Ben ik harder geworden naar anderen, of zachter voor mezelf?

Vanavond had ik met mijn dochter een discussie aan tafel. De gemoederen liepen een beetje op en ze ging naar haar kamer toe. Het bleef even bij mij hangen omdat ik me niet kon voorstellen dat ze zich over zoiets kleins zo op kon winden. Er moest haar iets anders dwarszitten.
Dus na een paar minuten ging ik naar haar kamer toe. Iedereen even afkoelen. Toen liep ik naar haar kamer toe met de vraag: wat is er nu echt met je aan de hand?

Het antwoord verbaasde me eigenlijk wel een beetje.
Ze vindt me soms harder geworden.
“Vroeger was je zo empathisch,” zei ze.
Dat was niet bedoeld als compliment over vroeger alleen.
Er zat ook iets van verlies in, het maakte haar verdrietig.

Dat werd een goed uitgangspunt voor de titel van dit stuk: ben ik harder geworden naar anderen of juist zachter voor mezelf?
In het kader van de discussie die we hadden aan tafel, die ging niet over haar maar over iemand anders die een verdrietige ervaring had gehad. En ja, dat was oprecht verdrietig maar mijn reactie was: kijk naar wat er nog wel is, niet alleen naar wat er niet is of wat je kwijt bent. Dus dankbaarheid voor wat er wel is.

Mijn dochter vond dat hard. En daar moest ik over nadenken.
Ben ik harder geworden? Misschien.
Maar misschien stel ik mezelf ook de verkeerde vraag:

Ben ik eindelijk na 63 jaar wat zachter geworden voor mezelf?

Want vroeger was ik inderdaad ontzettend empathisch.

Althans, dat dacht ik. Ik voelde niet alleen mee met anderen. Ik voelde vaak wat zij voelden.
Hun verdriet werd mijn verdriet.
Hun boosheid werd mijn boosheid.
Hun frustratie werd mijn frustratie.
Hun angst kwam bij mij binnen alsof er in mijn eigen leven iets aan de hand was.
Hun problemen bleven in mijn hoofd rondlopen lang nadat het gesprek afgelopen was, ik lag erover wakker terwijl zij lekker sliepen ’s nachts. En dat vond ik heel normaal.
Want het was nou eenmaal zoals ik was.
Sterker nog: ik zag het als iets goeds. Niet dat ik mezelf de hele dag op mijn borst liep te kloppen maar het voelde wel altijd als een goede eigenschap. Als iemand mij vertelde wat hem of haar was overkomen en ik voelde me daarna ellendig, dan betekende dat blijkbaar dat ik goed had meegeleefd.
Hoe harder iets bij mij binnenkwam, hoe empathischer ik kennelijk was.

Er bestaan zelfs prachtige woorden voor.
Gevoelig, empathisch, misschien wel hoogsensitief.
Maar was dat ook werkelijk empathie?

Er zit voor mij een verschil tussen medeleven en meelijden.

Medeleven zegt: Ik zie dat jij pijn hebt.

Meelijden zegt: Geef maar hier, dan draag ik het voor je.

En dat laatste heb ik heel lang gedaan. Te lang. Soms bewust, maar meestal zonder dat ik het doorhad.
Het gebeurde gewoon. Iemand was overstuur en mijn hele systeem ging mee in de emotie van de ander. Iemand was boos over onrecht en voor ik het wist liep ik zelf met die boosheid rond.
Iemand had een probleem en ergens in mijn hoofd begon onmiddellijk een radertje te draaien:

Wat kan ik doen?
Hoe los ik dit op?
Wie moet ik bellen?
Wat heb jij nodig?
Wat moet ík doen?

Alsof medeleven pas compleet was wanneer ik zelf ook de last van de ander op mijn rug had gelegd.
Het klinkt misschien liefdevol. Maar op de lange duur is het slopend.
Want er komt geen einde aan verdriet in deze wereld.
Er is altijd iemand die ziek is, er is altijd wel iemand die verlaten wordt, iemand die bang is of verdrietig.
Er is altijd iemand die onrecht wordt aangedaan, of iemand die boos is.

Als je iedere emotie die langs je heen komt naar binnen haalt en behandelt alsof hij van jou is, heb je op een gegeven moment geen idee meer welke last eigenlijk bij wie hoort. Al je ruimte van binnen wordt in beslag genomen door anderen maar je eigen emoties worden volledig weggedrukt. En dat gaat zijn tol eisen, ook fysiek.
Daarnaast is ook nogal pretentieus dat je denkt de lasten van iedereen te kunnen dragen.
Wat overigens in mijn geval ook nog eens gepaard ging met een: “kijk mij eens sterk zijn”
Een soort van valse identiteit die ik mezelf aangemeten had.
Dat werkt, totdat je de man met de hamer tegenkomt en alles wat je dacht te zijn aan stukken valt.. Tenminste, datgene wat er nog over was van je eigen authentieke identiteit.
Oef. Dan kun je niet anders dan de manier waarop je interactie hebt met anderen onder een vergrootglas leggen.Tenminste, als je weer jezelf wilt worden.
Want je realiseert je: het brandpunt onder het vergrootglas is op jezelf gericht en dreigt je op te branden.

En misschien is dat wat er bij mij veranderd is. Niet dat ik minder voel.
Maar dat ik beter probeer te kijken: Is dit van mij?
Kan ik ernaar luisteren zonder het over te nemen?
Kan ik zeggen dat iets verdrietig is zonder dat ik er zelf verdrietig van moet worden?
Kan ik begrijpen waarom iemand boos is zonder zelf die boosheid te gaan dragen?
Kan ik iemand liefhebben zonder verantwoordelijk te worden voor zijn of haar emotionele toestand?

Ik begin steeds meer te denken dat het antwoord ja is.

Empathie en grenzen sluiten elkaar niet uit.
Integendeel. Misschien heb je juist grenzen nodig om empathisch te kunnen blijven zonder eraan onderdoor te gaan. Mijn persoonlijke conclusie is: ja.

Ik wil iemand nog steeds kunnen aankijken en zeggen:
Ik zie je.
Ik begrijp waarom dit je raakt.
Ik vind het verdrietig voor je.
Maar ik wil er niet meer automatisch achteraan zeggen: Geef het maar aan mij, ik draag het wel voor je.
Dat betekent ook dat ik tegenwoordig sneller perspectief zie. Een dooddoener misschien maar waar een glas half leeg is, daar is de andere helft vol. En perspectief zien is per definitie altijd fijner.

Niet alleen op persoonlijk vlak, maar ook als je een blik richt naar buiten, op de wereld.
Hoe verleidelijk het ook is (en dat klinkt raar in deze) om je mee te laten slepen in frustratie, uitzichtloosheid, woede, verdriet of apathie, perspectief kunnen zien, durven zien, maakt het denk ik allemaal wat minder beladen. En minder beladen is lichter, letterlijk.
Lukt het me altijd? Nee natuurlijk niet.

Je hoeft niet alles wat de ander, of de wereld voelt, ook te dragen.

Je mag verdriet naast je laten bestaan zonder er zelf in te gaan wonen.
Je mag luisteren naar boosheid zonder er zelf mee te gaan slapen.
Je mag iemand helpen zonder zijn probleem tot het jouwe te maken.
Je mag van mensen houden en toch een grens trekken.

Misschien ziet dat er voor iemand die mij vroeger kende anders uit.
Misschien zelfs harder. Dat begrijp ik.
Als iemand gewend is dat je altijd emotioneel meebeweegt, kan het ontbreken daarvan misschien ineens voelen als afstand.

Maar wat van buitenaf harder lijkt, hoeft van binnen geen verharding te zijn. Misschien is het juist het tegenovergestelde. Misschien heb ik jarenlang gedacht dat goed zijn voor anderen betekende dat ik mezelf daarbij zo min mogelijk moest ontzien. En misschien leer ik nu pas dat ik óók iemand ben voor wie ik zacht mag zijn.

Dus nee, ik weet nog steeds niet helemaal zeker of ik harder ben geworden. Misschien een beetje.
Ik ben minder bereid om ieder verdriet binnen te laten, minder bereid om iedere boosheid over te nemen.
Minder bereid om mezelf uit te putten zodat iemand anders kan zeggen hoe betrokken ik ben.

Maar als dat hardheid is, dan is het een hardheid waar ik voor nu heel goed mee kan leven.
Want aan de andere kant daarvan zit iets wat ik vroeger nauwelijks kende.

Rust, afstand zonder onverschilligheid.
Medeleven zonder meelijden.

En misschien vooral dit:

zachter zijn voor mezelf.


Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *