Dit artikel maakt deel uit van mijn onderzoek naar de eindtijd en de wederkomst. [Bekijk het volledige onderzoek →]
Over Darby, Scofield, Israël, een opvallend luidruchtige ‘geheime’ opname en waarom ik geloof in volharden in plaats van ontsnappen.
🇳🇱 Nederlandse versie | 🇬🇧 Read the English version
De rapture. In het Nederlands meestal de opname van de gemeente genoemd.
Het idee is inmiddels bekend genoeg, vooral door Amerikaanse predikers, films en boeken. Op een onverwacht moment verdwijnen alle ware christenen van de aarde. Auto’s rijden ineens zonder bestuurder verder, vliegtuigen raken hun piloot kwijt en de achterblijvers mogen vervolgens proberen te begrijpen wat er in vredesnaam is gebeurd. Daarna begint de Grote Verdrukking, verschijnt de antichrist, raakt de wereld volledig in chaos en keert Jezus uiteindelijk zichtbaar terug.
Wie ermee is opgegroeid, kan gemakkelijk denken dat christenen dit altijd hebben geloofd. Alsof Jezus en de apostelen het volledige schema keurig hebben uitgeschreven en er eigenlijk niets meer over te bespreken valt.
Sterker nog: soms wordt het zo gebracht dat iemand die niet in de rapture gelooft, dus kennelijk niet gelooft in de woorden van Jezus. Dat mag je zeggen van mij maar het haalt iedere mogelijkheid tot een dialoog er in één klap uit. Zo’n uitspraak wordt namelijk gedaan vanuit een positie van aangemeten autoriteit. Misplaatste autoriteit wat mij betreft.
Ik wil niet praten vanuit een verhouding waarin de een boven de ander staat. Laten we daarom teruggaan naar de Bijbeltekst zelf: herleidbaar, zwart op wit en gelezen in haar context. Niet jouw uitleg als hoogste waarheid, maar ook de mijne niet. Onze uitleg blijft mensenwerk.
Dus laten we daarnaar kijken.
De raptureleer zoals die tegenwoordig vooral binnen evangelische en fundamentalistische kringen wordt geleerd, is als volledig uitgewerkt systeem nog geen tweehonderd jaar oud. Dat betekent niet dat alles eraan uit de lucht is gegrepen. In de Bijbel staan werkelijk teksten over de terugkomst van Christus, de opstanding van de doden en gelovigen die Hem tegemoetgaan.
Maar tussen die teksten en het complete raptureschema zit een heel bouwwerk van interpretaties, onderverdelingen en aannames. Laten we daarnaar kijken. Zonder rookmachine, aftelklok en kaart van het Midden-Oosten op de achtergrond.
Eerst twee dingen uit elkaar halen
Het klassieke christelijke geloof leert dat Jezus zal terugkomen, dat de doden zullen opstaan en dat er een oordeel zal plaatsvinden. Dat is geen moderne uitvinding. In de oude geloofsbelijdenissen wordt al gesproken over Jezus die zal terugkomen om de levenden en de doden te oordelen, over de opstanding van de doden en over het toekomstige leven.
Wat daarin niet wordt genoemd, is een afzonderlijke verdwijning van de Kerk, jaren vóór de zichtbare wederkomst van Christus.
Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 4 wel degelijk dat de gestorven gelovigen zullen opstaan en dat de gelovigen die nog leven samen met hen zullen worden weggevoerd om de Heer in de lucht te ontmoeten.
Het Griekse woord dat daar wordt gebruikt, betekent grijpen, wegrukken of plotseling meenemen en via de Latijnse vertaling is uiteindelijk het Engelse woord rapture ontstaan. Het woord is dus niet zomaar bedacht door een Amerikaanse televisiedominee met een bijzonder goed gebit.
Maar daarmee is nog niet bewezen dat Paulus spreekt over een afzonderlijke, onzichtbare komst van Jezus vóór de Grote Verdrukking. Paulus zegt dat gelovigen Christus tegemoet zullen gaan. De moderne raptureleer voegt daar een compleet tijdschema aan toe en dat is nogal een verschil.
Wat bedoelen mensen met de rapture?
Er bestaan verschillende versies, maar de bekendste is de pre-tribulation rapture: de opname vóór de Grote Verdrukking.
Het schema ziet er ongeveer zo uit:
Eerst komt Jezus onverwacht om de Kerk van de aarde weg te nemen. De ware gelovigen verdwijnen. Daarna begint op aarde een periode van meestal zeven jaar verdrukking. De antichrist krijgt macht. Aan het einde van die periode keert Jezus opnieuw terug, nu zichtbaar voor de hele wereld. Daarna volgt het duizendjarig rijk en uiteindelijk het laatste oordeel en de nieuwe hemel en aarde.
Feitelijk krijg je daarmee twee momenten waarop Christus komt:
- eerst voor zijn Kerk;
- later met zijn Kerk.
Voorstanders noemen dat twee fasen van één wederkomst. Critici zeggen: het klinkt vooral als twee wederkomsten, waarvan de eerste nergens in één duidelijke Bijbelpassage volledig wordt beschreven.
De rapture hoort bij een groter uitlegsysteem dat dispensationalisme wordt genoemd. Daarin wordt de geschiedenis verdeeld in verschillende perioden. Ook wordt er een zeer scherp onderscheid gemaakt tussen Israël en de kerk.
Volgens dit systeem is God in de huidige periode vooral met de Kerk bezig. Na de opname verdwijnt de Kerk van het toneel en wordt Gods profetische programma met Israël hervat. Als ik de Bijbel erbij pak lees ik over één olijfboom en nieuwe takken, niet twee verschillende bomen. Ik leg het hieronder uit.
Eén olijfboom, geen twee afzonderlijke verlossingsplannen
Paulus gebruikt in Romeinen 11 het beeld van een olijfboom om uit te leggen hoe Joden en niet-Joden zich tot elkaar verhouden binnen Gods verbond.
De natuurlijke takken staan voor Israël. Gelovigen uit de andere volken noemt Paulus wilde takken, die op de bestaande olijfboom worden geënt. Zij planten dus geen nieuwe boom en vervangen de oude ook niet. Ze mogen door genade delen in de wortel die hen draagt: Gods beloften aan Abraham en Israël.
Zoals ik het lees, tekent Paulus hier geen twee afzonderlijke verlossingsplannen: één voor Israël en één voor de Kerk. Hij tekent één olijfboom. De beloften aan Israël komen samen en tot vervulling in Jezus. In Hem worden Joden en niet-Joden niet twee parallelle volken van God, maar één gemeenschap van gelovigen. Dat betekent niet dat Israël wordt afgeschreven of door de Kerk wordt vervangen. Het betekent dat niet-Joodse gelovigen worden opgenomen in de verbondsgeschiedenis die al lang vóór hen begon. Zij zijn erbij gekomen, niet in de plaats gekomen.
Geen nieuwe boom dus, en zeker geen spirituele kapvergunning. Alleen wilde takken die door genade mochten worden ingeënt. Paulus waarschuwt de wilde takken bovendien nadrukkelijk dat zij zich niet boven de natuurlijke takken mogen verheffen: zij dragen de wortel niet, de wortel draagt hen.
De rapture is binnen dat systeem dus niet zomaar een los onderdeel. Hij is nodig om de kerk van het toneel te halen, zodat het schema verder kan. En wanneer je dat strikte onderscheid tussen Israël en de kerk niet aanvaardt, begint een belangrijk deel van het bouwwerk al te wankelen.
De Reformatie
De Reformatie begon in de zestiende eeuw. De moderne raptureleer ontstond pas in de negentiende eeuw. Daar zit ruim driehonderd jaar tussen. De Reformatie heeft wel indirect omstandigheden geschapen waarin allerlei nieuwe vormen van Bijbeluitleg konden ontstaan. De Bijbel werd breder beschikbaar, protestanten verwierpen het centrale gezag van Rome en in de eeuwen daarna ontstonden steeds meer kerken, bewegingen en zelfstandige Bijbelgroepen.
De belangrijkste naam in de ontwikkeling van het moderne rapturesysteem is John Nelson Darby. Darby was een Anglo-Ierse predikant die leefde van 1800 tot 1882. In de eerste helft van de negentiende eeuw ontwikkelde en verspreidde hij een samenhangende eindtijdleer waarin de kerk vóór de Grote Verdrukking zou worden opgenomen.
Er zijn oudere teksten waarin delen van vergelijkbare ideeën voorkomen. Maar hij was wel degene die het moderne systeem vormgaf, ordende en op grote schaal verspreidde. Darby reisde verschillende keren naar Noord-Amerika. Daar vonden zijn ideeën vruchtbare grond bij evangelische predikers en Bijbelconferenties waarin veel belangstelling bestond voor profetieën en de eindtijd.
En toen kwam Cyrus Scofield.
De Bijbel met een ingebouwde uitleg
In 1909 verscheen de eerste editie van de Scofield Reference Bible. In 1917 volgde een herziene versie. Scofield had geen nieuwe Bijbel geschreven. Hij gebruikte de tekst van de King James Bible en zette daar uitgebreide aantekeningen, verwijzingen en schema’s bij.
Zijn dispensationalistische uitleg stond dus letterlijk naast en onder de Bijbeltekst.
Dat bleek buitengewoon invloedrijk. Wat daarvoor vooral de uitleg van een beperkte negentiende-eeuwse beweging was geweest, kwam nu bij grote aantallen christenen thuis op tafel te liggen. En daar zit wat mij betreft een risico.
Wanneer verklarende aantekeningen direct onder een Bijbeltekst staan, kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat de tekst bovenaan en de uitleg onderaan ongeveer hetzelfde gezag hebben.
Voor je het weet lees je niet meer:
Dit schrijft Paulus.
Maar:
Dit schrijft Paulus en daarom betekent het automatisch precies wat Scofield eronder heeft gezet.
Terwijl die aantekeningen nog altijd menselijke uitleg zijn. En een voetnoot wordt niet door de Heilige Geest geïnspireerd omdat hij toevallig op dezelfde bladzijde staat.
Daarna deed de populaire cultuur de rest
In de twintigste eeuw werd de raptureleer steeds meer onderdeel van de Amerikaanse evangelische cultuur. Boeken koppelden Bijbelse profetieën aan oorlogen, politieke ontwikkelingen en gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Later maakten de romans uit de serie Left Behind van de rapture een wereldwijd bekend rampscenario. Daarmee werd de rapture niet alleen een leerstelling, maar ook een spannend verhaal. Een verhaal met verdwenen mensen, oorlog, samenzweringen, wereldleiders, een antichrist en een groep gelovigen die precies begrijpt wat er werkelijk gebeurt terwijl de rest van de mensheid volledig in de war is.
Dat leest natuurlijk een stuk spannender dan wat Jezus zelf zei: niemand kent de dag of het uur. Wees dus waakzaam en zorg dat je gereed bent. Paulus voegde daar nog aan toe dat we nuchter moesten blijven. Daar verkoop je aanzienlijk minder eindtijdthrillers mee, maar het staat toevallig wel in de Bijbel. Het Woord van God, om het maar even scherp te stellen.
Van spannend verhaal terug naar de tekst
De belangrijkste tekst is 1 Thessalonicenzen 4. Paulus schrijft daar aan christenen die bezorgd zijn over geloofsgenoten die inmiddels zijn overleden. Zouden zij de terugkomst van Christus missen? Hij stelt hen gerust. De gestorven gelovigen zullen opstaan. De levenden zullen samen met hen worden weggevoerd om de Heer tegemoet te gaan.
De kern van de passage is hoop.
Paulus zegt aan het einde niet:
Maak hiermee een schema van zeven jaar, twee verschijningen en achtenveertig profetische pijlen.
Hij zegt:
Troost elkaar met deze woorden.
De tekst gaat in de eerste plaats over de hoop voor gestorven christenen. Niet over een ontsnappingsroute vóór een toekomstige wereldramp. Bovendien wordt de gebeurtenis begeleid door een bevel, de stem van een aartsengel en de bazuin van God. Dat klinkt nou niet direct als een stille, onzichtbare operatie die niemand op aarde opmerkt.
Ook 1 Korintiërs 15 wordt veel gebruikt. Daar schrijft Paulus dat niet iedereen zal sterven, maar dat de nog levende gelovigen zullen worden veranderd wanneer de doden opstaan. Dat gebeurt volgens Paulus bij de laatste bazuin. Ook dat is een duidelijke Bijbelse verwachting. Maar er staat niet dat deze verandering zeven jaar vóór de zichtbare terugkomst van Jezus plaatsvindt.
Daarnaast worden teksten gebruikt uit Johannes 14, Openbaring 3 en Mattheüs 24. Al die passages kunnen in het raptureschema worden geplaatst. Maar dat schema staat nergens als één geheel uitgeschreven. Het moet eerst worden aangenomen en vervolgens over verschillende Bijbelteksten heen worden gelegd. M.a.w. je hopt van de ene naar de andere tekst totdat het “past”.
Waar begint het te wringen?
De zogenaamd geheime opname maakt nogal veel lawaai
In 1 Thessalonicenzen 4 daalt Christus neer met een bevel, de stem van een aartsengel en de bazuin van God. De doden staan op en de gelovigen gaan Hem tegemoet. Je kunt daar zeker een plotselinge gebeurtenis in lezen. Maar dat het een stille, verborgen gebeurtenis is, staat er niet. Dat onderdeel komt uit het systeem, niet rechtstreeks uit de tekst.
Jezus verzamelt zijn uitverkorenen ná de verdrukking
In Mattheüs 24 zegt Jezus dat de Mensenzoon zal verschijnen na de verdrukking van die dagen. Daarna worden met luid bazuingeschal zijn uitverkorenen uit alle windstreken verzameld.
Dat lijkt opvallend veel op wat Paulus beschrijft:
- Christus verschijnt;
- er klinkt een bazuin;
- de gelovigen worden verzameld.
De pre-tribulationele uitleg zegt dat Jezus in Mattheüs 24 niet over de kerk spreekt, maar over Israël of over mensen die pas na de opname tot geloof zijn gekomen. Maar dat staat niet letterlijk in de passage. Het wordt weer afgeleid uit het systeem dat vooraf al is aangenomen, anders past het niet.
Paulus zegt dat bepaalde dingen eerst moeten gebeuren
In 2 Thessalonicenzen 2 schrijft Paulus over de komst van Jezus en onze vereniging met Hem. Vervolgens waarschuwt hij de gelovigen dat zij zich niet moeten laten misleiden. Bepaalde dingen moeten eerst plaatsvinden, waaronder de afval en de verschijning van de wetteloze mens. Dat past ook niet gemakkelijk bij het idee dat er vóór de opname helemaal niets hoeft te gebeuren en dat de kerk al verdwenen is voordat de antichrist verschijnt.
Om dat passend te maken, moeten opnieuw verschillende gebeurtenissen en groepen van elkaar worden gescheiden.
“De een wordt meegenomen en de ander blijft achter”
Deze woorden van Jezus worden waarschijnlijk het vaakst gebruikt als eenvoudig bewijs voor de rapture.
Twee mensen zijn samen aan het werk. De een wordt meegenomen, de ander blijft achter. Dat klinkt op het eerste gezicht duidelijk. Totdat je kijkt naar wat Jezus vlak daarvoor zegt. Hij vergelijkt zijn komst met de dagen van Noach. De mensen gingen gewoon door met hun leven totdat de vloed kwam en hen allemaal meenam. Wie werden door de vloed meegenomen? Niet Noach en zijn gezin. Zij werden juist bewaard. De mensen die werden meegenomen, waren degenen die door het oordeel werden getroffen. Dat bewijst niet automatisch dat “meegenomen worden” in de volgende regels ook oordeel moet betekenen. Maar het maakt de passage wel tot een nogal wankele fundering voor een leer waarin meegenomen worden juist de gewenste uitkomst is.
Eén wederkomst wordt verdeeld in twee fasen
De oude christelijke belijdenissen spreken over de terugkomst van Christus, de opstanding en het oordeel. De moderne raptureleer voegt daar een afzonderlijke komst vóór de verdrukking aan toe, gevolgd door een zichtbare komst na de verdrukking.
Dat kan worden verdedigd door verschillende teksten met elkaar te combineren.
Maar nergens staat eenvoudig:
Eerst neem Ik de kerk weg. Daarna volgt zeven jaar verdrukking. Vervolgens kom Ik zichtbaar terug met de kerk.
Voor een leer die soms als glasheldere, letterlijke Bijbelse waarheid wordt gepresenteerd, is dat een opvallend gebrek aan één glasheldere, letterlijke Bijbeltekst.
Geloofden de eerste christenen dan helemaal niet in een opname?
De eerste christenen geloofden absoluut dat Christus zou terugkomen. Zij geloofden in de opstanding van de doden, het oordeel en de vereniging van de gelovigen met Christus. Er bestonden ook al vroeg verschillende ideeën over verdrukking, de antichrist en het duizendjarig rijk. De vroege kerkvaders waren het lang niet over ieder detail eens.
Wat we bij hen echter niet aantreffen, is het volledig uitgewerkte moderne systeem waarin:
- de kerk vóór een zevenjarige verdrukking van de aarde verdwijnt;
- Gods afzonderlijke programma met Israël daarna wordt hervat;
- Christus eerst onzichtbaar voor zijn kerk komt;
- en vervolgens zichtbaar met zijn kerk terugkeert.
Dat complete systeem behoort vooral tot de wereld van Darby, Scofield en het latere Amerikaanse evangelicalisme.
Waarom spreekt de rapture zo aan?
Ik denk dat de aantrekkingskracht van de rapture niet alleen met Bijbelteksten te maken heeft. Het systeem biedt orde in een chaotische wereld.
Oorlogen, rampen, politieke onrust, moreel verval en gebeurtenissen in het Midden-Oosten krijgen allemaal een vaste plaats in een groter schema. Niets gebeurt zomaar. Alles kan een teken zijn dat het einde nadert.
Bovendien bevat de pre-tribulationele versie een geruststellende boodschap voor de eigen groep:
Wij hoeven niet door het ergste heen. Wij worden vooraf weggehaald.
Het systeem geeft ook een bepaald soort zekerheid.
Wie de profetische kaart denkt te kennen, begrijpt wat anderen niet zien. De krant verandert in een Bijbelse puzzel en iedere nieuwe crisis kan het ontbrekende stukje zijn. Dat kan aantrekkelijk zijn, zeker in onzekere tijden. Maar het kan er ook toe leiden dat geloof meer gaat draaien om het ontcijferen van oorlogen, politici, en aardbevingen dan om de vraag hoe Christus ons vandaag heeft opgedragen te leven.
Jezus zei niet dat zijn volgelingen een perfecte tijdlijn moesten tekenen.
Hij zei dat zij moesten waken. Trouw moesten blijven. God en hun naaste moesten liefhebben. En bereid moesten zijn. En dat is iets anders.
Wat kunnen we wel met zekerheid zeggen?
De Bijbel leert dat Christus zal terugkomen. De Bijbel leert dat de doden zullen opstaan. De Bijbel leert dat levende gelovigen veranderd zullen worden en Christus tegemoet zullen gaan.
Over het tijdstip, de precieze volgorde en de verhouding tot de Grote Verdrukking bestaan verschillende christelijke interpretaties. De pre-tribulationele rapture is daar één van. Een invloedrijke interpretatie, zeker maar het is geen leer die tweeduizend jaar lang overal door christenen is beleden. Ook is het geen volledig tijdschema dat Jezus ergens letterlijk heeft uitgesproken.
Je kunt volledig geloven in Christus, zijn terugkomst en de opstanding van de doden, en tegelijkertijd tot de conclusie komen dat de moderne raptureleer een betrekkelijk jong uitlegsysteem is dat meer in de Bijbel legt dan de teksten zelf ondubbelzinnig zeggen. Dat is onderscheid maken tussen de woorden van Jezus en wat mensen er later van hebben gemaakt.
Hoe kijk ik daar zelf naar
Los van alle theologische schema’s roept de rapture leer bij mij ook een veel eenvoudigere vraag op: wat voor beeld van God spreekt hier eigenlijk uit? Alsof mensen die zich niet vóór een bepaald geheim moment hebben bekeerd, daarna nog zeven jaar extra ellende moeten doorstaan. De ene groep zit veilig in de hemel, terwijl de andere door oorlog, vervolging en verschrikking heen alsnog moet bewijzen dat haar geloof echt is. Door de eeuwen heen zijn christenen vervolgd, gemarteld en gedood vanwege hun geloof. Dan weer hier, dan weer daar op aarde in verschillende tijdsperiodes. Die moesten alles dus doorleven op basis van hun geloof maar werden niet gespaard door voortijdig opgenomen te worden blijkbaar. Lijkt mij persoonlijk niet rechtvaardig.
En buiten dat: het beeld van mijn God herken ik hier niet in. Mijn God is geen God die strafpunten uitdeelt omdat iemand te laat tot inzicht kwam. Hij is geduldig, barmhartig en rechtvaardig. Hij trekt de ene mens niet voor omdat die toevallig eerder begreep wat een ander nog niet kon zien. De God die ik aanbid, sluit niet tevreden de deur terwijl buiten mensen om hulp roepen. Hij blijft roepen en mensen tegemoetkomen. Dat betekent niet dat keuzes geen gevolgen hebben of dat oordeel niet bestaat. Maar het betekent voor mij wel dat ik grote moeite heb met een leer waarin redding bijna een kwestie van timing wordt: op tijd geloofd, veilig weg; te laat geloofd, eerst nog door zeven jaar ellende. Dat klinkt voor mij minder als het Evangelie en meer als een menselijk systeem dat God heeft ingedeeld in vakjes en tijdschema’s.
De Kerk als Koninkrijk: al begonnen, nog niet voltooid
Binnen de orthodoxe traditie is de Kerk niet een tijdelijke noodconstructie die op een bepaald moment van de aarde moet worden weggehaald. De Kerk is het Lichaam van Christus en de zichtbare manifestatie — of misschien beter: de icoon en voorproef — van zijn Koninkrijk in deze wereld.
Het Koninkrijk van God is volgens die visie niet alleen iets wat ooit later begint. Het is met Christus al binnengekomen. Waar Christus regeert, waar mensen door de Heilige Geest met Hem worden verbonden en waar de Kerk samenkomt rond de Eucharistie, is dat Koninkrijk nu al aanwezig. Maar nog niet voltooid.
Already, but not yet. Ik vind het zo’n prachtige zin.
Wij zien het nog gebroken, onvolledig en vermengd met het lijden en de zonde van deze wereld. Bij de wederkomst wordt niet eerst de Kerk geëvacueerd zodat God daarna met een ander programma verder kan. Dan wordt juist volledig zichtbaar wat in Christus al begonnen is: de opstanding, het oordeel, de overwinning op de dood en de voltooiing van Gods Koninkrijk.
En dat verandert ook de houding van de gelovige. Je wacht niet op een ontsnappingsluik waardoor je vóór de ellende snel wordt afgevoerd. Je leeft nu al als burger van dat Koninkrijk. Je blijft trouw, draagt al het lijden met anderen, hebt je naaste lief en probeert in deze wereld zichtbaar te maken wie Christus is.
Niet omdat deze wereld het Koninkrijk al volledig is. Maar omdat het Koninkrijk hier al begonnen is. Dat is een ander deel van het verhaal.
Want los van de geschiedenis en de verschillende Bijbelteksten blijft voor mij de vraag over wat voor soort geloof hier eigenlijk uit voortkomt. Is het christelijke leven bedoeld als wachten op een ontsnappingsroute? Of gaat het juist over trouw blijven, volharden, liefhebben en Christus volgen, ook wanneer de wereld niet veiliger, rustiger of overzichtelijker wordt?
Voor mij begint daar niet de ontsnapping, maar het christelijke leven.
Gebruikte Bijbelteksten in dit artikel
- Niemand kent de dag of het uur: Mattheüs 24:36, 42 en 44
- Waakzaam en nuchter blijven: 1 Thessalonicenzen 5:6
- Opgenomen om Christus tegemoet te gaan: 1 Thessalonicenzen 4:13–18
- Veranderd bij de laatste bazuin: 1 Korintiërs 15:51–52
- De verzameling van de uitverkorenen na de verdrukking: Mattheüs 24:29–31
- De afval en de wetteloze mens moeten eerst verschijnen: 2 Thessalonicenzen 2:1–4
- De olijfboom en de ingeënte wilde takken: Romeinen 11:17–24
- Gods geduld geeft ruimte voor bekering: 2 Petrus 3:9 en 15
Ontdek meer van Mijn leven in zijpaden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Eén reactie