Mijn Reis van Afkeer naar Geloof

Veertig jaar lang wilde ik niets van God weten. Tot Hij via mijn dochter mijn verharde hart openbrak.

Het lijkt bijna een gecoördineerde missie, mijn goede vriend Henri en ik, die allebei tegelijk met geloof bezig zijn. Maar dat is het niet. Een grappig detail is wel dat we, zonder dat we het van elkaar wisten, uit dezelfde religieuze hoek bleken te komen. Ik ben opgevoed als kind van een Jehova’s Getuige, hij had een aantal jaren bijbelstudie met hen gedaan. Toen we elkaar leerden kennen, wist geen van ons dat van de ander.

Onze houding tegenover de JG’s verschilde wel. Hij zag het als een geloof waar hij veel van geleerd had. Ik had er een veel negatiever beeld aan overgehouden. Maar ik had er dan ook letterlijk in geleefd, achttien jaar lang, en de manipulatie, het misbruik en het cherrypicken in de bijbel van dichtbij meegemaakt. Voor mij is het in de kern een geloof dat draait om het aanjagen van angst: angst voor vernietiging, voor de wraak van God op de ongelovige. En om het houden van controle over de schaapjes, met de meest idiote religieus verzonnen regels, geboden en vooral verboden. Hij kwam eruit met een positief gevoel, God zij dank. Ik kwam eruit met een afkeer van alles wat met God of geloven te maken had.

Veertig jaar lang wilde ik er niets van weten. Als je een goed mens bent, is dat genoeg, vond ik. En moest ik me na mijn dood toch verantwoorden, dan ging ik die strijd wel met Hem aan.

Die strijd. Nu ik het opschrijf begrijp ik pas hoe kortzichtig en belachelijk dat was, en ik schaam me ervoor. Alsof je met je hemelse Vader een strijd zou kunnen voeren. Laat staan dat Hij er een met jou zou willen uitvechten, met jou, een van zijn kinderen. Het is alsof je tegen je kind dat niet deed wat jij wilde zegt: ‘kom, we gaan even op de vuist om te kijken wie er gelijk heeft.’

Een paar jaar geleden begon mijn dochter zich voor de bijbel te interesseren. Door al mijn weerstand moest ik flink slikken toen ik dat merkte. Al mijn ingesleten ‘ja maar’-argumenten kwamen op tafel. En iedere keer legde zij me in alle rust uit waar mijn denkfouten zaten. Niet omdat zíj het zei, maar rechtstreeks, met de bijbel ernaast. Mijn woorden werden kleiner. En langzaam maakte mijn afkeer plaats voor een diepe bewondering, voor alle antwoorden die in de bijbel blijken te staan, op iedere vraag die ik maar kon bedenken.

Mijn afkeer van God maakte plaats voor dankbaarheid. Dankbaarheid dat Hij zijn zoon naar de aarde stuurde om zijn leven te geven, op de meest vreselijke en wrede manier die je je kunt voorstellen. Niet uit eigen gewin, maar omdat wij door dat onbaatzuchtige offer allemaal gered kunnen worden, onze zonden vergeven. Voor mij zegt Hij: ‘loop niet langer alleen door deze wereld, maar doe het samen met mij.’

En met Hem kan ik alles aan, omdat ik alles bij Hem mag neerleggen. Mijn zorgen, mijn vragen, mijn pijn, mijn verdriet, en ja, ook mijn twijfels over zoveel dingen die in de wereld gebeuren. Ik mag Hem vragen om anderen te vergeven die mij ooit gekwetst hebben, en ik mag Hem vragen om mij te vergeven als ik zelf uit de bocht vlieg. Waar ik ook mee zit, ik kan altijd direct bij Hem terecht.

En ook al lijken dingen soms zo oneerlijk, zo wreed of zo onzinnig, ik houd mijn ogen op HEM gericht, en op het voorbeeld dat Hij voor ieder mens was. Ik besef dat onze reis op deze aarde tijdelijk is en onze blik beperkt. Soms begrijp ik niet waarom dingen gebeuren, waarom ze je overkomen. En dat is oké, ook als ik daardoor in de war raak of vertwijfeld ben. Hij weet het. Hij weet dat alles gebeurt met een reden, met het oog op de eeuwigheid, op alles wat geweest is en alles wat nog komt. En in dat wat komt, als mijn leven hier ten einde is, stel ik mijn vertrouwen.

Ik probeer Hem oprecht te volgen, door me bij elke lastige situatie af te vragen: wat zou Jezus doen? Lukt me dat altijd? Nee, zeker niet. But He’s got my back. Hij is mijn anker in roerige tijden.

Ik ben ooit gedoopt, als JG, maar dat heeft voor mij geen enkele waarde. Een valse start, wat mij betreft. Nu ben ik op zoek naar waar ik me wél mee wil verbinden, naar welke kerk het dichtst bij het oorspronkelijke woord van God komt. Ik ben er nog niet uit. Maar dat die doop er komt, is net zo zeker als bij Dimitri. Want Hij wijst mij de weg, ik heb erom gevraagd. En op zijn leiding vertrouw ik, vandaag, morgen en de rest van mijn leven.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *