Misschien raakt dit onderwerp mij ook harder dan gemiddeld.
Toen ik drie of vier jaar oud was, zat ik op een nonnenschooltje. Ik luisterde een keer niet naar een non en kreeg te horen dat ik daardoor een zwart plekje op mijn ziel zou krijgen en naar de hel zou gaan. Ik wist niets van theologie, genade, oordeel of verlossing. Ik wist alleen dat een volwassene die namens God sprak mij vertelde dat ongehoorzaamheid mij in de hel kon doen belanden.
En ze zei het op een manier waardoor ik direct wist dat de hel wel heel erg moest zijn.
Want een echt concept van wat de hel inhield had ik totaal niet. Misschien is daar al iets begonnen van mijn allergie voor mensen die menen te weten wat God uiteindelijk met een ander zal doen.
De zekerheid waarmee sommige mensen precies schijnen te weten wie er gered is en wie niet.
Wie naar de hemel gaat. Wie naar de hel gaat. Wie “een echte christen” is en wie volgens hen straks voor een dichte deur komt te staan.
Alsof ergens tussen Genesis en Openbaring ook nog een personeelslijst van het Laatste Oordeel is uitgedeeld.
En blijkbaar hebben zij een exemplaar gekregen.
Er is verschil tussen onderscheiden en veroordelen
Laat ik iets meteen helder maken: de Bijbel zegt nergens dat een christen zijn verstand moet uitschakelen.
Je mag denken: wow, dit is wel heel erg wat hier gebeurt. Vreselijk. Verschrikkelijk. Soms zelfs ronduit walgelijk.
Sterker nog: ik denk dat het vermogen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad belangrijk is. En met de Bijbel in je hand is het vaak helemaal niet zo moeilijk om te zien waar die grens ligt. Lessen genoeg wat dat betreft in Zijn Woord.
Je mag zonde zonde noemen.
Je mag naar gedrag kijken.
Je mag kijken naar de vruchten die iemand voortbrengt.
Je mag zeggen dat iets verkeerd is, schadelijk is of haaks staat op wat de Bijbel leert.
Dat is geen hoogmoed. Dat is onderscheidingsvermogen. Maar daar begint ook precies de grens waar het mij om gaat.
Want iets anders is zeggen: “Wat jij doet is verkeerd.”
En iets heel anders is zeggen: “Dus jij bent verloren.”
Bij het eerste beoordeel je gedrag, woorden of leer.
Bij het tweede spreek je een oordeel uit over iemands eeuwige bestemming.
En dat is pertinent niet hetzelfde.
Dus nee: “oordeel niet” betekent niet dat ieder onderscheid verboden is.
Maar er zit een wereld van verschil tussen: “Ik geloof dat wat jij leert Bijbels onjuist is.”en: “Jij bent dus niet gered en gaat naar de hel.”
Bij de eerste uitspraak beoordeel je een leerstelling.
Bij de tweede spreek je een eeuwig vonnis uit over een mens.
En voor dat laatste heb ik in de Bijbel nog steeds geen functieomschrijving gevonden voor de gemiddelde christen met een internetverbinding.
Wie ben jij dat je andermans knecht oordeelt?
Paulus stelt in Romeinen 14:4 een bijzonder ongemakkelijke vraag: ‘Wie bent u, dat u de huisslaaf van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn eigen heer aan. Hij zal echter staande gehouden worden, want God is bij machte hem staande te houden.’
Hij vraagt niet: heb je een mening?
Niet: kun je een Bijbeltekst aanhalen?
Maar: Wie bent u?
Dat heeft toch wel een heel andere toon, vind je niet?
Wie bent ú om over de knecht van een Ander het definitieve oordeel uit te spreken?
Want die ander is niet van jou. Hij behoort jou geen rekenschap af te leggen over zijn eeuwige bestemming.
Dat oordeel behoort zijn Heer toe.
Een paar verzen later schrijft Paulus in Romeinen 14:10: ‘U echter, wat oordeelt u uw broeder? Of ook u, wat minacht u uw broeder? Wij zullen immers allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden.’
Let vooral op dat woordje allen.
Niet alleen de mensen over wie wij graag een oordeel klaar hebben. Wijzelf ook.
Dat maakt de toon onmiddellijk wat minder comfortabel.
Er is maar één Wetgever en Rechter
Jakobus 4:12 is zo mogelijk nog duidelijker: “Er is één Wetgever, namelijk Hij Die kan zalig maken én te gronde richten. Maar wie bent u, die over de ander oordeelt?”
Eén.
Niet één plus een handvol zelfbenoemde assistent-rechters.
Eén Wetgever en Rechter.
En Hij heeft de macht om te redden en verloren te laten gaan.
Niet ik.
Niet jij.
Niet de predikant.
Niet de theoloog.
Niet de non op het nonnenschooltje.
En ook niet Gerda op Facebook, hoe fanatiek ze ook met hoofdletters typt.
Paulus wist zelfs over zichzelf het laatste oordeel niet
Een van de meest interessante passages staat voor mij in 1 Korintiërs 4:5: Oordeel daarom niets vóór de tijd, totdat de Heere komt. Hij zal ook wat in de duisternis verborgen is aan het licht brengen, en de voornemens van het hart openbaar maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen.
Daar zit iets fundamenteels in.
Wij zien gedrag.
Wij horen woorden.
Wij kunnen leerstellingen onderzoeken.
Maar wij kennen het hart niet volledig.
Wij weten niet alles wat een mens weet.
Wij weten niet wat hij niet weet.
Wij kennen zijn motieven niet volledig.
Wij kennen zijn strijd niet volledig.
Wij kennen zijn schuld, zijn berouw, zijn verwarring, zijn groei, zijn geschiedenis en zijn verhouding tot God niet zoals God die kent. God wel.
Daarom schrijft Paulus: oordeel niets vóór de tijd.
De tijd van het uiteindelijke oordeel komt namelijk nog.
Maar Jezus zei toch dat we aan de vruchten iemand herkennen?
Zeker. Jezus zegt in Mattheüs 7:16: ‘Aan hun vruchten zult u hen herkennen.’
Maar daar spreekt Jezus over het herkennen van valse profeten.
Het gaat over onderscheidingsvermogen. Vruchten kunnen iets zichtbaar maken. Leer kan worden getoetst. Iemands handelen kan terecht worden bekritiseerd.
Maar uit: “Deze vrucht is slecht” volgt niet automatisch:Ik weet daarom met absolute zekerheid wat Gods eeuwige oordeel over deze persoon zal zijn.
Wij willen die stap soms heel graag overslaan. Maar de Bijbel doet dat niet.
“Oordeel niet” betekent óók niet wat er vaak van gemaakt wordt
Aan de andere kant wordt Mattheüs 7:1 “Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt” soms gebruikt alsof Jezus zegt dat christenen nooit meer mogen zeggen dat iets verkeerd is. Dat is ook te kort door de bocht.
Maar lees even verder. Jezus spreekt over de balk in je eigen oog en de splinter in het oog van je broeder.
En wat zegt Hij uiteindelijk? Niet dat de splinter moet blijven zitten.
Hij zegt in Mattheüs 7:5 ‘Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u goed kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder te halen.’
Stevige woordkeuze: huichelaar.
Het probleem is dus niet ieder moreel onderscheid. Het probleem is onder andere hypocrisie, zelfverheffing en blindheid voor het eigen tekort.
En misschien is dat precies waarom deze kwestie zo belangrijk is.
Want hoe gemakkelijk ga je op Gods rechterstoel zitten als je zelf vergeten bent dat jij straks vóór diezelfde rechterstoel staat?
Het oordeel is aan Christus gegeven
Jezus zegt in Johannes 5:22: ‘Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven’
Als heel het oordeel aan de Zoon is gegeven, lijkt mij dat een tamelijk duidelijke taakverdeling.
Jezus Christus oordeelt.
Jezus Christus kent het hart.
Jezus Christus weet wie Hem toebehoren.
Wij kunnen hoogstens zeggen wat iemand belijdt en wat wij daarvan op grond van de Schrift vinden. En proberen op een juiste wijze ons onderscheidingsvermogen toe te passen.
Daar zit geen slap relativisme in.
Ik hoef helemaal niet te zeggen: “Iedereen heeft zijn eigen waarheid.”
Dat geloof ik niet. Ik kan vol overtuiging zeggen dat iets naar mijn inzicht in strijd is met de Schrift.
Ik kan zeggen: “Dit is dwaalleer.” of “Dit gedrag is verkeerd.” of “Deze uitleg houdt volgens mij geen stand.”
Maar daarna kan ik nog steeds mijn mond houden over iets wat God niet aan mij heeft toevertrouwd:
iemands definitieve eeuwige bestemming.
Zelfs ernstige waarschuwingen zijn nog geen persoonlijke toegangskaart tot het Laatste Oordeel
De Bijbel bevat natuurlijk ernstige waarschuwingen.
Over ongeloof.
Over volhardende zonde.
Over afgoderij.
Over bedrog.
Over mensen die het Koninkrijk van God niet zullen beërven.
Die teksten moeten we niet overheen lezen omdat ze ongemakkelijk zijn.
Maar ook daar geldt: een Bijbelse waarschuwing verkondigen is iets anders dan jezelf het recht toe-eigenen om namens God over een concreet individu het laatste woord uit te spreken.
Er is een verschil tussen: “De Schrift waarschuwt dat wie hierin volhardt het Koninkrijk niet zal beërven.” en:“Ik weet dat jij verloren bent.”
Het eerste is verkondiging van wat er geschreven staat.
Het tweede claimt kennis die jij niet bezit.
En dat verschil lijkt mij nogal belangrijk wanneer we praten over eeuwigheid.
Misschien moeten we iets vaker onthouden wie de Schepper is
Wat mij misschien nog het meest verbaast, is de vanzelfsprekendheid waarmee zulke uitspraken soms worden gedaan. Alsof God een systeem is dat wij volledig hebben uitgerekend.
Alsof wij precies weten waar Zijn grens loopt, hoe Hij ieder afzonderlijk mens beoordeelt en hoe Zijn oordeel uiteindelijk zal uitvallen.
Maar God is geen spreadsheet. En Hij vraagt ons nergens om op Zijn stoel te gaan zitten.
Integendeel. De Bijbel brengt ons voortdurend terug naar onze eigen plaats.
Wij zijn Zijn schepping.
Maar wij kennen maar ten dele.
Wij zien maar ten dele.
En wij oordelen onvolmaakt.
God niet.
Het zou ons nederiger moeten maken.
Je kunt waarheid verdedigen zonder voor God te spelen
Misschien is dit uiteindelijk het punt. Ik ben helemaal voor duidelijkheid.
1 Thessalonicenzen 5:21luidt:‘Beproef alle dingen, behoud het goede.’
Dus toets de leer. Noem een leugen een leugen. Noem de waarheid de waarheid.
Waarschuw wanneer waarschuwing nodig is.
Discussieer stevig als het moet.
Maar blijf van die stoel af.
De rechterstoel is namelijk al bezet.
En Degene Die erop zit heeft jouw hulp niet nodig om te bepalen wie Hem werkelijk toebehoort.
Dus wanneer iemand mij vertelt:
“Die is geen echte christen.”
“Die persoon kan onmogelijk gered zijn.”
“Als je dát gelooft, ga je naar de hel.”
dan denk ik tegenwoordig vooral: Op grond waarvan meen jij kennis te hebben van een vonnis dat Jezus Christus Zelf nog moet uitspreken?
Misschien is de verstandigste vraag niet: “Waar gaat die ander straks heen?”
Maar: “Wie heeft mij eigenlijk aangesteld om daarover het laatste woord te hebben?”
Het Bijbelse antwoord lijkt mij vrij eenvoudig.
Niemand.
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.