Ik heb mijn hele leven aan de rand gestaan. Op feestjes, in groepen, toen ik opgroeide als kind van een Jehovah’s Getuige. Een geloof dat ik op mijn veertiende eigenlijk al onbewust losliet. Ik zat nooit middenin, waar het rumoer zit, maar altijd net erbuiten. Bij de deur. Tegen de muur. Met een kop koffie in mijn hand. Niet dat ik me ooit bewust was van ‘de rand’, het heeft me een jaar of 63 gekost om tot die conclusie te komen. De rand was er dus altijd al. Hij heeft alleen al die jaren gewacht tot ik hem zag, en tot hij een vorm vond om zich naar buiten toe uit te drukken.
Die vorm heb ik inmiddels gevonden. In schrijven.
Ik heb er verschillende redenen voor. Het opschrijven van wat ik denk brengt ruimte in mijn toch al vaak ‘te drukke’ hoofd. Dus het werkt om een praktische reden, rust en ruimte creëren.
Maar ik vind het ook heel erg leuk om te doen.
Bij het allereerste stuk begon ik met twee vragen voor mezelf: waar wil ik over schrijven, en hoe persoonlijk wil ik het maken? Dat is al een lastige vraag als er ongeveer tachtig gedachtestromen door je hoofd gaan op ieder moment van de dag.
Het eerste wat bij me opkwam was: Ik wil schrijven over de gedachten die in mijn hoofd zitten, dus ongeacht wat het is op dat moment en wat me bezighoudt en zonder filter.
Ik laat gewoon mijn vingers het toetsenbord mishandelen en kijk wel wat er verschijnt.
Vooral dat tweede is lastig: Wil ik ook schrijven over de dingen die in mijn hárt zitten en over soms ingrijpende persoonlijke ervaringen in mijn leven die mij gemaakt hebben tot wie ik vandaag de dag ben?
Hoe kwetsbaar wil ik me daarin opstellen? Tenslotte leven we in een tijd waarin letterlijk alles wat je doet en zegt ook tegen je gebruikt kan worden.
Hoe belangrijk is die authenticiteit voor mij? Wil ik conformeren, of durf ik de stap te nemen om zo authentiek mogelijk te schrijven en me daarmee soms heel kwetsbaar op te stellen? Het antwoord was volmondig ja.
Schrijven vanuit conformisme is niet moeilijk. Gewoon aansluiten bij de groep en je hebt altijd rugdekking. Maar je gedachten en je gevoel zo eerlijk mogelijk verwoorden, niet uit rebellie, maar vanuit mijn eigen waarheid en beleving, brengt meer risico met zich mee. Dat kan er zomaar voor zorgen dat je op sommige momenten alleen komt te staan.
Want mensen lezen van alles in je tekst: dat ik het ergens niet mee eens ben, dat ik me te goed voel, of juist onzeker, of te overtuigd van mezelf. Ik zal altijd proberen uit te leggen waarom ik schrijf wat ik vind, het te onderbouwen, maar dat is het lastige met platte tekst. Ik zit niet tegenover je. Je ziet mijn mimiek niet, hoort de emotie in mijn stem niet. Maar je hoeft het niet met mij eens te zijn. In dat geval: let’s agree to disagree.
Ik schrijf hier niet om ook maar iemand te overtuigen van mijn gelijk.
Het is ook iets wat in mijn karakter zit, eigen-wijs zijn. Ik doe alles op mijn eigen wijze.
Als ik terugdenk aan die tijd, weet ik dat ik het altijd ontzettend irritant vond dat mijn moeder nooit haar eigen mening had. Ze boog altijd als een knipmes voor alles wat ook maar een zweem van autoriteit uitstraalde: een sticker, een naam, een naamplaatje.
Ik niet. En niet omdat ik iets tegen autoriteit heb, absoluut niet, dus ook niet uit rebellie. Soms weet iemand meer omdat het zijn vakgebied is. Daar heb ik respect voor. Leg me uit wat je bedoelt, laat me nadenken over wat je zegt. En misschien stel ik mijn mening dan wel bij. Of niet natuurlijk.
Ik moet wel eerlijk bekennen: dat gebeurde niet vaak. Wat ik in mijn kop had zitten, had ik niet in mijn kont zitten. Dus kreeg ik al vroeg de labels opgeplakt: eigenwijs, rebels, opstandig. Jarenlang stond het zelfs in mijn bio op Facebook, rebel with a cause.
En nu, eindelijk, na al die jaren, begrijp ik mezelf beter. Ik ben geen ‘rebel with a cause’. Ben ik nooit geweest, ook al zeiden ‘ze’ van wel. Ik ben eigenlijk altijd gewoon authentiek geweest. Ik heb er geen moeite mee om te laten zien wat er in mijn hart leeft, en dat hart ligt op mijn tong. Met alle risico’s van dien.
Maar ik ben altijd wel bereid mijn eigen denkbeelden opnieuw te evalueren. Klopt het nog, hoe ik ernaar kijk?
Is wat ik denk nog echt een reflectie van wie ik ben? Ik noem het soul searching, eerlijk zijn tegenover mezelf, bijsturen waar nodig. Zonder gêne, want we leren tenslotte allemaal, iedere dag weer. En je kunt op ieder moment in je leven opnieuw een keuze maken.
Ik hoef me niet te conformeren. Maar dat is nog geen non-conformisme, want non-conformisme is óók maar een tegenbeweging, en dus alsnog een vorm van rebellie. Het is iets anders. Voor mij is het gewoon een verlangen om zo authentiek mogelijk te zijn. Gewoon ik.
Niet als opstand, maar als eerlijkheid, openheid. En als rust in mijn hoofd.
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.