Het verhaal begint in Genesis 37. Jozef is 17 jaar en ligt slecht bij zijn broers. Jakob trekt Jozef duidelijk voor boven zijn andere zonen en geeft hem een bijzonder gewaad. Daarbij vertelt Jozef zijn broers over dromen waarin zij zich voor hem neerbuigen. De verhouding verslechtert daardoor steeds verder. Uiteindelijk verkopen ze hem aan een passerende handelskaravaan.
Toen er Midianitische kooplieden voorbijkwamen, trokken en tilden zij Jozef uit de put en
verkochten zij Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten. Die brachten Jozef naar Egypte.
Genesis 37:28, HSV
Daar wordt hij verkocht aan Potifar, het hoofd van de lijfwacht van de Farao.
Jozef komt aan het hof van de farao
Genesis 39-41, HSV volgt vervolgens Jozefs leven in Egypte.
Jozef krijgt in het huis van Potifar steeds meer verantwoordelijkheid. Maar wanneer Potifars vrouw hem probeert te verleiden, weigert hij. Nadat hij voor haar vlucht en daarbij een kledingstuk achterlaat, gebruikt zij dat als bewijs voor een valse beschuldiging. Ze beweert dat Jozef haar heeft geprobeerd aan te randen. Wanneer Potifar haar beschuldiging hoort, wordt hij woedend en laat Jozef in de gevangenis zetten.
Daar legt hij dromen uit van twee dienaren van de farao. Wanneer de farao later zelf twee verontrustende dromen krijgt en niemand ze kan verklaren, wordt Jozef uit de gevangenis gehaald.
Jozef legt in Genesis 41 uit dat de dromen betrekking hebben op: zeven jaren van grote overvloed, gevolgd door zeven jaren van zware hongersnood.
Hij adviseert de farao om tijdens de goede jaren voedselvoorraden aan te leggen.
De farao stelt Jozef vervolgens aan als bestuurder over het land Egypte, waarbij alleen de farao zelf boven hem staat.
De hongersnood bereikt Kanaän
De voorspelde hongersnood komt inderdaad.
En niet alleen Egypte wordt getroffen. Ook Kanaän, waar Jakob met zijn gezin woont, krijgt ermee te maken.
1.Toen Jakob zag dat er koren in Egypte was, zei Jakob tegen zijn zonen: Waarom kijken jullie elkaar aan? 2.Verder zei hij: Zie, ik heb gehoord dat er koren in Egypte is; trek erheen en koop daar koren voor ons, zodat wij in leven blijven en niet sterven.
Genesis 42:1-2, HSV
Dan gaan tien broers naar Egypte. Benjamin blijft aanvankelijk bij Jakob thuis, omdat Jakob bang is ook hem kwijt te raken. Jozef is immers in Jakobs ogen al jaren dood.
En dan gebeurt precies wat Jozef als jongen had gedroomd: zijn broers verschijnen voor hem en buigen zich voor hem neer, zonder hem te herkennen.
Jozef herkent hen wel, maar zij herkennen hem niet
Dit beslaat Genesis 42-44 en is een behoorlijk groot familiedrama.
Jozef maakt zichzelf niet onmiddellijk bekend. Hij beschuldigt zijn broers ervan spionnen te zijn, ondervraagt hen over hun familie en ontdekt zo dat zijn vader nog leeft en Benjamin thuis is gebleven.
Hij eist dat ze Benjamin bij een volgende reis meenemen. Simeon blijft ondertussen in Egypte achter.
De broers keren dus terug naar Kanaän met voedsel, maar wanneer dat weer opraakt, moeten ze opnieuw naar Egypte. Ditmaal gaat Benjamin mee.
Dan maakt Jozef zich bekend
Na verschillende beproevingen komt het beslissende moment in Genesis 45.
Jozef kan zich niet langer beheersen en zegt tegen zijn broers:
“Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog?”
Genesis 45:3, HSV
Hij zegt dat zijn broers hem weliswaar verkocht hebben, maar dat God hem vóór hen naar Egypte heeft gezonden om levens te behouden.
Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven.
Genesis 45:5, HSV
Jozef laat zijn vader en de hele familie naar Egypte komen
Jozef vertelt zijn broers vervolgens dat de hongersnood nog vijf jaar zal duren. En met toestemming van de Farao laat Jozef zijn vader, zijn broers, hun kinderen, kleinkinderen, vee en bezittingen naar Egypte komen.
Jakob krijgt vóór zijn vertrek opnieuw een belofte van God
Jakob vertrekt niet zomaar omdat Jozef zegt: kom gezellig in Egypte wonen.
In Genesis 46 stopt hij bij Berseba en brengt offers aan God.
1.Israël brak op met alles wat hij had, en hij kwam in Berseba; daar bracht hij offers aan de God van zijn vader Izak. 2.En God sprak tot Israël door nachtelijke visioenen en zei: Jakob! Jakob! En hij zei: Zie, hier ben ik. 3.En Hij zei: Ik ben God, de God van uw vader; wees niet bevreesd om naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken. 4.Ik zal met u meetrekken naar Egypte en Ik zal u ook zeker doen terugkeren; en Jozef zal uw ogen sluiten. 5.Toen stond Jakob op en vertrok uit Berseba, en de zonen van Israël vervoerden hun vader Jakob, hun kleine kinderen en hun vrouwen op de wagens die de farao gestuurd had om hem te vervoeren.
Genesis 46:1-5, HSV
Voor ons onderzoek staat hier iets belangrijks. Jakob trekt met zijn familie naar Egypte, maar volgens de Bijbelse tekst is Egypte niet alleen een toevluchtsoord tijdens de hongersnood. God zegt tegen Jakob dat Hij hem daar tot een groot volk zal maken.
Tot nu toe hebben we Israël vooral gevolgd als persoon en als familie: Jakob krijgt de naam Israël en uit zijn twaalf zonen ontstaan de verschillende familielijnen. Nu wordt er opnieuw vooruitgekeken. De familie die Egypte binnentrekt, zal daar uitgroeien tot iets veel groters.
De hele familie verhuist naar Egypte
Genesis 46 beschrijft vervolgens hoe Jakob met zijn zonen, hun vrouwen, kinderen, kleinkinderen, vee en bezittingen naar Egypte trekt.
Genesis 46:27 komt in de Hebreeuwse tekst uit op zeventig personen van het huis van Jakob die met Egypte verbonden worden. Het gaat dus nog steeds om een betrekkelijk beperkte familie, niet om een volk van honderdduizenden mensen.
De familie krijgt toestemming om zich te vestigen in Gosen, en daar wonen Jakob en zijn nakomelingen terwijl de hongersnood voortduurt.
Daarmee is de vraag hoe de zonen van Jakob in Egypte terechtkomen eigenlijk beantwoord. En precies daar begint de volgende fase van het verhaal.
Van familie naar volk
Het boek Genesis eindigt met de familie van Jakob in Egypte. Maar wanneer het boek Exodus begint, verandert de schaal van het verhaal.
Jozef sterft. Zijn broers sterven. Ook de rest van die generatie verdwijnt.
Maar hun nakomelingen blijven zich vermenigvuldigen.
Exodus 1 beschrijft hoe de Israëlieten vruchtbaar worden, sterk in aantal toenemen en zo talrijk worden dat het land met hen gevuld raakt.
Wat Egypte binnenkwam als de familie van Jakob, begint daarmee uit te groeien tot het volk Israël.
En dat brengt ons bij de volgende vraag: hoe groeit deze familie in Egypte uit tot het volk Israël?
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.