Op social media en in de media in het algemeen vliegen die woorden de hele dag om je oren. Het is om gek van te worden. Mensen gooien die woorden te pas en te onpas door elkaar. Maar vraag eens door wat iemand daar nu precies mee bedoelt en het wordt al snel een stuk minder duidelijk.
Het zijn containerbegrippen geworden, net als complotdenker, fascist en nazi: woorden die zo gemakkelijk worden gebruikt dat ze steeds verder losraken van hun werkelijke betekenis.
En juist bij een onderwerp dat al zo beladen is, wordt dat gevaarlijk. Want wat is de werkelijke betekenis van deze Ik ga proberen het uit elkaar te trekken zodat we door de bomen weer het bos kunnen zien.
Wat bedoelen we eigenlijk met ‘Jood’?
Hier begint al een deel van de verwarring. Een Jood is niet simpelweg iemand die het Joodse geloof aanhangt. Joodse identiteit kan betrekking hebben op religie, afkomst, volk, cultuur en gemeenschap, en die elementen hoeven niet allemaal tegelijk aanwezig te zijn. Er bestaan bijvoorbeeld ook seculiere en atheïstische Joden die zichzelf volledig als Joods beschouwen.[1]
Dat is meteen belangrijk voor de rest van dit verhaal. Joods zijn zegt namelijk niet automatisch iets over iemands geloofsovertuiging, nationaliteit of politieke opvattingen.
Dus:
Jodendom = de religie.
Joden = mensen die behoren tot het Joodse volk/de Joodse gemeenschap, waarbij religie één onderdeel van die identiteit kan zijn
Israël is een land, niet “de Joden”
Wanneer we tegenwoordig over Israël spreken in politieke discussies, dan bedoelen we de staat Israël.[2]
Tenminste, dat zou normaal gesproken zo moeten zijn. En dat is iets anders dan het wereldwijde Joodse volk.
Een besluit van de Israëlische regering is dus niet hetzelfde als “wat de Joden hebben besloten”, net zomin als een besluit van de Nederlandse regering automatisch weergeeft wat iedere Nederlander vindt.
Een Israëliër is iemand met de Israëlische nationaliteit, een Israëlisch staatsburger.
Dat zegt op zichzelf niets over iemands religie. Er zijn Joodse Israëliërs, maar ook islamitische, christelijke en Druzische Israëliërs en mensen met andere achtergronden.
Dus:
Niet iedere Israëliër is Joods.
En verreweg niet iedere Jood ter wereld is Israëliër.
Dat klinkt bijna kinderlijk eenvoudig als je het zo opschrijft, maar op social media worden die twee voortdurend door elkaar heen gebruikt.
Dan het lastigere woord: zionisme
Het moderne politieke zionisme ontstond aan het eind van de negentiende eeuw.
Op het Eerste Zionistische Congres in 1897 werd vastgelegd dat het zionisme streefde naar een voor het Joodse volk publiekrechtelijk verzekerd thuis in Palestina.[3]
Binnen het opkomende zionisme werden Joden niet alleen gezien als een religieuze gemeenschap, maar ook als een volk of natie. Zionistische denkers meenden daarom dat Joden, net als andere volkeren in het nationalistische Europa van de negentiende eeuw, een eigen nationaal thuis moesten kunnen hebben.
Dat was echter geen opvatting die automatisch door alle Joden werd gedeeld. Ook binnen Joodse gemeenschappen bestond discussie en verzet tegen het zionisme.
Waarom kwamen zionistische denkers tot dit idee?
We splitsen het op in 4 punten:
- Joodse identiteit bleef bestaan ondanks de diaspora
Joodse gemeenschappen leefden al eeuwen verspreid over verschillende landen, maar behielden in veel gevallen een sterke eigen religieuze, culturele en historische identiteit. - Antisemitisme en vervolging bleven bestaan
Ook in landen waar Joden burgerrechten kregen, verdwenen discriminatie, uitsluiting en geweld niet. Voor zionistische denkers was dat een belangrijk argument dat volledige assimilatie geen afdoende bescherming bood. - Emancipatie bleek geen volledige oplossing
In de negentiende eeuw kregen Joden in verschillende Europese landen meer burgerrechten. Toch bleef de gedachte bestaan dat zij nooit volledig als gelijkwaardige burgers zouden worden geaccepteerd. - Nationalisme speelde een grote rol in die tijd
In negentiende-eeuws Europa groeide het idee dat volkeren een eigen nationale politieke vorm moesten kunnen hebben. Zionistische denkers pasten datzelfde denken toe op Joden als volk of natie.
Naast deze vier redenen speelde nog iets anders mee, iets van een andere orde: een oude verbondenheid met het land zelf.
De historische, religieuze en culturele verbondenheid met Israël en Palestina
- Historisch
De Joodse verbondenheid met het gebied gaat terug tot de oudheid. In de Hebreeuwse Bijbel en in historische bronnen komen de koninkrijken Israël en Juda voor, met Jeruzalem als belangrijk politiek en religieus centrum. Ook na veroveringen, ballingschap en diaspora bleef er door de eeuwen heen Joodse aanwezigheid in het gebied bestaan. - Religieus
Jeruzalem en het land nemen een centrale plaats in binnen het jodendom. De Tempel in Jeruzalem was het religieuze middelpunt van het oude Israël, en ook na de verwoesting van de Tweede Tempel in het jaar 70 bleef Jeruzalem een belangrijk richtpunt in gebed, liturgie en religieuze verwachting. - Cultureel en collectief
De herinnering aan Zion en Jeruzalem bleef ook buiten het land onderdeel van de Joodse identiteit. In gebeden, feestdagen en gebruiken werd die verbondenheid telkens opnieuw uitgedrukt. Daardoor bleef het land voor veel Joden niet alleen een plek uit het verleden, maar ook een belangrijk onderdeel van het collectieve geheugen. Die historische, religieuze en culturele verbondenheid verklaart waarom Palestina voor zionistische denkers een bijzondere betekenis had.
Maar verbondenheid met een gebied is nog niet hetzelfde als een vanzelfsprekend politiek recht op dat gebied. De stap van historische verbondenheid naar nationale soevereiniteit is een politieke redenering, waarover al vanaf het begin discussie bestond en die, zeker sinds de recente oorlog in Israël en Gaza, ook in Europa veel feller en polariserender is geworden. Juist in die verhitte discussie vliegen woorden als ‘zionist’ en ‘antisemiet’ tegenwoordig in de media als projectielen over en weer.
Daarbij speelt bovendien mee dat Palestina niet leeg was, maar werd bewoond door een overwegend Arabische bevolking met haar eigen geschiedenis, gemeenschap en aanspraken op het land.
Maar wie woonden er op dat moment in Palestina?
Aan het einde van de negentiende eeuw was Palestina geen onafhankelijke staat, maar onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Het gebied dat wij tegenwoordig grofweg met historisch Palestina aanduiden, was verdeeld over verschillende bestuurlijke districten, waaronder Jeruzalem, Nablus en Akko. Het woord Palestina werd wel gebruikt als geografische aanduiding.
De bevolking bestond in die periode in grote meerderheid uit Arabischsprekende moslims en christenen. Daarnaast bestonden er al eeuwen Joodse gemeenschappen, vooral in steden als Jeruzalem, Safed, Tiberias en Hebron. Het zou dus niet correct zijn om te zeggen dat Joden pas met het zionisme in Palestina verschenen.
Maar het is eveneens onjuist om het gebied voor te stellen als een vrijwel leeg land waarop alleen een verspreide Joodse bevolking hoefde terug te keren.
Over de precieze bevolkingsaantallen moeten we voorzichtig zijn. Negentiende-eeuwse Ottomaanse tellingen waren niet hetzelfde als onze moderne volkstellingen. Historici komen daardoor soms tot verschillende aantallen. Als grove indicatie wordt voor rond 1880 geschat dat er in het gebied dat later het Britse Mandaat Palestina zou vormen ongeveer 450.000 Arabieren en 25.000 Joden woonden.[4]
Vanaf 1882 veranderde die verhouding geleidelijk. Met wat later de Eerste Aliyah werd genoemd, kwamen Joodse immigranten, voornamelijk uit Oost-Europa, naar Palestina.
In deze periode ging het naar schatting om enkele tienduizenden mensen. Sommigen vestigden zich in bestaande steden, anderen stichtten nieuwe landbouwkolonies op aangekochte grond.[5]
Het zionistische streven richtte zich niet op een onbevolkt gebied. Er leefden al honderdduizenden mensen met hun eigen sociale, religieuze en culturele geschiedenis, terwijl er ook al lang vóór het politieke zionisme Joodse gemeenschappen aanwezig waren. Beide feiten kunnen tegelijk waar zijn.
Er bestaat niet één zionisme
Het woord zionisme wordt vaak gebruikt alsof het één duidelijk afgebakende politieke overtuiging is.
Dat is te simpel. Vanaf het ontstaan van de beweging ontwikkelden zich verschillende stromingen, die soms behoorlijk van elkaar verschilden over de vraag: hoe moet een Joods nationaal thuis eruitzien, hoe moet dat worden bereikt en welke rol spelen religie, politiek en territorium daarbij?
- Politiek zionisme
Verbonden met Theodor Herzl. De nadruk lag op het verkrijgen van internationale politieke en juridische erkenning voor een Joods nationaal thuis. - Cultureel zionisme
Legde minder nadruk op het zo snel mogelijk stichten van een staat en meer op het versterken van Joodse cultuur, taal en nationale identiteit. Vooral de heropleving van het Hebreeuws speelde daarin een belangrijke rol. - Socialistisch of arbeiderszionisme
Combineerde het streven naar een Joods nationaal thuis met socialistische idealen. Deze stroming speelde later een belangrijke rol bij de kibboetsbeweging en bij de opbouw van instellingen die na 1948 deel gingen uitmaken van de nieuwe Staat Israël. - Religieus zionisme
Verbond het nationale streven met religieuze overtuigingen. De terugkeer naar het land Israël kreeg binnen deze stroming daardoor niet alleen een politieke, maar ook een religieuze betekenis. - Revisionistisch zionisme
Ontwikkelde een sterker nationalistische koers en legde meer nadruk op Joodse politieke macht, veiligheid en territoriale aanspraken. Uit deze politieke traditie zijn later belangrijke partijen en bewegingen aan de rechterzijde van de Israëlische politiek voortgekomen.
‘Zionist’ zegt dus op zichzelf nog lang niet alles over iemands politieke overtuigingen. Twee mensen kunnen zichzelf allebei zionist noemen en tegelijkertijd zeer verschillend denken over grenzen, Palestijnse rechten, nederzettingen, religie, veiligheid en de manier waarop de Staat Israël bestuurd zou moeten worden.
Een goed voorbeeld van hoe breed het begrip zionisme kan zijn, zijn Netanyahu en Ben-Gvir.
Beiden bevinden zich aan de nationalistische rechterzijde van het zionistische spectrum en leggen veel nadruk op Joodse soevereiniteit, veiligheid en territorium. Toch staan zij politiek niet op exact dezelfde plaats.
Netanyahu staat via Likud duidelijk in de revisionistisch-zionistische traditie.
Ben-Gvir gaat op verschillende punten verder en combineert sterk nationalistische en religieus-zionistische opvattingen met ideeën uit het Kahanisme, een veel radicalere stroming.
Wie beiden simpelweg ‘zionist’ noemt, zegt dus iets, maar lang niet genoeg om te begrijpen waar zij politiek werkelijk voor staan. Binnen dezelfde brede ideologische familie kunnen de verschillen aanzienlijk zijn.
Het probleem is niet dat woorden als ‘zionist’ en ‘antisemiet’ niets betekenen. Juist wel.
Het probleem is dat ze zo vaak als etiket worden gebruikt dat hun betekenis steeds verder wordt opgerekt.
‘Zionist’ wordt dan een verzamelwoord voor alles wat iemand met Israël associeert, en ‘antisemiet’ soms al voor scherpe kritiek op Israël of het zionisme. En hoe vaker dat gebeurt, hoe meer ze aan werkelijke betekenis verliezen. En dat is gevaarlijk want, als zware woorden te gemakkelijk worden gebruikt, slijten ze af. Dan wordt het moeilijker om nog onderscheid te maken tussen politieke kritiek, ideologische afwijzing en daadwerkelijke haat tegen Joden.
Wat bedoelen we dan met antizionisme?
Net als bij zionisme bestaat ook bij antizionisme niet één enkele opvatting. In de meest algemene betekenis betekent antizionisme dat iemand het zionisme, geheel of gedeeltelijk, afwijst. De redenen daarvoor kunnen verschillen.
1. Afwijzing van een specifiek Joodse natiestaat
Sommige antizionisten verwerpen het idee dat Israël specifiek als Joodse staat moet bestaan. Zij pleiten bijvoorbeeld voor één seculiere of democratische staat waarin Joden en Palestijnen dezelfde politieke rechten hebben.
2. Afwijzing van nationalisme als uitgangspunt
Anderen hebben principiële bezwaren tegen nationalisme en vinden daarom ook dat een staat niet op de nationale identiteit van één volk gebaseerd zou moeten zijn. Hun bezwaar richt zich tegen het idee van een etnisch of nationaal gedefinieerde staat.
3. Afwijzing van het historische zionistische project
Er zijn ook antizionisten die vinden dat de stichting en ontwikkeling van Israël ten koste is gegaan van de Palestijnse bevolking en daarom het zionistische project zelf afwijzen. Hierbij spelen onder meer land, ontheemding, vluchtelingen en politieke rechten een rol.
4. Kritiek op bepaalde vormen van zionisme
Niet iedereen die zichzelf antizionist noemt, wijst het zionisme als geheel af. Soms richt de kritiek zich vooral op bepaalde stromingen of politieke uitwerkingen ervan, zoals religieus-nationalistisch zionisme, territoriale uitbreiding of de nederzettingenpolitiek.
Iemand kan daar fel tegen zijn en tegelijkertijd vinden dat Israël als Joodse staat mag blijven bestaan. In dat geval is er strikt genomen eerder sprake van kritiek op een bepaalde vorm van zionisme dan van antizionisme in de brede zin van het woord.
Kritiek op Israël maakt iemand niet automatisch antizionist. Iemand kan het bestaan van Israël als Joodse staat volledig ondersteunen en tegelijkertijd zeer kritisch zijn op Netanyahu, de oorlog in Gaza, nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever of andere keuzes van de Israëlische regering.
In discussies over Israël duikt ook regelmatig het argument op dat Joden Gods ‘uitverkoren volk’ zijn. Ook dat begrip wordt vaak gebruikt alsof daaruit automatisch politieke rechten, territoriale aanspraken of een rechtvaardiging voor het handelen van de moderne Staat Israël volgen.
In mijn eerdere artikel Uitverkoren is geen vrijbrief ben ik uitgebreider ingegaan op waarom ik die redenering te kort door de bocht vind.
Antizionisme is niet automatisch antisemitisme
Antizionisme en antisemitisme zijn niet hetzelfde.
Zionisme is een politieke en nationale ideologie.
Antisemitisme richt zich tegen Joden omdat zij Joods zijn.
Het afwijzen van een politieke ideologie betekent daarom niet automatisch dat iemand vijandig staat tegenover Joodse mensen.
Maar dat betekent niet dat antizionisme nooit antisemitisch kan worden.
De grens wordt bijvoorbeeld overschreden wanneer niet langer een politieke ideologie of de Staat Israël wordt bekritiseerd, maar Joden als groep verantwoordelijk worden gemaakt voor wat Israël doet.
Een paar voorbeelden:
“Ik ben tegen het Israëlische nederzettingenbeleid.” Dat is kritiek op beleid.
“Alle Joden zijn verantwoordelijk voor wat Israël doet.” Dat is iets anders. Dan wordt een hele bevolkingsgroep collectief verantwoordelijk gesteld.
Mijn conclusie
Gebruik woorden voor wat ze daadwerkelijk betekenen.
Een Jood is niet automatisch een zionist.
Een Israëliër is niet automatisch Joods.
Een zionist ondersteunt niet automatisch iedere beslissing van de Israëlische regering.
Iemand die kritiek heeft op Israël is niet automatisch een antizionist, en iemand die het zionisme afwijst is niet automatisch een antisemiet.
Wie iemand een zionist noemt, zou moeten kunnen uitleggen wat hij daarmee bedoelt.
Wie iemand een antisemiet noemt, zou moeten kunnen aanwijzen wat er precies antisemitisch is aan diens woorden. Een etiket is nooit een argument.
Juist bij onderwerpen waar emoties zo hoog oplopen, zouden we zorgvuldiger met taal moeten omgaan.
Anders worden woorden als zionist, antizionist en antisemiet uiteindelijk alleen nog wapens waarmee we elkaar het zwijgen proberen op te leggen.
Een woord dat alles kan betekenen wat degene die het uitspreekt op dat moment uitkomt, verliest steeds meer aan betekenis.
[1] Pew Research Center, Jewish Identity. In dit onderzoek wordt Joodse identiteit onder meer onderscheiden naar religie, afkomst en cultuur.
Bekijk het onderzoek bij Pew Research Center
[2] Het woord Israël heeft afhankelijk van de context verschillende betekenissen. In de Hebreeuwse Bijbel wordt Israël gebruikt als naam voor Jakob (Genesis 32:28), voor zijn nakomelingen en het volk Israël, en later ook voor het koninkrijk Israël. Na de splitsing van het koninkrijk wordt met Israël doorgaans het noordelijke koninkrijk bedoeld, tegenover Juda in het zuiden. In dit artikel bedoel ik met Israël, tenzij anders aangegeven, de moderne Staat Israël, opgericht in 1948.
[3] The Basel Programme, vastgesteld tijdens het Eerste Zionistische Congres in Bazel in 1897.
The Basel Programme, Wikisource
[4] Eran Kaplan & Derek J. Penslar, The Origins of Israel, 1882–1948
[5] National Library of Israel, The First Aliyah
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.