Ik liep bij Hem vandaan; Hij bleef

Mijn weg van geloofsangst, via spiritisme, terug naar Gods Woord

Ik zie de verwarring soms op gezichten, zeker bij mensen die mij van dichtbij kennen. Want de Suus die zij kenden, moest niets hebben van alles wat ook maar naar geloof rook. Niet dat ik helemaal doorgeslagen was naar atheïsme, ik was er wel altijd van overtuigd gebleven dat er iets was dat groter was dan ons.

Ik groeide op binnen een gezin van Jehovah’s Getuigen en stapte daar rond mijn twintigste uit.
Wat achterbleef, was één harde conclusie: geloven in wat er in de Bijbel stond, deed meer kwaad dan goed.
In een God of iets groters wilde ik nog wel geloven, maar ik reduceerde dat tot: als ik in dit leven maar een goed mens ben, komt het wel goed. Tegen die tijd dat ik verantwoording zou moeten afleggen aan die hogere macht.

Pas zo’n veertig jaar later begreep ik dat het niet aan het Woord van God lag, maar aan het misbruik dat ervan gemaakt werd. Zijn Woord werd gebruikt als instrument om volgelingen angst aan te jagen voor een wraakzuchtige, wrede God en ze op die manier binnen de gemeenschap te houden.
Maar dat zag ik toen niet. Dus sloeg ik door naar het andere uiterste.

Jarenlang dompelde ik mezelf onder in alles wat met spiritisme te maken had.
Ik deed mediumwerk, gaf persoonlijke consulten en stond voor volle zaaltjes bij spirituele verenigingen.
Ik heb denk ik alles gedaan op dat vlak.
Ik stelde mezelf open voor trancemediumschap, waarbij je een entiteit toestemming geeft je lichaam te gebruiken. Ik experimenteerde met ouijaborden, maakte op spirituele wijze huizen ‘schoon’, een techniek waarbij je ongewenste geesten uit iemands huis probeert te verwijderen, en nam fanatiek bandstemmen (EVP’s) op: stemmen van overledenen die via geluidsopnamen boodschappen zouden doorgeven.
Ik legde tarot kaarten, pendelde en heb zelfs een kort uitstapje gemaakt richting hekserij.

Voor lezers die hiermee niet bekend zijn, klinkt het misschien als een goedkope aflevering van een griezelserie. Denk ervan wat je wilt, geloof het of niet, dat is allemaal prima.
Maar respecteer dat dit mijn werkelijkheid was. En dat ik gedurende die jaren dingen heb gezien, gehoord en meegemaakt die iedere verbeelding tartten.

En gedurende die hele periode waren het zeker niet alleen opa’s, oma’s, familieleden en spirituele gidsen met wie ik dacht in contact te staan aan ‘gene zijde’. Ik kwam ook tegen wat binnen dat circuit negatieve entiteiten werden genoemd. Ik heb ze gehoord, gezien en ervaren. Het understatement van de eeuw, kan ik je vertellen, als je er zelf tegenover staat.

Ik was er nooit bang voor. Net zoals ik er nu ook niet bang voor ben. Alleen de Bron waar ik die kracht en dat vertrouwen vandaan haal is veranderd.
Ik vroeg destijds altijd aan de Bron om bescherming en was ervan overtuigd dat die bescherming er dan ook was, totdat die er op een dag niet was. Als ik maar wit licht om me heen visualiseerde zat het wel goed.
Ik werd met mijn neus op de feiten gedrukt: ik had er een mooie Hollywoodversie van gemaakt: goed versus kwaad., maar de realiteit van echt kwaad was anders en had niets met mijn Hollywoodversie te maken.

Maar tot die bewuste dag deed ik alles vanuit de overtuiging dat ik iets goeds deed.
Ik wilde mensen helpen. Je kunt dus gerust zeggen dat ik behoorlijk allround was.
Die hele periode duurde zeker dertig jaar.
En daarom begrijp ik vaak de verbazing en soms het ongeloof op de gezichten van mensen.

Jij?

Ja, ik.

Laat me proberen uit te leggen hoe ik uiteindelijk ben teruggekomen bij Hem en Zijn Woord: de Bijbel.
Niet om iemand te overtuigen. Dat is aan een ieder persoonlijk.
Zijn Woord zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven en mijn keuze is gemaakt.

Eerst dit: ik heb me ongeveer veertig jaar verzet, en niet zachtjes. Ik wilde er niets, maar dan ook werkelijk niets mee te maken hebben. Ik had het achter me gelaten, dacht ik, en de deur stevig dichtgetrokken.
Maar er waren dingen blijven hangen.
Sporen uit de tijd waarin de Bijbel thuis dagelijks werd gelezen en ik de inhoud goed kende.
Losse woorden en gedachten die ik ooit had gelezen en geleerd.
Ik had ze niet nodig, ik zocht ze niet op, maar ze waren er nog.

Toen begon er langzaam iets te verschuiven. Niet van de ene op de andere dag, maar in de loop van de laatste jaren. Ik merkte dat een deel van wat ik ooit had gelezen in dat grijze verleden zich voor mijn ogen leek te voltrekken in de wereld. Ik schrijf met opzet leek, want ik dwing niemand tot mijn conclusie. Maar voor mij werd het steeds moeilijker te ontkennen. Hoe harder ik het van me af probeerde te duwen, des te dichterbij kwam het besef.

Wij hadden onze kinderen wat geloof betreft in volledige vrijheid opgevoed.
Wil je er iets mee, wil je dingen onderzoeken? Helemaal prima. Wil je er niets mee? Ook prima.
Zo’n twee jaar geleden begon mijn jongste dochter, na een ervaring die haar leven veranderde, aan een zoektocht naar God en geloof. Ze verdiepte zich intensief in de Bijbel.
We voerden daar soms gesprekken over. Allergisch als ik voor de Bijbel was geworden, wilde ik er eigenlijk liever niets over horen, maar ik wilde haar wel de ruimte geven om over haar ervaringen en beleving te praten. Die vrijheid om te onderzoeken wat ze wilde, hadden we haar immers gegeven.
Dus liet zij mij zien wat ze had ontdekt en luisterde ik naar haar. Door wat zij mij rechtstreeks uit de Bijbel liet lezen, begon mijn verharde hart langzaam te ontdooien.
Dit was niet: ik pak wat losse teksten en gebruik die om mijn eigen verhaal te legitimeren.
Het waren woorden in hun context. Woorden van een liefdevolle, rechtvaardige God. Niet van de wrede en angstaanjagende versie die mij vroeger was voorgeschoteld.

En op een dag drong het tot me door: ik had Hem veertig jaar de rug toegekeerd, maar Hij had mij geen seconde losgelaten.

Ik liep bij Hem vandaan; Hij bleef.

Het enige wat ik moest doen, was dat erkennen. Tegenover Hem, maar vooral tegenover mezelf.
Al die tijd dat ik de andere kant op liep, had Hij mij vastgehouden. De bescherming waar ik al die jaren om had gevraagd, had Hij mij gegeven, hoewel ik me in een wereld begaf die niet aan mij was om te betreden.
Ondanks alle fouten die ik had gemaakt en ondanks alles waarin ik in mijn leven nog zal struikelen.

Dat was het.
Geen bliksem. Geen stem.
Alleen die erkenning.
En dat werd mijn keerpunt.

Daarom voelt ‘ik heb me omgedraaid’ voor mij ook niet als de juiste omschrijving. Ik heb dit zijpad niet zelf aangelegd. Misschien is het wel het belangrijkste pad van mijn leven, en juist dat ene heb ik niet zelf gemaakt.

Het is geen prestatie van mij. Er valt niets te claimen.

Wat betekent dat dan voor alles wat eraan voorafging? Voor die veertig jaar, het spirituele circuit, de zalen en het zoeken langs allerlei wegen? Het betekent niet dat ik die hele periode nu wegveeg.
Ik heb lang gedacht dat ik die jaren zou moeten verloochenen, wegstrepen of doen alsof ik toen iemand anders was. Maar zo werkt het niet.

Genade wist het oude niet uit. Ze raapt het op.

Zelfs mijn omwegen bleken niet verloren. Ze werden zijpaden in de weg die uiteindelijk hierheen leidde.
Dus ik ben niet iemand anders geworden. Ik ben nog steeds diezelfde Suus, met haar hele verleden, haar zijpaden en haar eigen-wijsheid.
Alleen ligt het middelpunt nu ergens anders.
Niet meer bij mij, maar bij Hem, bij Zijn Woord en bij het vertrouwen dat ik daarin heb hervonden.
Ik schrijf dit niet omdat ik ben aangekomen. Ik ben nog steeds een work in progress. Zoals iedereen, iedere dag van het leven.

Ik schrijf dit omdat ik werd vastgehouden toen ik zelf allang had losgelaten.

Dat is het hele verhaal.

Niet dat ik Hem heb gevonden.

Maar dat Hij mij nooit heeft laten vallen.



Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *