Een boom, wat linten en een paar duizend jaar religie

Wat geloofden mensen eigenlijk vóór het christendom?

Ik kreeg gisteren de vraag: welke religies waren er eigenlijk vóór het christendom?
Ik moet met het schaamrood op mijn kaken erkennen dat geschiedenis nooit zo mijn ding was dus eigenlijk stond ik met mijn mond vol tanden. Mijn eerste gedachte was: het jodendom natuurlijk. Ik durfde het niet te zeggen omdat ik dacht dat het misschien wel fout was. Dus ik zei lachend: “Toen dansten ze rond een boom met linten of zo?” Een historisch iets minder verantwoorde bijdrage, maar wel leuk

Grappig genoeg zat er zelfs nog een héél klein beetje waarheid in mijn zéér vrije interpretatie.
In verschillende oude Europese religieuze tradities speelden bomen en heilige bossen een rol. Maar nee, er bestond natuurlijk niet één grote prechristelijke oerreligie waarin iedereen gezamenlijk met linten rond een boom huppelde. Dat even terzijde.

Tijd om dat iets beter uit te zoeken.

Hoe ver moeten we eigenlijk terug?

Veel verder dan ik gisteren op dat moment kon verzinnen. Mijn eerste bruikbare antwoord was nog: het jodendom. Daarna kwam de boom met linten, dus vanaf dat moment zakte het wetenschappelijke niveau tijdelijk wat weg.
Maar als je echt gaat kijken, blijkt dat religie al veel ouder is dan het christendom en ook veel ouder dan het jodendom zoals wij dat kennen.
We kunnen zelfs terug naar een tijd waarin mensen nog helemaal niets opschreven. Geen heilige boeken, geen geloofsbelijdenissen, geen “veelgestelde vragen”-pagina van de plaatselijke tempel.

Wat we wel vinden, zijn bijvoorbeeld graven waarin mensen bewust voorwerpen bij hun doden hebben gelegd en plaatsen waarvan archeologen vermoeden dat ze een rituele functie hadden.
En daar begint meteen het probleem. Een archeoloog kan zien dat iemand 30.000 jaar geleden iets heel bewust heeft neergelegd naast een overleden familielid. Maar die persoon heeft helaas geen briefje achtergelaten met:

“Voor gebruik in het hiernamaals. Niet vaatwasserbestendig.”

Dus we kunnen vaak wel zeggen: hier gebeurde iets wat waarschijnlijk rituele of religieuze betekenis had, maar wat mensen precies geloofden, weten we meestal niet.

Pas wanneer mensen gaan schrijven, krijgen we veel meer houvast.

Vanaf grofweg 3500 voor Christus verschijnen in gebieden als Mesopotamië en Egypte steeds meer geschreven bronnen over goden, tempels, offers, priesters en verhalen over hoe de wereld en de mens zijn ontstaan. En toen besefte ik dus dat ik met mijn boom met linten inmiddels een paar duizend jaar te laat was aangekomen.

Het kan verkeren

De eerste religies waar mensen zelf iets over opschreven

Als we eenmaal in de wereld van schrift terechtkomen, wordt het ineens een stuk makkelijker. Niet eenvoudig, want mensen uit 3000 voor Christus hadden nog steeds niet de beleefdheid om hun complete geloofssysteem voor mij overzichtelijk in een WordPress-artikel te zetten, maar we krijgen tenminste woorden. 😄 We reizen in gedachten naar Mesopotamië.

Een van de eerste plaatsen waar we veel geschreven religieuze teksten vinden is Mesopotamië, het gebied tussen de Eufraat en de Tigris, grofweg het huidige Irak en delen van de omliggende landen. Daar ontstonden al rond 3500–3000 voor Christus steden en schriftculturen. De Sumeriërs, en later onder andere Akkadiërs, Babyloniërs en Assyriërs, leefden in een wereld waarin religie overal doorheen liep. En één God? Nee, zo ver waren we nog lang niet.

Er waren goden voor de hemel, de zon, de maan, water, vruchtbaarheid, liefde, oorlog en ongeveer alles waarvan een mens kon denken: hier heb ik zelf onvoldoende controle over, laat ik er voor de zekerheid een god bij betrekken. Beter mee verlegen dan om verlegen toch?
Steden hadden vaak hun eigen beschermgod. Tempels waren niet alleen religieuze gebouwen, maar speelden ook een belangrijke rol in het economische en maatschappelijke leven. Er waren priesters, offers, rituelen en feesten.

De goden waren bovendien niet altijd die serene, liefdevolle figuren die wij misschien bij het woord ‘god’ voor ogen hebben. In de verhalen konden ze boos worden, ruzie maken, jaloers zijn, mensen bevoordelen en elkaar behoorlijk in de haren vliegen.

Kortom: een familiefeest, maar dan met bovennatuurlijke bevoegdheden.

Bekende goden waren bijvoorbeeld Anu, verbonden met de hemel, Enlil, een belangrijke god van wind en gezag, Enki, verbonden met water en wijsheid, en Inanna, godin van onder andere liefde en oorlog. Wat mij vooral opviel: religie was daar niet iets wat je op zondagmorgen even deed. De goden maakten deel uit van de verklaring voor hoe de wereld werkte, waarom oogsten lukten of mislukten, waarom koningen regeerden en waarom rampen gebeurden. De grens tussen religie, bestuur, natuur en dagelijks leven, bestond nauwelijks. Met andere woorden: we waren nog maar net begonnen en ik zat al tussen tempels, offers en een complete goddelijke bestuurslaag en mijn boom met linten was inmiddels definitief uit beeld verdwenen.

En dan Egypte…

We maken even een sprongetje naar Egypte want tegelijkertijd ontwikkelde zich langs de Nijl nog zo’n religieuze wereld die duizenden jaren zou blijven bestaan. En als Mesopotamië al behoorlijk veel goden had, deed Egypte beslist geen poging om de administratie eenvoudiger te maken. 😄

Egypte: als je doodgaat begint het papierwerk pas echt

Terwijl in Mesopotamië complete godenfamilies druk waren met hemel, water, oorlog en vruchtbaarheid, ontwikkelde zich langs de Nijl een religieuze wereld die minstens zo indrukwekkend was. De oude Egyptenaren kenden veel goden, vaak met heel verschillende functies. En omdat Egyptische religie zich over duizenden jaren ontwikkelde, veranderden rollen en verhalen ook nog eens voortdurend.

Wat bekendere namen zijn bijvoorbeeld Ra, verbonden met de zon, Osiris, sterk verbonden met dood en wedergeboorte, Isis, Horus, Anubis en Thoth. En ja, sommige kregen een menselijk lichaam met een dierenkop.
Daar moet je als moderne lezer even doorheen. Er zit nogal wat symboliek in.
Een jakhalskop betekende niet automatisch dat iemand ergens een buitengewoon intelligente hond tot god had uitgeroepen. Dierlijke kenmerken konden eigenschappen van een god zichtbaar maken. Zo werd Anubis, die verbonden was met begrafenisrituelen en de dodenwereld, vaak met een jakhalskop afgebeeld. Die Egyptenaren hadden er wel goed over nagedacht natuurlijk.

De dood was bepaald niet het einde

Wat bij Egypte onmiddellijk opvalt, is hoeveel aandacht er uitging naar wat er na de dood gebeurde. De Egyptenaren geloofden niet simpelweg: dood is dood, zand erover, no pun intended. Letterlijk zand erover gebeurde natuurlijk regelmatig, maar religieus gezien begon daarna pas een behoorlijk traject.
Het lichaam werd zorgvuldig behandeld en in bepaalde perioden gemummificeerd, graven werden voorzien van voorwerpen en teksten en men dacht uitgebreid na over het voortbestaan van de mens na de dood. Fascinerend. En daar hoorde uiteraard ook een oordeel bij. In bekende voorstellingen wordt het hart van een overleden persoon gewogen tegenover de veer van Maät, symbool van waarheid, orde en rechtvaardigheid. Was alles in orde, dan kon de overledene verder. Zo niet, dan stond er volgens sommige voorstellingen een wezen genaamd Ammit klaar: half krokodil, half leeuw, half nijlpaard. Dat was voor het geval de dood zelf nog niet genoeg indruk maakte.

Farao: koning én religieus figuur

Ook hier liepen geloof en bestuur volledig door elkaar. De farao was niet simpelweg een politicus die toevallig op feestdagen naar de tempel ging. Hij had een centrale religieuze functie en was verbonden met de goddelijke orde. Tempels waren enorme instellingen met priesters, land, voedselvoorraden en economische macht. Offers en rituelen moesten helpen de juiste orde tussen goden, natuur en samenleving in stand te houden.

Het idee achter Maät is daarin belangrijk: orde, waarheid, gerechtigheid en evenwicht tegenover chaos.

Dat vind ik eigenlijk interessant. Religie ging dus niet alleen over de vraag “welke god moet ik tevreden houden?”, maar ook over een veel groter idee: de wereld heeft een bepaalde orde en die moet onderhouden worden. En terwijl ik dit zit uit te zoeken, begint mijn oorspronkelijke antwoord van “iets met een boom en linten” steeds gênanter te worden.😄 We zijn inmiddels duizenden jaren vóór Christus en mijn linten waren duidelijk ondergekwalificeerd.

Maar ondertussen gebeurde er op andere plaatsen ook van alles

Want Mesopotamië en Egypte waren natuurlijk niet de enige plekken waar mensen religieuze ideeën ontwikkelden. Verder naar het oosten ontstonden tradities die vandaag de dag nog steeds bestaan. En daar wordt de vraag “welke religie is eigenlijk het oudst?” ineens een stuk ingewikkelder

Religies die het christendom eeuwen vóór waren

We reizen door naar India. Als we naar India gaan, gebeurt er iets interessants. We komen nu niet alleen terecht bij oude religieuze tradities, maar bij tradities die vandaag de dag nog steeds bestaan. De oudste lagen vinden we in de Vedische religie, genoemd naar de Veda’s: oude religieuze teksten die vanaf grofweg 1500 voor Christus werden overgeleverd.
Die vroege Vedische religie zag er niet precies uit zoals het hindoeïsme van nu. Er waren rituelen, offers en goden zoals Indra, Agni en Varuna. Vooral offers speelden een belangrijke rol in de verhouding tussen mensen en goden.
Dus nee, ook hier geen lintenboom.😄

Wel vuur, heel veel vuur.🔥

Agni, de vuurgod, had namelijk een belangrijke functie bij offers. Het vuur vormde als het ware de schakel tussen mensen en goden: wat geofferd werd, bereikte via het vuur de goden.
En eerlijk gezegd vind ik dat ergens ook wel logisch bedacht. Als je iets naar boven wilt sturen en je hebt nog geen internet, dan is rook best een redelijke eerste poging. Je moet tenslotte creatief omgaan met je mogelijkheden.

Van Vedische religie naar hindoeïsme

Door de eeuwen heen veranderde en ontwikkelde die religieuze wereld zich sterk. Nieuwe ideeën kwamen op de voorgrond, zoals karma, samsara, de kringloop van geboorte en wedergeboorte, en moksha, bevrijding uit die kringloop. Maar ook het godenlandschap veranderde. Goden als Vishnu, Shiva en later allerlei vormen en verschijningsvormen daarvan kregen een centrale rol. Daarom is het eigenlijk wat te simpel om te zeggen: “Het hindoeïsme ontstond in jaar X.” Er is geen duidelijk stichtingsmoment en ook geen stichter die op een dinsdagmorgen besloot: zo, vanaf vandaag hebben we hindoeïsme.
Het is een verzameling religieuze tradities die zich over een hele lange periode hebben ontwikkeld. Daarom wordt hindoeïsme vaak genoemd als een van de oudste nog levende religieuze tradities ter wereld. Op zich best bijzonder.

En toen kwam er in India tussen 600 en 400 voor Christus nog meer beweging.

Boeddhisme: een prins stelt lastige vragen

Rond 500 voor Christus leefde in het noorden van India Siddhartha Gautama, de man die later bekend zou worden als de Boeddha. Hij werd geboren in een vooraanstaande familie van de Shakya-clan. In latere verhalen wordt hij vaak als prins beschreven en zou hij aanvankelijk zeer beschermd zijn opgegroeid. Dat is het verhaal maar of het zo sprookjesachtig verliep weten we in feite niet. Maar de kern van het verhaal is duidelijk: Gautama raakte diep onder de indruk van iets waar eigenlijk geen mens aan ontkomt: ouderdom, ziekte en uiteindelijk onvermijdelijk de dood.

Gezellig onderwerp voor een lunchdate.

Volgens de overlevering zette die confrontatie hem aan het denken. Als ieder mens uiteindelijk ouder wordt, ziek kan worden, en uiteindelijk dood gaat en onderweg dan ook nog met verlies en teleurstelling te maken krijgt, waarom lijden we dan eigenlijk zo?
En belangrijker: is er een manier om daaraan te ontsnappen?
Hij liet zijn oude leven achter en ging op zoek naar een antwoord. En zoals mensen dat blijkbaar al duizenden jaren doen, begon hij eerst met behoorlijk doorslaan naar de andere kant.
Eerst luxe, daarna bijna niets meer. Hij leefde extreem sober en ontzegde zichzelf van alles, maar kwam uiteindelijk tot de conclusie dat ook dát hem niet verder hielp. Dus: geen overdaad, maar ook geen zelfkastijding:

De Middenweg

Daarna ging hij verder met meditatie en bereikte hij volgens de boeddhistische traditie uiteindelijk verlichting. Vanaf dat moment werd hij de Boeddha genoemd: de Ontwaakte.
Zijn leer draaide vooral om één grote vraag: waarom lijden mensen, en kan dat anders?
Daaruit kwamen de Vier Edele Waarheden voort: lijden bestaat, het heeft oorzaken, het kan eindigen en er is een weg om dat te bereiken.
Die weg is het Edele Achtvoudige Pad. Het uiteindelijke doel is nirvana: bevrijding van verlangen, onwetendheid en de kringloop van wedergeboorte.

Dus terwijl ik nog steeds met enige schaamte aan mijn boom met linten dacht, zat men in India zo’n 2500 jaar geleden al behoorlijk serieus te analyseren waarom de mens zichzelf en het leven zo ingewikkeld kan maken. En we zijn nog steeds niet klaar in India.

En ook het jaïnisme was er al

Rond dezelfde tijd ontwikkelde zich in India ook het jaïnisme verder. Een centrale figuur daarin is Mahavira, die waarschijnlijk rond 500 voor Christus leefde.
Een van de belangrijkste ideeën binnen het jaïnisme is ahimsa: geweldloosheid tegenover levende wezens.

En met geweldloosheid bedoelen we hier niet alleen: niet slaan.

In strenge vormen gaat het nog veel verder. Ook kleine dieren en insecten mogen zo min mogelijk schade worden toegebracht. Sommige monniken vegen bijvoorbeeld de grond voor zich uit om te voorkomen dat ze per ongeluk een insect vertrappen.

Dat is nogal consequent doorgevoerd.

Verder speelt ook hier het idee van karma en wedergeboorte een belangrijke rol. Het doel is uiteindelijk bevrijding uit die kringloop.
En daarmee zat India rond die tijd dus al met meerdere heel verschillende religieuze tradities tegelijk: Vedische tradities, het opkomende boeddhisme en het jaïnisme.

Mijn historische achterstand begon inmiddels serieuze vormen aan te nemen. 😄

En ondertussen in Perzië: goed tegenover kwaad

Terwijl India inmiddels een behoorlijk volle religieuze agenda had, gebeurde er verder naar het westen ook van alles. In het oude Perzië ontstond het zoroastrisme, genoemd naar de profeet Zarathustra, in het Grieks bekend als Zoroaster. Het zoroastrisme ontstond waarschijnlijk ergens tussen 1500 en 600 voor Christus in de oude Iraanse wereld. Wanneer Zarathustra precies leefde, weten we niet zeker. De schattingen lopen behoorlijk uiteen, dus daar ga ik geen jaartal op plakken alsof iemand zijn geboorteakte heeft teruggevonden.

Centraal in het zoroastrisme staat Ahura Mazda, de wijze en goede god. Daarnaast speelt de tegenstelling tussen goed en kwaad, waarheid en leugen, een belangrijke rol. De mens staat daar niet als machteloze toeschouwer tussen. Wat je kiest en hoe je leeft doet ertoe.
Een bekende samenvatting van de zoroastrische levenshouding is: goede gedachten, goede woorden, goede daden. Solide advies wat mij betreft.
En het klinkt ineens een stuk vertrouwder dan sommige godenfamilies waar we tot nu toe langs zijn gekomen.

Ook ideeën over oordeel na de dood, een uiteindelijke overwinning van het goede en een vernieuwing van de wereld kregen binnen het zoroastrisme een belangrijke plaats.
En daar gaan bij mij natuurlijk wat lampjes branden: Wacht even. Goed tegenover kwaad? Oordeel? Een uiteindelijke overwinning van het goede? Dat begint verdacht bekend terrein te worden.

Maar voordat ik enthousiast pijlen begin te tekenen van Perzië naar het jodendom en vervolgens naar het christendom: dat is te makkelijk en daarover wordt al heel lang gediscussieerd.
Overeenkomsten betekenen nog niet automatisch dat het ene van het andere is overgenomen.
Maar wat we wél kunnen zeggen, is dat ook deze religieuze traditie al lang vóór het christendom bestond.

En dan de Grieken: familieproblemen op goddelijk niveau

Want ondertussen hadden ook de oude Grieken hun eigen antwoord op de vraag wie of wat de wereld bestuurde. En laat ik het zo zeggen: één God was daar voorlopig nog niet aan de orde.

De Griekse religieuze tradities gaan ver terug. Al tussen ongeveer 2000 en 1000 voor Christus vinden we in de Myceense wereld namen van goden die later nog steeds bekend zijn. Rond 800–700 voor Christus krijgen we via dichters als Homerus en Hesiodus een veel herkenbaarder beeld van de godenwereld die de meesten van ons op school wel ergens voorbij hebben zien komen.

Wat mij in die tijd overigens totaal niet interesseerde. Ik had John Travolta tenslotte. 😄

Er waren bijvoorbeeld de goden:
Zeus, oppergod en heer van de hemel met Hera, zijn vrouw.
Poseidon, god van de zee.
Athena, verbonden met wijsheid en krijgskunst.
Apollo, onder andere verbonden met muziek, genezing en profetie.
Aphrodite, liefde en schoonheid.
Ares, oorlog.
En dat is nog maar een klein deel.

De goden waren machtig en onsterfelijk, maar hun gedrag was soms heel erg menselijk. Ze werden verliefd, jaloers, boos, beledigd, maakten ruzie en bemoeiden zich gevraagd en ongevraagd met het leven van mensen.
Vooral Zeus had er een handje van, die had een privéleven waarvoor tegenwoordig waarschijnlijk een complete afdeling crisiscommunicatie nodig zou zijn.

En ook hier: niet alleen verhalen over goden. Mensen brachten offers, bezochten tempels, vierden religieuze feesten en raadpleegden orakels. Een van de bekendste was het orakel van Delphi, waar men advies zocht bij Apollo. De antwoorden waren alleen niet altijd van het type:

“Ja, doen. Groeten, Apollo.”

Ze konden behoorlijk dubbelzinnig zijn, waardoor je achteraf soms alsnog kon constateren dat het orakel technisch gezien gelijk had. Een systeem waar mijn hamster Henk vermoedelijk groot bewonderaar van zou zijn.
Het was in ieder geval niet één geloof met één boek.
Wat ik hierbij zelf interessant vind, is dat we ook hier moeten oppassen met onze moderne voorstelling van ‘een religie’. Er was namelijk geen centrale Griekse kerk, geen paus van Zeus en ook geen boek waarin voor iedere Griek precies stond wat hij moest geloven. Dus wanneer we spreken over ‘de Griekse religie’, hebben we het eigenlijk over een hele verzameling verhalen, rituelen en lokale tradities die met elkaar verbonden waren.

En toen namen de Romeinen een groot deel van die godenwereld over

De Romeinen: zelfde familie, andere naambordjes

Vanaf ongeveer 500 voor Christus begon Rome zich steeds verder uit te breiden en vooral vanaf 300 voor Christus groeide het uit tot een grote macht. De Romeinen hadden hun eigen religieuze tradities en goden, maar namen ook veel van de Griekse cultuur over. Dat betekende niet dat de Romeinen simpelweg de Griekse goden kopieerden en er een ander etiket op plakten. Ze hadden al hun eigen goden en gebruiken, maar in de loop van de tijd raakten die sterk verweven met de Griekse godenwereld.

Zo werd Jupiter vaak verbonden met Zeus, Juno met Hera, Neptunus met Poseidon, Venus met Aphrodite en Mars met Ares.

Zelfde familie, andere naambordjes dus. Ongeveer. 😄

Religie hoorde in Rome bovendien gewoon bij het dagelijks leven. Er waren tempels, offers, priesters en openbare feesten, maar ook thuis werden goden vereerd. Veel gezinnen hadden bijvoorbeeld kleine huisgoden, de Lares en Penates, die verbonden waren met het huis en het gezin. En voor belangrijke beslissingen wilde men natuurlijk ook graag weten wat de goden ervan vonden. Daarvoor waren er onder andere auguren, priesters die voortekenen uitlegden. Bijvoorbeeld aan de hand van het gedrag van vogels.
Ja echt. Wij hebben tegenwoordig opiniepeilingen. Zij keken welke kant de vogels opvlogen.
Ik weet eerlijk gezegd niet welk systeem betrouwbaarder is. 😄

Later kreeg ook de keizerverering een plaats binnen de Romeinse religieuze wereld. Vooral in delen van het rijk konden overleden keizers als goddelijk worden vereerd en werd ook eer gebracht aan de regerende keizer en zijn macht. Dat wordt straks nog interessant, want tegen de tijd dat het christendom ontstond, leefden de eerste christenen dus in een wereld waarin goden, offers, tempels, voortekenen en keizerlijke verering heel gewoon waren. Het christendom verscheen bepaald niet in een religieus lege wereld.

Integendeel. Het was er behoorlijk druk. 😄

En dan komen we eindelijk bij de religie die ik gisteren als eerste durfde te denken, maar niet hardop durfde te zeggen:

Het jodendom

Het duurde even, maar dat antwoord was dus gewoon goed. 😂

Het jodendom bestond uiteraard al vóór het christendom. De wortels ervan liggen in het oude Israël en in de geschiedenis die we kennen uit de Hebreeuwse Bijbel. En daar ga ik hier niet uitgebreid induiken, want voor ik het weet zitten we bij Abraham, Isaak, Jakob en de twaalf stammen en ben ik drie artikelen verder. Daar ben ik inmiddels een aparte serie over aan het schrijven. → link voor degene die wél wil induiken.

Voor dit verhaal is vooral één ding belangrijk: in een wereld waarin het heel normaal was om meerdere goden te vereren, stond bij Israël uiteindelijk het geloof in één God centraal. Dat klinkt voor ons misschien niet zo bijzonder. Voor wie is opgegroeid met jodendom, christendom of islam is het idee van één God tenslotte heel vertrouwd.
Maar kijk even naar waar we inmiddels vandaan komen:
Mesopotamië: goden.
Egypte: heel veel goden.
Griekenland: een complete familie goden met relationele problemen.
Rome: diezelfde familie ongeveer, maar met nieuwe naambordjes.

En dan Israël: “Hoor, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één.”

Dat was nogal een ander uitgangspunt. De geschiedenis daarna is veel ingewikkelder dan één rechte lijn en ook binnen Israël zelf zien we in de Bijbel voortdurend de strijd tegen de verering van andere goden.
Maar voor onze reis door de religies vóór het christendom is dit voldoende: het jodendom was er al.

En niet alleen dat: het christendom zou er uiteindelijk uit voortkomen.

En dan verschijnt Jezus

Want Jezus werd niet geboren in een christelijk gezin. Hij was Joods. Zijn eerste volgelingen ook.
De geschriften die wij nu het Oude Testament noemen, waren hun heilige geschriften.
Het christendom begon dus niet als een compleet nieuwe religie die ineens ergens uit de lucht kwam vallen.
Het ontstond binnen het jodendom. Het grote verschil kwam bij de vraag wie Jezus was. Zijn volgelingen geloofden dat Hij de beloofde Messias was en dat Hij na Zijn kruisiging uit de dood was opgestaan. Ik geloof dat ook uiteraard. Vanuit die overtuiging verspreidde de boodschap zich eerst onder Joden en daarna steeds verder onder niet-Joden in het Romeinse Rijk.

En zo ontstond in de eerste eeuw na Christus het christendom.

Wat mij vooral opviel toen ik dit allemaal op een rijtje zette, is hoe misleidend mijn oorspronkelijke beeld eigenlijk was. Alsof er vóór Jezus een soort religieuze wachtkamer bestond en daarna pas het echte werk begon. Wat blijkt? Bepaald niet. Tegen de tijd dat het christendom ontstond, hadden mensen al duizenden jaren goden vereerd, offers gebracht, tempels gebouwd, nagedacht over leven en dood, goed en kwaad, lijden, wedergeboorte, oordeel en wat er misschien na dit leven komt.
Mijn antwoord op de vraag “Welke religies waren er vóór het christendom?” kan inmiddels dus iets uitgebreider dan: “Iets met een boom en linten.” 😂

Sterker nog: na dit hele rondje geschiedenis durf ik zelfs voorzichtig te stellen dat John Travolta niet de oorzaak was van mijn gebrek aan historische kennis.

Hij heeft alleen niet geholpen. 😄




Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Eén reactie

  1. Interessante info thanks hier voor dus wat ik begrijp van het Verdische naar Hindoeïsme en toen pas het Boeddhisme. Het Joden dom was er voor het christendom heel interessant allemaal toch zonder allemaal geschreven geschriften is er veel terug te lijden naar die tijden. Ik kan hier wat mee dus inderdaad de bomen de natuur de dieren de planten die vorm van geloof was er ook al hoor iedere stam.op.zij eigen wijze . Nogmaals bedankt fijn dat ik je inspiratie heb kunnen geven om je hierbij te verdiepen in deze vraag . Knuffel van mij xx

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *