Een kruisje achter je naam

Ik ben gefascineerd door menselijk gedrag. Altijd al geweest. Waarom zijn we zoals we zijn? Hoe kijken we naar onszelf en hoe kijken anderen naar ons? Langs welke meetlat leggen we ons eigen gedrag, en langs welke dat van een ander? Ik vind het allemaal fascinerend.

Ik breng natuurlijk nog weleens wat tijd door op X en ik kan je vertellen: dat is een goudmijn als het gaat om menselijk gedrag. Soms zie je er het beste in mensen naar boven komen. Mensen die, zonder elkaar te kennen, geld inzamelen voor iemand die hulp nodig heeft, iets voor een ander regelen of massaal in actie komen omdat een ziek dier geld nodig heeft voor een operatie.

Helaas zie je veel vaker de andere kant. Uiteraard heeft dat ook te maken met de manier waarop algoritmes worden ingezet. Degene die het hardste schreeuwt, wordt het meest beloond. Nuance en gematigdheid krijgen geen bonuspunten op social media.
Soms vind ik dat best lastig, want al die negativiteit kan onder je huid kruipen als je niet oppast als je daar gevoelig voor bent. Ja, je kunt het negeren, maar het komt toch voorbij op je tijdlijn.
En ook als je zo’n bericht niet uitgebreid leest, hebben je hersenen die indruk allang geregistreerd.
Voor je het weet, lijkt de wereld een behoorlijk duistere plek geworden.

Maar op momenten dat er dan weer iets heel positiefs gebeurt, denk ik: zie je, we kunnen het wel.

Dan kan ik weer even opgelucht ademhalen en me realiseren dat er ook nog heel veel goede mensen rondlopen. En nee, dat is geen naïviteit. Ik denk dat het een bewuste keuze is.
Ik persoonlijk, heb het nodig om dat óók te zien, te lezen en te ervaren, zodat ik niet word meegezogen in die draaikolk van duisternis.

Omdat er momenteel zoveel gebeurt in de wereld en zekerheden steeds vaker wegvallen, zijn veel mensen op zoek naar houvast. Veel mensen vinden dat in religie. Op zich vind ik dat logisch. Geloof kan een sterke basis zijn. Als ik voor mezelf een algemene omschrijving zou moeten geven, dan is het deze: geloof geeft mij verklaring, richting en doel in mijn leven. En omdat ik probeer te leven naar wat God ons in de Bijbel heeft meegegeven en het voorbeeld van Jezus te volgen, maakt dat mij een christen.

Zo zijn er heel veel anderen die hun hoop eveneens in dat geloof hebben gevestigd. En omdat informatie over het christelijk geloof mij interesseert, zie ik op X regelmatig accounts voorbijkomen met een kruisje achter de naam en een Bijbeltekst in de bio. Dan ga ik lezen, in de hoop herkenning te vinden, elkaar misschien te ondersteunen of gedachten uit te wisselen. En zo nu en dan kom ik prachtige berichten tegen over Jezus of over het christelijk geloof. Maar ook heel vaak zie ik op diezelfde accounts iets heel anders: mensen die zichzelf nadrukkelijk christen noemen, maar hun tijdlijn tegelijkertijd vullen met minachting voor anderen.
En op de een of andere manier wringt dat bij mij.

Mensen die elkaar afbranden en veroordelen. Die nauwelijks nog geïnteresseerd lijken in wat iemand werkelijk zegt zodra duidelijk is tot welk kamp diegene behoort. Eén woord, één politieke voorkeur, één religie of één mening kan voldoende zijn om iemand volledig af te schrijven.

Niet omdat ik denk dat christenen altijd aardig moeten zijn. We leven niet in fantasyland. Er gebeuren vreselijke dingen in de wereld en daar mag je kritiek op hebben, je tegen uitspreken of je tegen verzetten.

Ook niet omdat ik zelf nooit een hard oordeel heb of nooit iets lelijks over iemand denk of zeg. Ook mij is niets menselijks vreemd, dus laat ik vooral niet doen alsof er boven mijn hoofd permanent een aureooltje hangt.

Maar er is volgens mij iets anders aan de hand.

Geloof als legitimatiebewijs

Geloof kan een spiegel zijn. Maar het kan ook een identiteitsbewijs worden.

Als ik het als spiegel gebruik, dwingt het mij om naar mezelf te kijken. Naar mijn eigen gedrag, mijn eigen tekortkomingen, mijn eigen hoogmoed.
Dan is de vraag niet in de eerste plaats: wat doet die ander verkeerd?
Maar: wat vraagt mijn geloof van mij?
Als geloof een identiteitsbewijs wordt, werkt het anders. Dan wordt het iets waarmee ik mezelf positioneer: ik ben christen, dus ik behoor tot de goede groep.
Mijn normen zijn de juiste normen, mijn waarden zijn de juiste waarden en mijn kamp verdedigt het juiste.
En ik denk dat zodra geloof dát voor mij wordt, het zelfs kan gaan dienen als een soort moreel legitimatiebewijs.
Niet langer een spiegel waarmee ik naar mezelf kijk, maar een stempel waarmee ik anderen sorteer.

Ik en zij.
Goed en fout.
De gelovigen en de ongelovigen.
De beschaafden en de barbaren.
En opvallend genoeg bevindt degene die de stempel vasthoudt zichzelf vrijwel altijd aan de goede kant.

Kritiek is geen minachting

Laten we een voorbeeld nemen, iets wat ik zelf registreer in mezelf.
Ik heb kritiek op de islam. Ik heb kritiek op islamisme, op religieus fanatisme, op mensen die vinden dat hun religieuze voorschriften aan anderen moeten worden opgelegd en al helemaal op mensen die daarvoor geweld gebruiken. Daar hoef ik geen millimeter van terug te nemen.

Maar dezelfde maatstaf moet gelden wanneer er een kruis boven hangt.

Ook de christelijke geschiedenis kent meer dan genoeg voorbeelden van wat er gebeurt wanneer mensen ervan overtuigd raken dat God hun kamp heeft uitgekozen en dat hun overtuiging daarmee hun handelen rechtvaardigt. Denk aan religieuze vervolgingen, de Inquisitie en het geweld tijdens de Kruistochten. Historische gebeurtenissen met verschillende achtergronden en oorzaken, zeker.
Maar ook gebeurtenissen waarbij religie werd gebruikt om macht en geweld te rechtvaardigen.

Fanatisme wordt niet minder fanatiek omdat het uit mijn eigen religieuze traditie komt.

En je kunt tegelijkertijd kritiek hebben op een religie of ideologie én weigeren de mensen die haar aanhangen te verachten. Dat onderscheid lijkt tegenwoordig nogal eens zoek.
Er is een wereld van verschil tussen: “Ik vind deze leer onjuist en het gedrag gevaarlijk” en: “Kijk eens wat voor mensen dát zijn.”

Het eerste is een oordeel over een overtuiging of over gedrag.
Het tweede maakt van mensen een moreel inferieure buitengroep.
Voor mij ligt daar het kantelpunt: bij de minachting die uit die tweede houding spreekt.

Omdat ik mezelf een spiegel probeer voor te houden, laat ik het woord liever aan Hem die ik probeer te volgen.

Jezus was opvallend lastig voor de ‘deugdzamen’

Juist daar wordt het christendom soms behoorlijk ongemakkelijk. Want als ik lees wat Jezus leerde, zie ik niet iemand die zijn volgelingen een comfortabele positie boven de rest van de mensheid gaf. Integendeel.

In Mattheüs 7 waarschuwt Hij mij voor het gemak waarmee ik de splinter in het oog van een ander zie, terwijl ik de balk in mijn eigen oog mis. Ouch, de meetlat moet blijkbaar eerst naar binnen wijzen.

In Lucas 18 vertelt Jezus over een farizeeër en een tollenaar. Hij richt zich daar tot mensen die overtuigd waren van hun eigen rechtvaardigheid en op anderen neerkeken.
De farizeeër staat te bidden en dankt God dat hij niet is zoals die andere mensen.
Religieuze overtuiging, morele superioriteit en minachting in één scène.
En Jezus maakt juist hém niet tot het voorbeeld.

Dat vind ik misschien wel een van de confronterendste dingen in het evangelie.
Ik kan blijkbaar zelfs God gebruiken om mezelf boven een ander te verheffen.

En als Jezus hier morgen zou staan?

Soms stel ik mezelf die vraag. Serieus. Wat zou Hij zeggen als Hij hier morgen letterlijk zou staan en om zich heen zou kijken naar zijn volgelingen?
De enorme tegenstellingen tussen islam en christendom.
Met aanslagen gepleegd in naam van religie.
Met vervolging van christenen.
Met islamitisch fundamentalisme.
Met angst voor immigratie en culturele verandering.
Met oorlog, polarisatie en mensen die elkaar online dagelijks de maat nemen.

Wat zou Hij zeggen? Eerlijk? Ik weet het niet.
De islam bestond tijdens zijn leven niet. Onze staten, grenzen, democratieën en maatschappelijke verhoudingen bestonden toen ook niet.
Het was in veel opzichten een totaal andere wereld dan de onze.
Eigenlijk hebben beide werelden maar één ding gemeenschappelijk: in beide werelden liepen mensen rond.

Maar we hebben wel de Bijbel, en die is mijn leidraad. Daaruit blijkt bepaald niet dat Jezus vond dat overtuigingen er niet toe doen. Hij kon buitengewoon scherp zijn over waarheid en verkeerd gedrag.

Dus nee, ik denk niet dat zijn boodschap zou zijn: Doe maar wat, alles is prima en iedereen heeft op zijn eigen manier gelijk.
Maar ik kan me net zo min voorstellen dat Hij zich zou aansluiten bij: Wij zijn de christenen, dus wij zijn de goede mensen en zij zijn de slechte.
Daarvoor waarschuwde Hij zijn eigen religieuze omgeving veel te vaak.Wie is eigenlijk je naaste?

Neem alleen al het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Joden en Samaritanen stonden religieus en maatschappelijk tegenover elkaar.
En wie kiest Jezus uit om de barmhartige mens in zijn verhaal te zijn?
De man van de andere groep.
Dus niet degene met het juiste religieuze visitekaartje, maar degene die voor de gewonde vreemdeling zorgt.

De vraag wordt daarmee ongemakkelijk persoonlijk voor mij.
Het is niet: Tot welke groep behoor ik?
Maar: Hoe behandel ik degene die ik zie als ‘de ander’?

En dan doet hij er nog een schepje bovenop.
Hij zegt zelfs dat zijn volgelingen hun vijanden moeten liefhebben.
Niet alleen mensen die aardig tegen hen zijn.
Niet alleen andere christenen.
Niet alleen mensen met dezelfde normen, dezelfde politieke voorkeur of dezelfde achtergrond.
Maar zelfs de vijand.
Ik vind dat niet echt een makkelijke opdracht. Maar misschien is dat ook wel de bedoeling.

Een kruisje achter je naam in je bio is gemakkelijk

Een kruisje achter je naam zetten is makkelijk. Een Bijbeltekst plaatsen is makkelijk. Een christelijke oneliner plaatsen met een mooi plaatje is makkelijk. Naar een christelijke bijeenkomst gaan en samen met duizenden gelijkgestemden worshipmuziek zingen, kan denk ik een prachtige ervaring zijn, al is het bij mij tot nu toe bij YouTube gebleven.
Maar geen van die dingen zegt automatisch iets over hoe ik reageer wanneer ik tegenover iemand sta die ik niet begrijp, of met wie ik fundamenteel van mening verschil.
Daar wordt het spannend. Want hoe spreek ik over die persoon wanneer hij niet bij mijn groep hoort?

Hoeveel menselijkheid gun ik iemand met een overtuiging die ik verafschuw?
Kan ik fout gedrag hard veroordelen zonder de mens tot minderwaardig wezen te verklaren?
Kan ik zeggen: “Ik geloof dat wat jij doet verkeerd is”
zonder erachteraan te denken: “…en daarom ben ik beter dan jij”?
Want het laatste is precies het punt waarop geloof volgens mij ophoudt een spiegel te zijn maar over gaat in een identiteitsbewijs, een keurmerk.

Aan hun vruchten

Jezus gebruikte zelf een opvallend eenvoudige maatstaf: een boom wordt aan zijn vruchten herkend. Misschien hoef ik het daarom helemaal niet zo ingewikkeld te maken. Een kruisje achter mijn naam zegt wie ik zeg te volgen.
Maar hoe ik daadwerkelijk met andere mensen omga, zegt een stuk meer. Dat betekent niet dat ik als christen geen grenzen mag stellen, geen kritiek mag hebben of alles moet accepteren.
Het betekent wel dat mijn geloof mij geen hogere plaats op de menselijke ranglijst geeft.
Als mijn geloof mij vooral helpt om de fouten van anderen beter te zien, maar nauwelijks iets doet met mijn eigen hoogmoed en mijn eigen vermogen tot barmhartigheid, dan moet ik misschien niet als eerste naar die ander wijzen. Misschien moet die meetlat dan maar helemaal terug naar binnen.
Behandel mensen zoals Jezus jou behandelt. Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk is het misschien wel een van de lastigste opdrachten.

Want wanneer ik mijn geloof vooral gebruik om mijn eigen groep tot de ‘goeden’ te verklaren en anderen als minderwaardig weg te zetten, is er uiteindelijk weinig christelijks meer aan.

Dan wordt christelijk geloof uiteindelijk niet meer dan tribalisme met een kruisje in de bio.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *