Het zijn nooit mijn schoenen

Over wat het met je doet als je opraapt wat het systeem laat vallen

Onlangs schreef ik over de schuldenindustrie : over het systeem, de prikkels, het toezicht dat alleen op papier bestaat. Dit stuk gaat over de andere kant. Niet over hen die direct het slachtoffer zijn van die industrie.
Dit gaat over mij. Want daar krijg ik weleens vragen over: hoe hou je dat vol?
Het antwoord is dat ik het soms niet weet. Ik doe wat ik doe omdat ik graag mensen vooruit help.
Maar het eerlijke antwoord is ook: dat doe ik soms met het water aan mijn eigen lippen.

Hoe het begon 4 jaar geleden

Ik heb ADHD, misschien had ik dat al eens verteld. Dat betekent dat ik nogal impulsief kan zijn en dan formuleer ik het voorzichtig. Dus vier jaar geleden zat ik te scrollen op X. De energieprijzen waren geëxplodeerd door de oorlog tussen Oekraïne en Rusland en ik kwam tweet na tweet tegen van mensen die serieus in paniek waren door torenhoge energierekeningen. Zo hoog dat er geen of niet voldoende geld overbleef om te eten.
Bam, daar was de ingeving: hier moet ik wat aan doen. Die mensen moeten eten, ik wil helpen.
Maar hoe? Dat was de vraag die direct daarna kwam uiteraard.
Er zijn vast mensen die extra maaltijden in hun vriezer hebben liggen, die ze op dit moment niet nodig hebben. Die mensen ga ik zoeken op X en dan stuur ik die maaltijden naar hen toe.
Tja zo simpel kan het werken in een ADHD hoofd.

De eerste bak macaroni

Op Telegram richtte ik een groep op. Ik vroeg op X mensen zich aan te sluiten bij deze groep als ze wilden helpen. Ik kwam vrijwel direct in contact met Henri. Henri was kok en had een vriezer met daarin een grote bak macaroni die hij spontaan aanbood. Dat was het begin van wat nu de stichting is.
Samen met Henri begon ik een burgerinitiatief op X. Maaltijden werden verstuurd, mensen werden geholpen. Een paar maanden later werden we officieel een stichting. De rest is historie.

De stichting HouVast bestaat nog steeds. Geen Linda Foundation, maar we doen wat we kunnen, met de middelen en de mensen die we hebben, voor de mensen die zich bij ons melden.
Geen duur pand, geen opslag, ja een paar vriezers voor de warme maaltijden van Henri.
We werken allemaal vanuit ons eigen huis en we doen het op een persoonlijke manier die ik nog nergens anders ben tegengekomen. Mensen zijn geen nummer bij ons, geen formulier, maar mensen met een eigen verhaal. En iedereen kan bij ons aankloppen voor hulp als het nodig is.

Dat betekent in de praktijk: persoonlijk contact met heel veel verschillende mensen in de meest uiteenlopende omstandigheden. Mensen die Chronisch ziek zijn. Mensen met mentale problemen.
Mensen die door levensveranderende omstandigheden tussen wal en schip zijn gevallen.
Mensen die murw zijn geworden door jarenlang in de vechtmodus gestaan te hebben en die het bijltje erbij neer gegooid hebben. Mensen die intens moe zijn, hun verhaal willen vertellen, om raad vragen of bepaalde problemen niet meer zelf op kunnen lossen.
Maar ook mensen die op bepaalde momenten niet goed hebben nagedacht over beslissingen en daardoor in de problemen zijn geraakt.

Van leven naar overleven

Wat al die mensen gemeen hebben: ze zijn van leven in de overlevingsstand terechtgekomen.
En dan gebeurt er iets wat buitenstaanders zich niet realiseren. De wereld om je heen wordt kleiner. Vrienden blijken ineens geen vrienden meer. Die ontlopen de confrontatie met de problemen binnen je liever dan de realiteit ervan te onderkennen. Soms uit onmacht omdat ze niet weten wat ze kunnen doen. Maar de consequentie is: jouw sociale kringetje wordt kleiner en kleiner.
Steeds minder mensen om mee te praten, geen geld om een avondje uit te gaan of een dagje weg met de kinderen, laat staan op vakantie. Het valt allemaal weg en je wereld wordt heel erg klein en benauwd.

Wat rest is de dagelijkse stress van het bodem-in-zicht-portemonnee syndroom zoals ik dat noem.
Je kind die vraagt of hij nog een boterham mag, of wat eten we vanavond terwijl jij staart in een lege koelkast en geen antwoord kan geven.
Al die stress hoopt zich op en zoekt een uitweg.
Slapen wordt een drama. En overstresst, oververmoeid en murw kom je dan misschien als eerste met mij in contact.

Ik praat met je van mens tot mens, zonder oordeel, net zoals ik hier schrijf.
Ik heb geen dubbele bodems. Geen werk en privé versie van mezelf.
En dat alleen al is voor degene aan de andere kant, achter de telefoon of computer, een verademing.
Want de vooroordelen kennen ze inmiddels wel: je zult het wel aan jezelf te wijten hebben, je kunt niet met geld omgaan. Oh en ook deze hoor je vaak onder onwetenden: niemand hoeft honger te hebben in Nederland.
Ik kan je verzekeren, dat is misschien ooit het geval geweest, maar die tijd is allang voorbij.
Met iemand praten die onbevooroordeeld is, dat opent een deur voor je.
Een deur om weer een klein beetje te vertrouwen te krijgen.
Om je verhaal kwijt te kunnen, je twijfels, je angsten.
En het feit dat ik toch op afstand zit geeft een vrijheid om te praten.
Ik zit op afstand, geen afkeurende blik tegenover je, geen,’ik moet op het matje komen’ gevoel.
Dus anoniem maar anders anoniem.

En dan de andere kant

Laat ik vooropstellen: ik doe dit voor andere mensen om redenen die ik eerder noemde. Maar het gaat ook mij niet in de koude kleren zitten. Geconfronteerd worden met dramatische situaties.
Huilende kinderen omdat er geen eten is. Panieksituaties de-escaleren. Soms iemand aan de lijn die aangeeft het letterlijk niet meer te zien zitten en vaag doet over ingenomen medicatie. Dan zit ik daar, hart bonkend in mijn keel, op afstand te beoordelen of dit een levensgevaarlijke situatie is en of ik actie moet ondernemen. Want ik wil geen vertrouwen beschamen maar ook niet dat iemand zichzelf iets aandoet.
Nadenken, afwegen en beslissen wat ik ga doen.
In het uiterste geval bel ik hulpdiensten. Het is meer dan eens voorgekomen.

Ik heb hier geen opleiding voor gedaan. Ben er met beiden voeten ingesprongen impulsief als ik kan zijn.
Ik ben geen psycholoog, geen maatschappelijk werker, geen bewindvoerder.
Ik ben gewoon ik, met een gereedschapskist gevuld met common sense en betrokkenheid, in plaats van stapels boeken met regels en protocollen.
En juist die betrokkenheid bij mensen nekt me vaak.
Want ik kan niet alles wegtoveren, ik heb geen toverstafje. Hoe graag ik het soms ook zou willen.
Hooguit kan ik, met een beetje geluk, verzachten, door te luisteren, zodat de ander het even kwijt kan.
Even kan decompenseren, even adem kan halen.

Weten dat er een kind naar school gaat met gaten in zijn schoenen, en geen geld hebben of krijgen om nieuwe te kopen. Ik hoor het aan, ik probeer mee te denken over een oplossing, maar het breekt iets in mij. Iedere keer weer. Een kind zonder winterjas in de kou naar school.
Kinderen zijn altijd mijn zwakke punt: zij hebben er nooit om gevraagd om in deze situatie terecht te komen.

Deze gesprekken gaan gewoon tussen de andere werkzaamheden door. De screeningen van de binnenkomende aanvragen, het samenstellen van voedselpakketten, de stroom van mails, de vragen, de telefoontjes, de social media, de fondsenwerving.
Het is continu schakelen, niet alleen in mijn rol als vrijwilliger met diverse taken, maar als mens.
Van de wanhoop, woede en frustratie die ik voel bij een schrijnende situatie, naar een net gesprek over een fondsenaanvraag. Een totaal andere energie, totaal andere toon, totaal andere emotie, totaal andere benadering en gedachtenstroom. Het is ontzettend vermoeiend.
Ik dank God op mijn blote knieën voor mijn ADHD-brein. Het schakelt snel, al drieënzestig jaar. Maar soms raken al die neuronen oververhit en branden de circuits door. Dan ben ik moe, zo moe.

En dat is dan alleen maar mijn werkdag. Maar ik heb ook een privé leven, als ik nog ergens tijd over heb.
Een eigen lichaam wat mankementen vertoond na 63 jaar, een partner, kinderen, kleinkinderen.
En connectie met de buitenwereld waardoor ook ik me bewust ben van alles wat er gebeurt om ons heen in de wereld. En natuurlijk word ik daar soms ook door geraakt, ik leef tenslotte niet in een vacuüm op een eiland in de Oceaan. Zou het soms wel willen overigens, met het zonnetje op mijn gezicht en een cocktail in mijn hand aan de rand van de zee.
Ik observeer en registreer. En wat ik zie om me heen is dat veel mensen iedere vorm van houvast kwijt zijn in deze vaak absurdistische upside-down wereld.
Ik meng me er doorgaans niet in, al die controversiële onderwerpen op social media, omdat het naar mijn mening geen zin heeft. ik heb wel een mening, ik zonder mening bestaat niet, maar ik voel niet de behoefte om die luidkeels te ventileren.

Schreeuwen en schelden achter een toetsenbord heeft nog nooit verandering gebracht en gaat ook nooit verandering brengen. In beweging komen wel, al is het op een postzegel.
Liefde overwint alles zegt de Bijbel. Haat brengt alleen destructie, niet alleen in de wereld, maar ook in jezelf.

Waarom ik toch iedere morgen mijn laptop weer aanzet

Dit is geen klaagzang. Ik kies hier zelf voor, elke dag opnieuw. Maar het is zwaar en stroperig, iedere dag weer, en mijn toch al continu uitgedaagde rechtvaardigheidsgevoel krijgt dagelijks een pak slaag.
Toch sta ik iedere morgen op, schenk koffie in, en zeg ik tegen mezelf: vandaag ga ik weer mooie dingen doen. En dan ben zo blij als een klein kind met iedere kleine overwinning op het systeem.
Als het me weer lukt om een paar schoenen voor een kind te regelen, met hulp van geweldige mensen binnen het netwerk, met het hart op de juiste plek. De mensen die mij inmiddels goed genoeg kennen om te weten dat ik niet zomaar om hulp vraag.

Want dat is misschien wel de kern van dit hele verhaal: het zijn nooit mijn schoenen.
Het is nooit mijn verjaardagstaart, nooit mijn fiets, nooit mijn koelkast, nooit mijn jas.
Sterker nog, meerdere daarvan zijn in mijn eigen geval aan vervanging toe.
Vrijwilligerswerk wordt niet uitbetaald in salaris, maar in de voldoening dat je een positief verschil maakt in het leven van een ander.

Al zou het mooi zijn als het systeem waarover ik vorige keer schreef, ophield met afwentelen wat het zelf hoort te dragen. Want de rekening van al dat falen komt nu terecht bij mensen die hem betalen in nachtrust, in energie, in doorgebrande circuits. Bij de mensen in nood voorop. En voor een deel bij iedereen die naast ze staat om ze te ondersteunen.

Maar morgen sta ik gewoon weer op. Mooie dingen doen.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *