Ik kan natuurlijk een antwoord voor Hem verzinnen dat toevallig precies overeenkomt met mijn eigen politieke voorkeur.

Maar laat ik niet praten, altijd moeilijk haha, maar naar Hem luisteren.

Dus misschien moet ik niet beginnen met de vraag welke maatregel Hij zou kiezen. Jezus heeft ons geen asielwet gegeven. Geen strafmaat vastgesteld. Geen regeerakkoord geschreven.

Misschien moet ik een laag dieper.

Waar begint het probleem volgens Jezus?

In Marcus 7 zegt Jezus iets wat ik ongemakkelijk actueel vind. In een discussie over wat een mens rein of onrein maakt, verlegt Hij de aandacht van wat van buitenaf binnenkomt naar wat van binnenuit voortkomt. Uit het hart van mensen komen volgens Hem onder andere bedrog, hebzucht, hoogmoed, kwaad en nog veel meer ellende voort. (Marcus 7:20-23)

Daarmee zegt Hij niet dat omstandigheden of systemen er niet toe doen. Maar Hij lokaliseert een deel van het probleem wel op een plek waar geen regering ooit bij kan: in de mens zelf.

Een wet kan fraude verbieden, maar een wet kan iemand niet eerlijk maken.
Een rechter kan geweld bestraffen, maar een vonnis kan het verlangen naar geweld niet uit een mens halen.
Een overheid kan discriminatie verbieden, maar geen wetsartikel kan mij dwingen een ander werkelijk als gelijkwaardig mens te zien.
Een regering kan opvang organiseren, maar kan mij niet leren begaan te zijn met iemand die alles heeft verloren.

Politiek kan gedrag begrenzen en omstandigheden beïnvloeden. Maar politiek kan een mens niet van binnenuit veranderen.

En precies daar lijkt het werk van Jezus te beginnen.

De vreemdeling

Dat maakt de vraag over immigratie overigens niet gemakkelijker.

Jezus geeft me namelijk ook niet de luxe om de vreemdeling als categorie af te schrijven. In het verhaal van de barmhartige Samaritaan is degene die hulp verleent juist iemand uit een bevolkingsgroep waarop werd neergekeken. De vraag waarmee het verhaal begint is wie mijn naaste is. Jezus eindigt ermee te vragen wie zich als naaste heeft gedragen. (Lucas 10:25-37)

Dat verhaal zegt niets over open grenzen of over asielquota. Maar het haalt wel iets anders onderuit: het idee dat de afkomst van iemand mij ontslaat van verantwoordelijkheid wanneer diegene werkelijk voor mijn voeten ligt en hulp nodig heeft.

Dat vind ik nogal wat.

Want misschien is de eerste vraag dus niet:

Waar komt hij vandaan?

Maar:

Wat heeft deze mens voor hulp nodig?

Maar barmhartigheid is toch geen naïviteit?

Daar loop ik vervolgens tegen mijn oorspronkelijke vraag aan. Want wat als iemand helemaal niet hulpbehoevend is? Wat als iemand liegt, misbruik maakt of schade toebrengt aan anderen?

Moet barmhartigheid dan betekenen dat we maar wegkijken? Net doen of het er niet is? Dat zie ik Jezus nergens zeggen.

Een tekst die ik in dit verband interessant vind, is Mattheüs 10:16. Jezus stuurt Zijn leerlingen eropuit en zegt dat zij oprecht moeten zijn als duiven, maar ook bedachtzaam als slangen. Dat is een bijzondere combinatie. Geen achterdocht als houding, maar ook geen naïviteit. Een zacht hart hoeft niet gepaard te gaan met gesloten ogen.

Ook in Mattheüs 23 noemt Jezus drie zaken naast elkaar: recht, barmhartigheid en trouw. Niet alleen barmhartigheid, niet alleen recht. Kennelijk horen die dingen bij elkaar.

Dat betekent voor mij dat iemand die werkelijk vlucht voor geweld bescherming verdient. Maar het betekent niet dat iemand die zelf geweld pleegt geen verantwoordelijkheid draagt voor zijn daden.

Genade maakt kwaad niet goed.

En verantwoordelijkheid dragen maakt iemand niet minder mens.

En wie bepaalt dan wat rechtvaardig is?

Daar wordt het lastig.

Want zodra ik vraag welke straf iemand moet krijgen, wanneer iemand het land uitgezet moet worden of wanneer een verblijfsvergunning moet worden ingetrokken, ben ik weer terug bij wetgeving en politiek. Daar hebben we rechters en overheden voor. Ik bepaal die straf niet.

En Jezus heeft mij nergens een tabel gegeven waarin staat dat op misdrijf A straf B en uitzetting C hoort. Misschien hoeft dat ook niet.

Misschien is de vraag aan Jezus niet:

Welke straf moet deze persoon krijgen?

Maar eerder:

Wat moet in ieder geval overeind blijven, welke politieke keuze we ook maken?

De waarheid moet ertoe doen.
Werkelijke nood moet gezien worden.
Slachtoffers moeten beschermd worden.
Wie kwaad doet, draagt daar verantwoordelijkheid voor.
Barmhartigheid mag geen excuus worden om kwaad te negeren.
Maar rechtvaardigheid mag nooit een dekmantel worden voor wraak.

Daar kunnen regeringen verschillende wetten voor maken. Maar de maatstaf verandert daarmee niet. En belangrijker nog: met een wet verandert de mens zelf niet. Een wet kan mijn gedrag begrenzen en er consequenties aan verbinden wanneer ik een grens overschrijd. Maar zij kan niet bepalen hoe ik werkelijk naar een ander mens kijk.

Politiek kan orde maken

Misschien verwacht ik daarom ook niets van politiek. Politiek kan een samenleving bestuurbaarder maken. Maar dit is geen politieke discussie. Laten we het houden op dit: een samenleving bestuurbaarder maken is iets anders dan mensen goed maken.

Die twee verwarren we regelmatig.

We stemmen op een persoon of partij omdat die armoede gaat oplossen, criminaliteit gaat oplossen, polarisatie gaat oplossen of het migratieprobleem gaat oplossen.
Vier jaar later staan we opnieuw in dat hokje en proberen we het opnieuw met iemand anders, om vervolgens tot de conclusie te komen dat er vrij weinig veranderd is in de vier jaar die achter ons liggen. Misschien is dat wel omdat sommige problemen niet beginnen in Den Haag. Misschien beginnen ze veel dichterbij dan we denken of echt willen zien.

Jezus en macht

Dat vind ik ook interessant aan de manier waarop Jezus over macht spreekt.
In Marcus 10 wijst Hij erop dat machthebbers hun gezag over anderen laten gelden. Vervolgens zegt Hij tegen Zijn eigen leerlingen:

Zo moet het bij jullie niet zijn.

Wie groot wil zijn, moet dienen. (Marcus 10:42-45)

Dat is het tegenovergestelde van hoe wij gewoonlijk de verhouding tussen burger en machthebber ervaren.

Politiek gaat uiteindelijk altijd óók over macht:

Wie mag beslissen?
Wie krijgt de meerderheid?
Wie schrijft de wet?
Wie bepaalt waar het geld heen gaat?
Wie mag dwang gebruiken wanneer iemand zich niet aan de regels houdt?

Jezus zegt zelfs dat we aan de keizer moeten geven wat de keizer toekomt. (Marcus 12:17)

Maar Hij maakt de keizer nooit tot de oplossing van het menselijke probleem.

Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld

Tegen Pilatus zegt Jezus:

Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.
(Johannes 18:36)

Ik heb die woorden vroeger nogal eens opgevat alsof Jezus zei dat Zijn boodschap niets met deze wereld te maken heeft. Maar dat lijkt me inmiddels te simpel.
Hij zegt niet dat Zijn Koninkrijk niets dóét in deze wereld. Hij zegt dat het er niet vandaan komt.
Als Jezus spreekt over Zijn Koninkrijk, dan heeft Hij het over een Koninkrijk dat niet gebouwd is met dezelfde middelen waarmee aardse macht wordt vormgegeven.

Geen verkiezingscampagne.
Geen leger.
Geen meerderheid in de peilingen.
Geen coalitieakkoord.

Zijn Koninkrijk begint ergens anders.

Bij de mens.
Bij liefde voor God en de naaste.
Bij waarheid.
Bij vergeving.
Bij verantwoordelijkheid.
Bij barmhartigheid.
Bij rechtvaardigheid.

En uiteindelijk daar waar geen kabinet ter wereld bij kan:

bij het menselijk hart.

Misschien begint verandering ergens anders

En misschien is dat precies waarom Jezus geen politiek programma kwam brengen. Niet omdat recht, armoede, vreemdelingen, geweld of macht Hem niets konden schelen. Integendeel.

Maar omdat werkelijke verandering voor Hem niet begint bij een wet of een regering, maar bij onszelf.

Misschien moeten we dan niet alleen blijven vragen:

Wat moet de politiek doen?

Maar ook:

Wat kan en moet ik doen? Want over die eerste vraag kan ik eindeloos discussiëren, maar aan die tweede kan ik zelf iets doen.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *