Dit artikel maakt deel uit van mijn onderzoek naar de eindtijd en de wederkomst. [Bekijk het volledige onderzoek →]
In Steen 2 hebben we Mattheüs 24 gevolgd tot en met vers 14. Daarbij zagen we een duidelijk onderscheid. Bij oorlogen en berichten van oorlogen zegt Jezus: ‘het einde is nog niet’. In vers 14 zegt Hij na de verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk aan alle volken: ‘en dan zal het einde komen’.
Maar Zijn antwoord stopt daar niet. Vanaf vers 15 noemt Jezus een gebeurtenis die een heel concrete reactie van Zijn toehoorders vraagt. Hij spreekt over de ‘gruwel van de verwoesting’, over een vlucht uit Judea en vervolgens over een grote verdrukking.
De vraag voor deze steen is daarom: Welke gebeurtenissen noemt Jezus vanaf Mattheüs 24:15, en hoe verbindt Hij die met Zijn komst?
Ook hier begin ik niet met de vraag welke gebeurtenis uit de geschiedenis of uit onze eigen tijd hierbij zou kunnen passen.
Eerst kijken we wat er staat.
In Mattheüs 24:15–22 zegt Jezus volgens de HSV:
Mattheüs 24:15: Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten!
Mattheüs 24:16: laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.
Mattheüs 24:17: Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen,
Mattheüs 24:18: en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen.
Mattheüs 24:19: Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
Mattheüs 24:20: En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat.
Mattheüs 24:21: Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal.
Mattheüs 24:22: En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.
De gruwel van de verwoesting
In Mattheüs 24:15 zegt Jezus volgens de HSV: Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats, laat hij die het leest, daarop letten!
In het Grieks staat:
hotan oun idēte to bdelygma tēs erēmōseōs
hotan — wanneer
oun — dan / dus
idēte — u/jullie zult zien
to bdelygma tēs erēmōseōs — de gruwel van de verwoesting
Jezus spreekt hier dus over iets dat Zijn toehoorders zouden moeten kunnen zien. Hij zegt niet alleen dat er iets zal gebeuren, maar: ‘wanneer u het ziet’. Daarna verwijst Hij expliciet naar de profeet Daniël: to rhēthen dia Daniēl tou prophētou — waarover gesproken is door de profeet Daniël.
De uitdrukking ‘de gruwel van de verwoesting’ moeten we daarom niet los van Daniël proberen in te vullen. Eerst moeten we onderzoeken waar Daniël deze of verwante formulering gebruikt en in welke context dat gebeurt.
Vers 15 eindigt bovendien met: ho anaginōskōn noeitō
‘laat hij die het leest, begrijpen / erop letten’.
Waar spreekt Daniël over de ‘gruwel van de verwoesting’?
In Daniël komen drie passages naar voren die voor deze uitdrukking relevant zijn. De HSV zegt:
Daniël 9:27: Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester komen, en dat tot de voleinding en de vastbesloten woede die over de verwoester is uitgegoten.
Daniël 11:31: Dan zullen er uit hem krachtige armen voortkomen. Die zullen het heiligdom en de vesting ontheiligen en het steeds terugkerende offer wegnemen en de verwoestende gruwel opstellen.
Daniël 12:11: Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen.
Wat direct opvalt, is dat Daniël 11:31 en 12:11 vrijwel dezelfde formulering gebruiken: het steeds terugkerende offer wordt weggenomen en de verwoestende gruwel wordt opgesteld.
Maar Daniël 9:27 is anders geformuleerd. Ook daar worden het ophouden van offerdienst, gruwel en verwoesting met elkaar verbonden, maar niet met exact dezelfde woorden als in 11:31 en 12:11.
We moeten deze drie passages daarom niet bij voorbaat behandelen alsof zij woordelijk hetzelfde zeggen.
Wat staat er in het Hebreeuws?
Waarom nu Hebreeuws?
Het Nieuwe Testament is in het Koine-Grieks geschreven, maar Daniël 9, 11 en 12 behoren tot het Oude Testament en zijn in het Hebreeuws geschreven.
Daarom kijk ik bij deze passages eerst naar de Hebreeuwse grondtekst.
Daarna kan de oude Griekse vertaling van Daniël, de Septuaginta, helpen om de formulering met Mattheüs 24:15 te vergelijken.
In Daniël 11:31 staat in het Hebreeuws: ha-shiqquts meshomem.
Shiqquts betekent iets verfoeilijks of een gruwel en wordt in het Oude Testament gebruikt voor iets dat religieus verwerpelijk is. Meshomem hangt samen met een Hebreeuwse stam die te maken heeft met verwoesting, verlatenheid of ontzetting.
De uitdrukking kan daarom worden weergegeven als ‘de verwoestende gruwel’ of ‘de gruwel die verwoesting veroorzaakt’.
In Daniël 12:11 vinden we vrijwel dezelfde combinatie: shiqquts shomem. Ook daar staat de gruwel direct in verband met het wegnemen van het steeds terugkerende offer.
In Daniël 9:27 vinden we opnieuw dezelfde woordstam, maar de formulering is anders. Daar staat: al kenaf shiqqutsim meshomem. Opvallend is dat shiqqutsim hier in het meervoud staat: gruwelen.
De Hebreeuwse constructie van dit gedeelte is bovendien moeilijker dan die van Daniël 11:31 en 12:11, waardoor vertalingen hier onderling verschillen.
We kunnen daarom niet zeggen dat Daniël 9:27 woordelijk dezelfde uitdrukking bevat. Wel komen opnieuw dezelfde begrippen bij elkaar: offer dat ophoudt, gruwel en verwoesting.
Hoe werd Daniël in het Grieks weergegeven?
Van Daniël zijn twee oude Griekse tekstvormen bewaard gebleven. Voor onze vergelijking is vooral interessant hoe de Hebreeuwse uitdrukking voor de verwoestende gruwel in het Grieks werd weergegeven.
In de oude Griekse tekst (Old Greek) van Daniël 12:11 staat: to bdelygma tēs erēmōseōs
bdelygma — gruwel / iets verfoeilijks
erēmōsis — verwoesting / verlatenheid
Dat is opvallend, want in Mattheüs 24:15 staat precies dezelfde kernformulering: to bdelygma tēs erēmōseōs — ‘de gruwel van de verwoesting’.
Dat levert een duidelijke overeenkomst op. De formulering in Mattheüs 24:15 sluit zeer nauw aan bij de Griekse formulering van Daniël 12:11. Dat versterkt de verbinding die Mattheüs zelf al expliciet legt door te vermelden dat Jezus spreekt over wat door de profeet Daniël is gezegd.
Wat betekende deze uitdrukking in de context van Daniël?
We hebben nu vastgesteld: Hebreeuws:
Daniël 11:31 en 12:11 gebruiken nauw verwante taal.
Grieks: Daniël 12:11 sluit vrijwel woordelijk aan bij Mattheüs 24:15.
Mattheüs: Jezus verwijst zelf expliciet naar Daniël.
Nu moeten we dus onderzoeken wat er in Daniël gebeurt wanneer die gruwel wordt opgesteld. Daarbij komen het heiligdom en het stopzetten van het offer nadrukkelijk in beeld.
Daarna kunnen we bekijken welke historische context bij deze passages hoort, waaronder de gebeurtenissen rond Antiochus IV Epifanes.
Daniël 11:31: Dan zullen er uit hem krachtige armen voortkomen. Die zullen het heiligdom en de vesting ontheiligen en het steeds terugkerende offer wegnemen en de verwoestende gruwel opstellen.
In deze ene zin worden drie dingen rechtstreeks met elkaar verbonden:
het heiligdom wordt ontheiligd
het steeds terugkerende offer wordt weggenomen
de verwoestende gruwel wordt opgesteld
Wat is de context van Daniël 11:31?
Daniël 11 beschrijft een reeks machtswisselingen en conflicten tussen koningen. Vanaf ongeveer vers 21 komt een vorst in beeld die zich door intrige en macht weet te vestigen, oorlog voert, verdragen sluit en uiteindelijk optreedt tegen het heiligdom.
In vers 31 bereikt dat een belangrijk punt:
het heiligdom wordt ontheiligd
het steeds terugkerende offer wordt weggenomen
de verwoestende gruwel wordt opgesteld
De tekst zelf legt dus een direct verband tussen de verwoestende gruwel en een aantasting van de eredienst in het heiligdom. Het gaat niet om een losstaand symbool ergens in de wereld, maar om iets dat plaatsvindt in de context van het heiligdom en de offerdienst.
In de historische uitleg wordt dit gedeelte van Daniël 11 doorgaans verbonden met Antiochus IV Epifanes, de Seleucidische koning die in de tweede eeuw voor Christus ingreep in de Joodse eredienst in Jeruzalem. Daniël 11:31 wordt in die context gelezen als een beschrijving van de ontheiliging van het heiligdom en het stoppen van het dagelijkse offer onder zijn bewind.
Dat betekent nog niet automatisch dat daarmee ook Jezus’ woorden in Mattheüs 24:15 volledig zijn verklaard. Jezus verwijst immers eeuwen later opnieuw naar Daniël en spreekt over iets dat Zijn toehoorders nog zouden moeten zien.
De historische achtergrond van Antiochus helpt ons dus begrijpen wat de uitdrukking ‘verwoestende gruwel’ in Daniël betekende, maar laat tegelijk de vraag open waarom Jezus deze taal opnieuw gebruikt.
Wat gebeurde er onder Antiochus IV?
Antiochus IV Epifanes was een Seleucidische koning die in de tweede eeuw voor Christus over Judea heerste. Rond 167 v.Chr. werd onder zijn bewind ingegrepen in de Joodse eredienst in Jeruzalem. Het heiligdom werd ontwijd en het steeds terugkerende offer werd stopgezet. Daarmee sluiten de historische gebeurtenissen nauw aan bij wat in Daniël 11:31 wordt beschreven.
In die historische context wordt de ‘verwoestende gruwel’ verbonden met de heidense cultus die in het tempelcomplex werd ingevoerd. Wat die gruwel precies was, een cultisch voorwerp, een heidens altaar of de heidense eredienst als geheel, is minder eenvoudig vast te stellen.
Voor ons onderzoek is vooral van belang dat Daniël de gruwel rechtstreeks verbindt met de ontheiliging van het heiligdom en het wegnemen van het offer.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom deze uitdrukking voor Joodse toehoorders een concrete betekenis kon hebben. Zij verwees niet zomaar naar algemeen kwaad of onrust in de wereld, maar naar ontheiliging van het heiligdom en aantasting van de eredienst.
Toch kan daarmee Mattheüs 24:15 nog niet simpelweg worden afgesloten. Antiochus IV leefde immers ongeveer twee eeuwen vóór Jezus, terwijl Jezus zegt: ‘wanneer u dan de gruwel van de verwoesting … zult zien’.
Jezus gebruikt de taal van Daniël dus opnieuw voor iets dat, vanuit het perspectief van Zijn toehoorders, nog vóór hen lag.
De vraag wordt daarmee: waarop past Jezus deze woorden van Daniël toe?
Wat zegt Lucas op hetzelfde punt?
In Lucas 21:20-24 beschrijft Jezus volgens de HSV opnieuw wat Zijn volgelingen moeten doen wanneer de aangekondigde verwoesting nabij is:
Lucas 21:20: Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.
Lucas 21:21: Laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen en wie in het midden van Jeruzalem zijn, daaruit wegtrekken en wie op de velden zijn, er niet in gaan.
Lucas 21:22: Want dit zijn dagen van wraak, opdat al wat geschreven staat, vervuld wordt.
Lucas 21:23: Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk.
Lucas 21:24: En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.
In Lucas 21:20 staat in het Grieks: hotan de idēte kykloumenēn hypo stratopedōn Ierousalēm
hotan — wanneer
idēte — u/jullie zien
kykloumenēn — omringd / omsingeld wordend
hypo stratopedōn — door legers
Ierousalēm — Jeruzalem
Jezus zegt hier dus: wanneer jullie Jeruzalem door legers omsingeld zien worden.
Vervolgens staat: tote gnōte hoti ēngiken hē erēmōsis autēs
tote — dan
gnōte — weet / begrijp
ēngiken — is nabijgekomen
hē erēmōsis autēs — haar verwoesting / verlatenheid
Dat woord erēmōsis is interessant. Het is hetzelfde Griekse zelfstandig naamwoord dat we in Mattheüs 24:15 tegenkwamen in: to bdelygma tēs erēmōseōs —‘de gruwel van de verwoesting’.
Mattheüs en Lucas gebruiken niet exact dezelfde woorden. Mattheüs spreekt over de ‘gruwel van de verwoesting’ die op de heilige plaats staat.
Lucas noemt op het overeenkomstige punt Jeruzalem dat door legers wordt omsingeld.
Maar wat daarna volgt, komt opvallend sterk overeen.
In Mattheüs: degenen die in Judea zijn, moeten naar de bergen vluchten.
In Lucas: degenen die in Judea zijn, moeten naar de bergen vluchten.
Mattheüs waarschuwt voor zwangere en zogende vrouwen; Lucas doet hetzelfde.
Beide passages spreken dus over een concrete situatie in Judea waarin onmiddellijke vlucht nodig is.
We kunnen op grond hiervan nog niet simpelweg zeggen dat Lucas met zijn woorden de gruwel van de verwoesting definieert als een Romeins leger.
Daarvoor formuleren Mattheüs en Lucas hun versies verschillend.
Maar we kunnen wel vaststellen dat Lucas de naderende verwoesting van Jeruzalem door legers plaatst op het punt waar Mattheüs spreekt over de gruwel van de verwoesting, en dat beide evangelisten daarna vrijwel dezelfde vluchtinstructie voor Judea geven.
En Lucas gaat nog verder
Lucas noemt dit in vers 22 ‘dagen van vergelding’.
In vers 23 spreekt Jezus over grote nood over het land en toorn over ‘dit volk’.
In vers 24 zegt Hij vervolgens dat mensen door het zwaard zullen vallen en in gevangenschap zullen worden weggevoerd, en dat Jeruzalem door de heidenen vertrapt zal worden totdat de tijden van de heidenen vervuld zijn.
Dat geeft de passage een zeer concrete geografische en historische kleur:
Jeruzalem — Judea — legers — vlucht — zwaard — gevangenschap — vertrapping van Jeruzalem.
De vergelijking met Lucas maakt duidelijk dat Mattheüs 24:15–22 niet los gezien kan worden van Jeruzalem en Judea.
Lucas verbindt de parallelle waarschuwing expliciet met de omsingeling en verwoesting van Jeruzalem. Daarmee ligt een historische vervulling rond de verwoesting van Jeruzalem in de eerste eeuw nadrukkelijk op tafel. Maar Jezus’ antwoord stopt daar niet.
Zowel Mattheüs als Lucas vervolgen hun beschrijving uiteindelijk met de komst van de Zoon des mensen.
De volgende vraag wordt daarom: hoe loopt Jezus’ beschrijving van de verwoesting van Jeruzalem over in wat Hij daarna over Zijn komst zegt? Daar gaan we in Steen 4 mee verder.
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.