De partijlijn

Denk vooral zelf, maar kom wel tot de juiste conclusie

Weet je wat me opvalt?

Op sociale media moet overal een kamp van worden gemaakt. Een oorlog, klimaatbeleid, een politicus, diens vriendje, een uitspraak of een filmpje van tien seconden: binnen enkele minuten staan de loopgraven klaar en weet iedereen precies wie goed is, wie fout is en wie vandaag afgeserveerd of collectief verketterd moet worden.

Wat een oppervlakkigheid. En wat een tijdverspilling. Want wie het hardst schreeuwt, heeft blijkbaar gelijk. Wie twijfelt, is verdacht en wie nuanceert, probeert kennelijk iets goed te praten.

Ik doe daar meestal niet meer aan mee. Dat heb ik overigens wel door ondervinding moeten leren. Tijdens corona deed ik net zo hard mee aan die onzin. Ook ik probeerde mijn mening hoorbaar te maken door harder te schreeuwen dan de rest. Tot ik merkte dat ik er alleen maar bozer van werd en bepaald geen leuker mens. Niet voor anderen en zeker niet voor mezelf.

Einde wandelend uithangbord met mening. Einde schreeuwen tot je schor bent, terwijl iedereen een uur later alweer vergeten is wat je hebt gezegd – laat staan dat iemand heeft geprobeerd te begrijpen wat je probeerde te vertellen. Mensen reageerden niet inhoudelijk. Ze reageerden om te reageren.

Ik was er klaar mee.

Later heb ik bij aanvallen op de stichting nog weleens online teruggeschreeuwd, totdat ik ook daar leerde mijn mond te houden. Niet omdat ik niets te zeggen had, maar omdat het nergens toe leidde. Ook niet omdat ik nergens iets van vind. Integendeel. Ik vind alleen niet meer dat iedere gedachte onmiddellijk als strijdkreet op X geslingerd hoeft te worden en ieder meningsverschil het begin van de Derde Wereldoorlog moet worden.

Veel reacties doen me denken aan een kleuter die zijn tanden moet poetsen en daar geen zin in heeft. Met een tandenborstel in zijn mond en het schuim van de tandpasta langs zijn lippen weet hij er nog uit te persen:

En toch wil ik niet.

Dus voortaan schrijf ik lekker in mijn eigen schrijfhoekje: mijn eigen website.

Ik zie bij wijze van spreken de wenkbrauwen al omhooggaan en de irritatie ontstaan. Ik schrijf niet in oneliners, niet uitsluitend om aan te vallen en ook niet dagelijks dezelfde kreten met zeventien uitroeptekens. Ik probeer oprecht na te denken over wat ik zeg.

Heb ik altijd gelijk? Vast niet. Die illusie heb ik niet. Maar het zijn wel mijn gedachten, mijn ideeën en mijn persoonlijke bespiegelingen over het samenleven.

Ik schrijf op mijn eigen plek hoe ik ergens naar kijk. Over dingen die er voor mij toe doen en die ik belangrijk vind. In mijn eigen woorden en met de ruimte om meer dan één gedachte tegelijk vast te houden.

En dan gebeurt er iets merkwaardigs.

Geen debat. Geen inhoudelijk gesprek. Geen enkele poging om te vragen wat ik precies bedoel. Mensen reageren anders, of gewoon helemaal niet. Stilte, hier en daar een steek onder water en steeds wat meer afstand. Sommigen draaien zich om en verdwijnen.

Laat ik daar duidelijk over zijn: het aantal volgers op mijn privéaccount op X interesseert me werkelijk niet. Wat het hoofdaccount van de stichting betreft: met de aard van dat account verlies ik de strijd om bereik toch altijd van geschreeuw, gevloek en getier. Een goed doel met positieve berichten is nu eenmaal minder sensationeel dan een scheldtweet, een dreigende foto, een vijand of een tekst in hoofdletters. Alsof gewoon typen niet voldoende is en hoofdletters de inhoud alsnog kracht moeten bijzetten.

Hilarisch.

Maar mijn website is van mij.

Daar zet ik op wat ik wil, niet wat door de Commissie Toegestane Meningen is goedgekeurd. Wie het niet wil lezen, slaat het lekker over. Zelfs wanneer niemand het leest, ga ik mijn woorden niet aanpassen om in een digitaal clubhuis met toegangsbeleid te mogen blijven zitten.

Wat me wél irriteert, is het gedrag.

Dat stille wegdraaien. Niet omdat iemand het met me oneens is – dat mag uiteraard – maar omdat een verschil van mening tegenwoordig zo vaak wordt behandeld alsof het een karakterfout van de ander onthult. Maar hé, je hoeft tenminste het gesprek niet meer aan te gaan. Je hoeft niet te vragen wat iemand precies zegt of waarom diegene er zo over denkt. Je hoeft alleen maar vast te stellen dat die persoon van jouw lijn of de partijlijn afwijkt.

Daarna mag de deur dicht.

En die partijlijn bestaat echt.

Niemand stuurt hem je toe. Je krijgt geen reglement en er hangt nergens een bord met verboden gedachten. Toch is hij heel duidelijk aanwezig. Je merkt hem aan de opvattingen die onmiddellijk applaus krijgen zodra je meedoet. Aan de woorden die je moet gebruiken om te laten zien dat je bij het juiste kamp hoort. Aan onderwerpen die alleen besproken mogen worden wanneer de conclusie al vaststaat. Aan de stilte zodra je afwijkt. En aan de labels en oordelen die klaarliggen wanneer inhoudelijke argumenten te veel moeite en tijd kosten.

De gouden regel van sociale media:

Denk vooral zelf, maar kom wel tot de juiste toegestane conclusie.

En nee, dit is niet uitsluitend iets van links, rechts, religieus of wat dan ook. Iedere groep heeft haar eigen catechismus. En het is zeker niet iets wat alleen online gebeurt. Activisten, conservatieven, progressieven, complotdenkers, intellectuelen, gelovigen en mensen die zichzelf ‘volkomen onafhankelijk’ noemen: allemaal weten ze precies welke mening binnen hun kring applaus oplevert.

Iedereen denkt dat vooral de andere groep aan kuddegedrag doet. De vinger wijst driftig naar hen; de andere drie, die naar jezelf wijzen, negeer je voor het gemak.”

Zelf zijn ze uiteraard na diepgravend onderzoek geheel zelfstandig tot exact dezelfde conclusies gekomen als de rest. Maar dat is natuurlijk puur toeval.

Het wrange is dat nuance nauwelijks wordt beloond. Wie zorgvuldig formuleert of ruimte laat voor twijfel, is voor sociale media bijzonder onhandig materiaal.

Woede, polarisatie en geschreeuw werken beter.

Eén vijand werkt beter. Meerdere vijanden nog beter.

Een paar hoofdletters, een dreigende foto en een eenvoudige schuldige werken uitstekend. Gooi er nog wat woorden als ‘tuig’, ‘verrader’ of ‘loser’ tegenaan en de instemming stroomt binnen. Niet omdat er iets verstandigs of overdachts is gezegd, maar omdat iedereen onmiddellijk herkent aan welke kant hij geacht wordt te gaan staan.

Fall in line!

Wie schreeuwt, groeit. Wie wikt en weegt, wekt argwaan.

Dat is wat mij ergert. Niet dat iemand meer respons krijgt – dat zal me werkelijk een zorg zijn – maar dat botheid, agressie en ontmenselijking zo vaak worden verkocht als duidelijkheid, terwijl nuance wordt behandeld als morele zwakte of verborgen vijandschap.

En dan komt de kicker: vervolgens noemen diezelfde mensen zichzelf verdedigers van de vrije meningsuiting.

Vrije meningsuiting betekent blijkbaar steeds vaker:

Ik mag zeggen wat ik wil en jij mag daarna instemmend knikken.

Zodra jij iets anders zegt, ben je niet langer een gesprekspartner, maar een probleem dat uit de tijdlijn, de vriendenkring of in extreme gevallen zelfs uit iemands leven moet verdwijnen.

Laat ik duidelijk zijn: ik ben geen slachtoffer. Ik hoef geen treurige vioolmuziek onder mijn profiel omdat iemand op ‘ontvolgen’ heeft gedrukt of in het echte leven niet meer tegen me praat.

Maar laten we ook niet doen alsof het normaal is dat we zo met elkaar omgaan.

Het interessante is niet dat mensen uit je tijdlijn of uit je leven verdwijnen. That’s life. Of het nu om online contacten of vriendschappen in het echte leven gaat: mensen komen en mensen gaan.

Het interessante is hoe weinig ervoor nodig is om iemand af te schrijven. Iemand die gisteren nog prima was, wordt vandaag ineens in een verdacht hokje geschoven vanwege een uitspraak, een mening of een persoonlijke grens rond een bepaald onderwerp. Niet na een gesprek. Niet nadat iemand heeft geprobeerd te begrijpen wat er werkelijk werd gezegd. Gewoon omdat het niet past binnen wat de ander denkt.

Dat is geen open debat.

Dat is sociale selectie.

En ja, ook ik heb blinde vlekken. Ook ik hoor liever instemming dan dat iemand mij voor rotte vis uitmaakt. Ik sta niet buiten iedere kudde op een verheven rots in mijn eentje zelfstandig te wezen.

Maar er is wel een verschil tussen een voorkeur hebben en van anderen eisen dat zij hun geweten bij de ingang inleveren voordat zij zich in de kring mogen mengen.

Ik wil de partijlijn van anderen niet veranderen. Ik heb mijn handen vol aan mijn eigen lijn. Maar ik weiger mijn woorden af te stemmen op wat een ander of een groep op een bepaald moment acceptabel vindt.

Wie wil blijven, blijft. Wie wil vertrekken, weet waar de deur is.

En vergeet die vooral niet achter je dicht te trekken.

Alleen moeten we dan ophouden met dat toneelstuk waarin iedereen roept dat mensen vooral zelf moeten nadenken, terwijl er in werkelijkheid maar één uitkomst wordt toegestaan: die van de ander of de groep.

Denk vooral zelf — maar waag het niet anders te denken dan ik of wij.

Dat is geen vrijheid.

Dat is gehoorzaamheid in cadeaupapier. Het lintje heet vrijheid, maar de doos is leeg.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *