Schulden zijn een verdienmodel geworden. De schuldenaar is het product.

Over een industrie die leeft van mensen die niet meer kunnen vechten.

Ik werk bij een stichting die mensen helpt die financieel klem zitten. Wat ik daar zie, krijg ik niet meer uit mijn hoofd al doe ik nog zo mijn best. En ik denk steeds vaker: dit moet opgeschreven worden. Niet de individuele verhalen want die zijn niet van mij, die zijn van de mensen die ze mij toevertrouwd hebben. Maar het patroon. Want het patroon is te vaak hetzelfde en dat patroon is een artikel waard om te schrijven.

Vooraf, voor de duidelijkheid: alles wat hieronder staat is gebaseerd op wat ik in de praktijk meemaak. Situaties zijn bewust onherkenbaar gemaakt of teruggebracht tot wat ze gemeen hebben. De mensen zijn echt. Het patroon is echt. Daar gaat het om. Wat bewind belooft

Even voor wie het niet kent: wie zijn financiën niet meer zelf kan beheren – door schulden, door omstandigheden, door wat het leven soms doet – kan onder bewind komen te staan. Een bewindvoerder neemt het over. Die betaalt je rekeningen, beheert je geld, behartigt je belangen. Jij krijgt leefgeld. Het idee: rust, overzicht, iemand die voor je zorgt. Dat is de belofte. Nu de praktijk.

Wat bewind is

Leefgeld van enkele tientjes per week. Voor een heel gezin. Reken het maar eens om naar een dag: daar moet eten van komen, kleding voor een kind dat groeit, alles. Elke normale gebeurtenis in een mensenleven – een kapotte wasmachine, een schoolreisje, een baby – is op zo’n budget een crisis. En het kan nog schrijnender. Ik ken in mijn directe omgeving – geen cliënt van ons – iemand met een verslaving die een paar jaar lang, week na week, zijn leefgeld kon opmaken. Zonder enige vorm van ingrijpen door de bewindvoerder. Terwijl die élke transactie via de leefgeldrekening voorbij zag komen. Geen ingrijpen, geen hulp bij de verslavingsproblematiek, geen gesprek. Gewoon het dossier in stand houden onder de noemer “problematische schulden” – het duurdere tarief – en incasseren maar, die vergoeding. Maand na maand. Jaar na jaar.

En in die crisis zit dan iemand die jouw belangen zou behartigen. Iemand die elke euro van je ziet. Iemand die wéét wat er in jouw leven speelt, want het loopt allemaal over zijn beheer rekening.

Nu wat ik in de praktijk zie: de telefoontjes die niet gepleegd worden. De regeling die wél bestaat maar niet wordt aangevraagd. De vraag om iets extra’s die wordt afgedaan met “daar is geen ruimte voor op het budget” – punt, einde gesprek, geen zoektocht naar wat er wél kan. Levensgebeurtenissen die het hele budgetplan zouden moeten omgooien en die gewoon… genegeerd worden. Tot iemand anders het opraapt. Een familielid. Een vrijwilliger. Een stichting zoals de onze.

En als wij dan regelen wat de betaalde partij liet liggen, krijg je “dankjewel hoor” te horen. En dan denk ik elke keer hetzelfde: jij krijgt iedere maand betaald voor het werk dat ik nu voor je aan het doen ben.

Begrijp me niet verkeerd: ik doe het met liefde. Voor die mensen. Die zijn dan vaak al zo wanhopig, zo murw van alle stress, dat ze geen bandbreedte meer hebben om zich te verzetten tegen een bewindvoerder die zijn werk niet doet. En precies daar zit het probleem.

“Maar er is toch toezicht?”

Ja hoor. Op papier. De kantonrechter houdt toezicht op bewindvoerders, en wie ontevreden is kan een klacht indienen. Klinkt prima.

Kijk nu even wat het systeem van zo’n klager vraagt. Je moet een brief kunnen schrijven terwijl je murw bent. Je moet maanden kunnen wachten op behandeling terwijl je deze week geen eten hebt. En je moet dúrven terwijl degene die je aanklaagt ondertussen gewoon over elke euro van je blijft gaan. De bewindvoerder houdt tijdens de hele procedure de macht over jouw leefgeld. Het is alsof je een klacht over je gevangenbewaarder moet indienen via je gevangenbewaarder.

En stel dat je het allemaal doorzet en de rechter geeft je gelijk: een nieuwe bewindvoerder. Weet je wat je beloning is? Ruim duizend euro extra schuld. Want de oude bewindvoerder krijgt een vergoeding voor het opmaken van zijn eindrekening, en de nieuwe een aanvangsvergoeding voor de overname van je dossier – samen zo’n € 1.055, ex btw, volgens de officiële tarieven regeling. Ten laste van jou, de schuldenaar. De bewindvoerder die zijn werk niet deed, krijgt dus betaald om afscheid van je te nemen. Jij betaalt de rekening van zijn falen. Soms dekt de bijzondere bijstand het, soms niet, maar dan nog: waarom staat er überhaupt een kassa bij de nooduitgang?

Het toezicht bestaat. Maar het is ontworpen voor mensen met precies de energie, de moed en de bandbreedte die deze mensen per definitie niet meer hebben, en wie het tóch opbrengt, krijgt de rekening gepresenteerd. Wanhoop maakt weerloos. En het systeem leunt daar stilzwijgend op.

Ik heb dit verhaal trouwens tot in de ronde tafel gesprek van de Tweede Kamer gebracht. Persoonlijk gesprek met een betrokken politicus destijds, anderhalf uur, er zijn vragen over gesteld aan de minister. Over hoe het wisselen van een niet-functionerende bewindvoerder vastloopt in bureaucratie, over maandenlange wachttijden bij de rechtbank voor wie durft te klagen. En wat denk je dat ermee gebeurd is? Juist. Helemaal niets. Ik wist het antwoord eerlijk gezegd al toen ik de vraag stelde. Maar het staat genoteerd, met datum en al. Dat komt nog van pas.

Het verdienmodel

Want dit zijn geen incidenten. Dit is een systeem dat precies doet waarvoor het onbedoeld – is ingericht.

Bewindvoering wordt vergoed per dossier. Niet per opgelost probleem. Een bewindvoerder die belt, zoekt, doorduwt en vecht voor zijn cliënten verdient exact evenveel als eentje die één keer per maand vijf keer een knopje knopje indrukt en een paar rekeningen betaalt. Betrokkenheid is in dit model gratis liefdadigheid. Luiheid wordt vergoed. Sterker nog: hoe slechter het werk, hoe beter het model draait. Wie problemen écht oplost, werkt zichzelf uit het dossier. Wie ze laat voortbestaan, houdt het dossier – en de maandelijkse vergoeding – jaren in stand.

En het kan zomaar gebeuren dat de bewindvoerder maandelijks meer aan een gezin verdient dan datzelfde gezin aan leefgeld krijgt. Lees die zin nog een keer. De man die het geld beheert, verdient aan de armoede meer dan de armen krijgen om van te leven. Als je dat opschrijft gelooft niemand het. En toch is het rekenkundig gewoon mogelijk, en ik zie het te vaak.

De markt? Die groeit vanzelf. Meer armoede, meer schulden, meer mensen onder bewind. Gegarandeerde aanvoer. De klant kan niet weglopen, niet overstappen zonder maandenlange procedure, niet klagen zonder risico. Gegarandeerde afname. De vergoeding komt uit bijzondere bijstand of wordt op de schuld gestapeld. Gegarandeerde betaling.

Elke ondernemer droomt van zo’n markt. En waar gegarandeerd geld ligt zonder toezicht dat bijt, stromen partijen toe die er zijn voor het geld en niet voor de mensen. Dat heet wildgroei. Er is een goede term voor: de schuldenindustrie. Met de schuldenaar als product.

En toch

Voordat iemand roept dat ik generaliseer: er zijn ook bewindvoerders die wél deugen gelukkig. Ik ken er een paar die onvermoeibaar vechten voor hun cliënten. Iedereen die bij hen onder bewind staan, zijn spekkopers. Het kán dus. Maar let op wat dat eigenlijk bewijst. Het systeem ziet geen enkel verschil tussen hem en de knopjes-collega. Zelfde vergoeding, zelfde papieren toezicht. De een vecht en komt nergens, de ander drukt knopjes en komt er net zo goed mee weg. Een stelsel dat de goede en de luie bewindvoerder exact hetzelfde beloont, is een stelsel dat betrokkenheid behandelt als hobby. Het subsidieert het systeem met zijn eigen energie. Net als ik. Net als iedereen die in dit gat springt omdat er verder niemand staat.

Waarom ik dit opschrijf

Omdat de mensen om wie het gaat het zelf niet kunnen. Die zijn moe. Murw. Bang. Die hebben geen bandbreedte om zich te verzetten, laat staan om een rechtbank aan te schrijven of een journalist te bellen.

Ik zie elke week hoe diep mensen komen te zitten als ze jarenlang in de financiële mangel zitten die zich soms vermomt onder de naam “bewind”. Dieper dan de meeste mensen zich kunnen voorstellen. Het gaat allang niet meer over geld. Het gaat over slapeloosheid, over schaamte, over geen uitweg meer zien.

Niemand kiest voor schulden. Maar er zijn er genoeg die er vóór kiezen om eraan te verdienen.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *